InterviewKay Smits en Dani Baijens

Het EK handbal is een ondankbare uitputtingsslag, maar Nederland blijft positief verrassen

Het EK draait uit op een uitputtingsslag voor de Nederlandse handballers, zeker ook vanwege corona. Zaterdag werd Montenegro verslagen. Mede dankzij Kay Smits (hij testte zondag positief) en Dani Baijens, die na een minder jaar bij hun Duitse clubs nu zeer trefzeker zijn.

Dirk Jacob Nieuwboer
Topscorer Kay Smits. Beeld EPA
Topscorer Kay Smits.Beeld EPA

Het EK wordt met de dag merkwaardiger voor de Nederlandse handballers. Het grootste feest is al gevierd omdat ze voor het eerst in de geschiedenis de eerste ronde overleefden. De tweede ronde is een ondankbare uitputtingsslag: de halve finale is onbereikbaar en ondertussen vallen door corona steeds meer spelers af.

‘Het eerste doel dat we nog hebben, is fit blijven’, zegt Dani Baijens. ‘We scheppen het eten op met handschoentjes, we slapen alleen op een kamer, in het hotel zien we elkaar bijna niet. Maar in de kleedkamer zit je toch samen en je speelt met elkaar, dat is een beetje het probleem.’

Het aantal positief geteste spelers is opgelopen tot tien. En ook de bondscoach, keeperstrainer en fysiotherapeut zitten in quarantaine. Om de resterende twee duels in het toernooi uit te kunnen spelen, moet de ene na de andere vervanger worden opgeroepen, maar de vechtlust en de teamgeest maken veel goed.

Man of the match

Zaterdag hing de hele ploeg om de nek van Thijs van Leeuwen. Hij was dit EK niet geselecteerd, speelde zijn laatste en enige interland in 2009, maar werd door het uitvallen van de twee doelmannen alsnog ingevlogen. Uitgerekend hij werd uitgeroepen tot man of the match tegen Montenegro, die eindigde in 30-34. Dat was een nieuwe opsteker na het dikke verlies tegen olympisch kampioen Frankrijk. Maandag wacht nog wereldkampioen Denemarken en het toernooi wordt afgesloten tegen Kroatië.

‘We gaan het niet laten lopen’, zegt Baijens (23), die tegen Montenegro vier keer scoorde. ‘We willen die potjes toch winnen.’

Zelf testte hij tot nu toe steeds negatief. Na Kay Smits (24) – de topscorer van het toernooi, negen goals tegen Montenegro – scoorde hij voor Nederland de meeste doelpunten op dit EK. De linkeropbouwer en de rechteropbouwer spelen allebei in Duitsland. Daar zaten ze in 2021 meer dan hun lief was op de bank, maar in de nationale ploeg weten ze het beste uit zichzelf naar boven te halen.

‘Ik ga inderdaad heel makkelijk in dit team’, zegt Smits, die tegen Montenegro nog meedeed, maar inmiddels ook positief getest is. Hij neemt de strafworpen van zeven meter, dat scheelt. De snelle manier van spelen past goed bij hem. En dan is er de klik met Luc Steins, de geniale spelverdeler.

‘Ik geniet ervan om met hem samen te spelen’, legt de Limburger uit. ‘Dat doen we nu al acht jaar, eerst bij de Lions en nu bij het Nederlandse team. We zien snel wat de ander wil of gaat doen. Daar zit gewoon uren en uren van samenspelen en trainen in.’

Duitse topclub

Voor Smits zit het EK er na zijn positieve test op, maar het toernooi kan voor hem al niet meer stuk. Dat kon hij ook wel gebruiken, want bij zijn club gaat het niet vanzelf. De Limburger speelt al enkele jaren in het buitenland, maar verkaste deze zomer naar Magdeburg in Duitsland. De club staat boven in de Bundesliga, maar Smits komt weinig aan spelen toe.

‘Natuurlijk is het frustrerend als je niet altijd de kans krijgt’, zegt hij. ‘Mijn coach weet wat ik kan en toch maakt hij vaak een andere keuze. Ik weet van mezelf wel dat ik goed kan spelen, dat zelfvertrouwen heb ik wel. Maar het is wel lekker dat ik het bij het Nederlands team ook kan laten zien. ‘

Baijens liep in zijn derde jaar bij zijn vorige club Lemgo tegen hetzelfde probleem aan. Na twee goeie jaren kwam hij er nauwelijks meer aan de bak. Afgelopen zomer deed hij daarom een stapje terug, hij speelt nu in bij Hamm-Westfalen in de Tweede Bundesliga.

