Het ei komt nooit meer uit

De spelers van het Nederlands elftal zijn vrijwel allemaal uit de nationale competitie verdwenen. Hun plaatsen zijn ingenomen door buitenlanders....

WILLEM VISSERS

HET Nederlandse voetbal overziend, en Co Adriaanse mag dat graag doen, ziet hij twee bedreigingen voor de nationale voetbalcultuur. Allereerst krijgen talentvolle trainers geen kans meer om in de top te werken. En hetzelfde geldt voor jonge spelers.

Adriaanse: 'Vijf topfuncties (Ajax, PSV, Vitesse, NAC en Twente) worden door buitenlanders ingenomen. Die trainers zijn niet slecht, maar het is wel een hele slechte zaak voor het voetbal.'

Want Adriaanse, voormalig docent, vindt dat Nederland de beste trainersopleiding van de wereld heeft en dus is het jammer dat Ten Cate, Spelbos en Rijsbergen, om er drie te noemen, zonder club thuiszitten, terwijl Jorge, Neumann en Meyer, om er weer drie te noemen, Vitesse, NAC en FC Twente trainen.

'De Nederlandse trainer is in staat om spelers beter te maken. Dat is typisch Nederlands. In Engeland bijvoorbeeld onderschatten ze trainingen. En wij zijn tactisch heel sterk. We denken niet in dogma's, maar kunnen op verschillende manieren spelen.'

Hiddink, Beenhakker, Van Gaal, De Mos en Reker zijn voormalige assistenten die promoveerden naar het hoofdtrainerschap en doorbraken. 'Tegenwoordig durven topclubs het kennelijk niet aan om trainers aan te stellen die op het hoogste niveau nog niet hebben bewezen dat ze kunnen functioneren.'

Dat verhaal gaat ook op voor jonge talentvolle voetballers die nog niet klaar zijn met hun opleiding. Ook zij krijgen geen kans in het eerste elftal.

Een oplossing zou het verlengen van de opleiding kunnen zijn. Het traject naar de top is door de jaren hetzelfde gebleven, maar de top vraagt steeds meer van de voetballer. Het spel is fysieker en sneller geworden, voor veel clubs is het aantal wedstrijden toegenomen. Dus is het zaak de opleiding aan te passen. 'Als het ei achttien jaar is, moet het in de broedmachine, maar daarin is geen plaats, waardoor het ei nooit meer uitkomt.'

Ajax was het beste voorbeeld: veel spelers die het eerste elftal net niet haalden, vertrokken naar het buitenland: Oulida, Van den Bergh, Wooter, Musampa. 'Ze gaan achteruit, hoor ik van Hans Dorjee, de trainer van Jong Oranje. Enerzijds gaan ze vóóruit omdat ze in een andere cultuur voetballen, maar ze leren niets meer op de training of ze spelen te weinig.'

Als voormalig directeur opleidingen van Ajax durft Adriaanse te stellen dat op de Nederlandse velden genoeg talent rondloopt, maar het eerste elftal blijft vaak buiten bereik.

'Vroeger had je een selectie van achttien spelers. Toen had je eerder kans op speelminuten. Nu bestaan de selecties uit 23 of nog meer spelers. De file voor de jeugdspeler is langer geworden. Daarom duurt het ook langer voordat hij in het eerste elftal in de etalage staat.'

Het kost nou eenmaal tijd om te wennen aan het hogere tempo in het eerste elftal, zoals een dorpeling even moet wennen aan het autoverkeer in Amsterdam of Parijs. Maar tijd hebben clubs niet meer, of ze nemen die niet meer.

Adriaanse pleit voor een intensievere opleiding. Talenten combineren voetbal vaak met school en trainen maximaal anderhalf uur per dag. Dat is te weinig. 'Durf voetbal belangrijker te stellen dan school. Als je talent hebt om VWO te halen en op je achttiende, negentiende jaar blijkt dat je het als voetballer niet redt, kun je altijd nog VWO doen via een avondstudie.'

Adriaanse denkt aan een opleiding tot beroepsvoetballer. Willem II zou een instituut kunnen zijn voor West-Brabant, PSV voor Oost-Brabant en Noord-Limburg. Vervolgens is het zaak een constructie te bedenken opdat het talent zeker tot zijn 23ste bij de club blijft.

Adriaanse is voorstander van het beperken van het aantal buitenlanders per club, om de Nederlandse talenten kunstmatig meer kansen te geven. Ondanks de bedreigingen voor 'de Nederlandse voetbalcultuur' - volgens Adriaanse aanvallend voetbal op de helft van de tegenstander, dominantie en een hoog technisch en tactisch niveau -, ziet hij de stroom talent nooit opdrogen.

'Want de productiemiddelen blijven altijd dezelfde. Een miljoen actieve leden, overal verenigingen in de buurt met prachtige velden, gediplomeerde trainers en goede competities.'

Willem Vissers

Meer over