columnwillem vissers

Het Deense elftal brengt een verhaal over geloof, hoop en liefde

Willem Vissers Beeld de Volkskrant
Willem VissersBeeld de Volkskrant

Bijna helemaal stil was het in Parken Stadion, maandagavond, toen duizenden Denen een lied aanhieven tijdens het duel met de Russen: Vi er røde, vi er hvide. Wij zijn rood, wij zijn wit. Het was een hoogmis van saamhorigheid.

De mooiste sport overstijgt de uitslag. Thuis in ’t Gooi kreeg Kenneth Perez kippenvel, want in Kopenhagen kwamen zoveel lijnen samen dat het een verhaal op zich was. Het in elkaar zakken van Christian Eriksen in hetzelfde stadion, tien dagen geleden tegen Finland. De relativiteit van sport als een van de hoofdrolspelers een hartaanval krijgt. De rol van Simon Kjaer als aanvoerder pur sang. Eriksens redding, zijn herstel, de opgestoken duim in het ziekenhuis, de wat ongelukkig verloren wedstrijd tegen België, en de met overtuiging gegrepen strohalm tegen de Russen.

Ze zongen, de Denen, toen de overwinning gestalte kreeg en de Belgen een handje hielpen door Finland te verslaan, toen drie punten genoeg bleken voor de tweede plaats in de groep en directe kwalificatie bij de laatste zestien. Normaliter zou schamper zijn gereageerd: met drie punten tweede worden in de poule, wat een armoede. Nu was het een geweldige prestatie: drie punten, terwijl sport allang niet meer belangrijk was, drie punten voor saamhorigheid. Heerlijk helder bier vloog door het zwerk. Het schot van Christensen voor de beslissende 3-1 was een kanonskogel, een saluutschot.

Perez noemt zichzelf nuchter. Wat gebeurde er met hem? Zijn zoon, die weinig geeft om voetbal, voelde de emoties ook. Zijn hele gezin. Op de avond van Eriksens ongeluk zat Perez in de studio bij de NOS. Zo rustig als hij bleef ondanks zichtbare droefenis. Hij sprak weloverwogen woorden, met de juiste intonatie, terwijl hij als extraatje het nieuws vertaalde. Thuis, diezelfde avond, voelde hij zich leeg, en maandag borrelden de emoties op.

Zoiets, incluis kippenvel, heeft hij niet zo vaak bij sport. Nu ging het vanzelf door de Deense ploeg, niet eens zo’n spectaculair elftal, zeker niet als Eriksen ontbreekt. Het is best een inwisselbare voetbalploeg, maar nu even niet, want dit is een speciaal elftal, door Eriksen en Kjaer, door Yussuf Poulsen en bondscoach Kasper Hjulmand, door het stadion in Kopenhagen en het publiek dat zong over rood en wit.

De mooiste zeges overstijgen de sport, want dit modale elftal kan volgens Perez qua populariteit wedijveren met de schitterende ploeg uit 1986, toen Denemarken de wereld bij het debuut op een WK kennis liet maken met Deens dynamiet op kicksen. Michael Laudrup en Jesper Olsen dribbelden langs woeste tackles uit Uruguay (6-1), wonnen en passant van de Duitsers en verloren in lichte euforie kansloos van Spanje (1-5), met Butragueno.

Natuurlijk, de Denen wonnen het EK in 1992, maar volgens Perez is die ploeg minder populair dan het elftal uit 2021, door het verhaal over geloof, hoop en liefde. Zo’n verhaal is altijd sterker dan een uitslag of 3-5-2. Zaterdag spelen de Denen in de achtste finales tegen Wales in Amsterdam, de stad waar Eriksen ontlook als voetballer en wie weet eens terugkeert, bijvoorbeeld als hij met een kastje bij het hart alleen nog in Nederland mag voetballen.

Ze hadden Perez gevraagd of hij het duel van Oranje tegen Noord-Macedonië wilde bijwonen in de Arena. Nee hoor. Maar maandag was hij op zoek naar kaarten voor Denemarken - Wales, vanwege het besef deel uit te maken van een verhaal dat groter is dan sport.

Meer over