‘Daar heb ik het wel moeilijk mee gehad’, erkent hij. ‘Tot dan toe ging het allemaal heel voorspoedig. Ik was heel jong toen ik mijn debuut in de Champions League maakte en een transfer naar een grote club als Lemgo, dan kan het eigenlijk niet meer stuk. Als je dan opeens een stap terug moet doen, dan gaat er wel wat door je hoofd: ontwikkel ik me niet meer? Gaat het niet goed?’

Het was zijn makelaar, oud-international Fabian van Olphen, die hem geruststelde en hem adviseerde om vooral voor een club te kiezen waar hij veel zou kunnen spelen. ‘Hij zei: dan krijgen ze wel spijt dat ze je weg hebben gedaan.’

Dani Baijens. Beeld REUTERS
Dani Baijens.Beeld REUTERS

In de dekking

Door zijn goede spel op het EK begint Baijens inderdaad op te vallen. Dat hij veel scoort, verbaast hem zelf ook. ‘Meestal ben ik niet degene die ze op doel knalt, maar dit toernooi gaan ze er lekker in. Maar ik vind het misschien wel belangrijker dat ik in de dekking van waarde kan zijn, daarin ben ik echt gegroeid.’

Het heeft gezorgd voor interesse uit meerdere landen, maar hij denkt wel dat hij in Duitsland zal blijven. ‘Ik ken de clubs, ik spreek de taal, de cultuur bevalt me wel. Ik denk wel dat ik echt een Duitse jongen aan het worden ben.’

Baijens groeide op in Rotterdam in een echte handbalfamilie, opa, vader, moeder, allemaal speelden ze handbal. Zijn broer Jordy schopte het ook tot het Nederlands team. Bij Smits is zelfs het hele gezin international. Vader Gino Smits en moeder Cecile Leenen speelden interlands, broer Jorn is er vanwege een blessure nu niet bij en zus Inger Smits werd met de vrouwen wereldkampioen en speelde op de Olympische Spelen.

‘Ik sta met trots in haar schaduw’, zegt Kay over zijn zus. ‘Maar dat is wat we met de mannen ook willen laten zien. Dat we fantastisch handbal spelen, op een ontzettend hoog niveau.’

Betrouwbaar merk

Waar de Nederlandse handbalvrouwen na de successen zijn uitgegroeid tot een betrouwbaar merk, is dat bij de mannen nog lang niet het geval. ‘Onze handbalsters worden makkelijker opgepikt’, zegt Smits. ‘Omdat de clubs weten: dat is een Nederlandse, die hebben een goede jeugdopleiding, dan durven ze meer risico te nemen.’

De mannen zijn nog lang niet zover. Luc Steins is langzaam opgeklommen tot de Franse topclub Paris Saint-Germain, Smits speelt bij Magdeburg, nog enkele anderen spelen in de Bundesliga, maar de overigen op lager niveau.

‘Ik denk dat veel jongens op een andere plek hadden gespeeld als er in hun paspoort Zweden of Denemarken stond’, zegt Smits. ‘Dat is ook logisch, dat is hoe de handbalwereld werkt, maar ik hoop dat dit EK een beetje de ogen van de clubs internationaal opent.’

Met zijn eigen ervaring in gedachten heeft Baijens wel een tip voor jonge spelers. Ze moeten zich niet blindstaren op het niveau, maar zorgen dat ze veel spelen. ‘Of het nou in de eerste, tweede of derde Bundesliga is, dat maakt niet uit. En als je dan op een gegeven moment 26 bent dan kun je kijken hoe goed je echt bent.’

Als dat bij een aantal spelers lukt, hoopt hij dat Nederland op een volgend toernooi nog langer echt mee kan doen. ‘We moeten uiteindelijk veertien jongens op hetzelfde niveau hebben’, zegt hij. ‘Zodat we makkelijker door kunnen wisselen en zestig minuten vol gas kunnen geven. Nu lukt dat tegen de toplanden 30, 40 minuten. Maar ik denk wel dat we al hebben laten zien dat we met kleine, jonge gastjes een aardig spelletje neer kunnen zetten.’

Meer over