InterviewIrene Schouten & Jorrit Bergsma

Het brandend verlangen naar natuurijs laat zich amper beteugelen door Schouten en Bergsma

Terwijl de marathonschaatsers Schouten en Bergsma zich voorbereiden op de WK schaatsen indoor, praat de rest van Nederland over natuurijs.

Jorrit Bergsma tijdens de eerste marathon op natuurijs in 2018 in Haaksbergen.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Jorrit Bergsma tijdens de eerste marathon op natuurijs in 2018 in Haaksbergen.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Het is buiten in de zon een enkele graad boven nul, maar bij de voorbeschouwing op de WK schaatsen indoor op het kunstijs van Thialf gaat het alleen maar over buitenijs, natuurijs. De twee echte marathonschaatsers in het Nederlandse langebaankorps, Jorrit Bergsma en Irene Schouten, krijgen online slechts vragen over hun gedachten over natuurijswedstrijden, bij voorkeur het NK over 100 kilometer.

De twee, een erkende diesel en een sprinter van naam, moeten er niet aan denken dat er uit vrees voor invallende dooi in het weekeinde gereden wordt, mochten de rijksoverheid instemmen en de vereiste bubbel op tijd van de grond komen. Ze zouden moeten kiezen tussen de langebaan en hun echte en eerste liefde, de marathon. ‘Een spagaat zou dat zijn. Maandag of dinsdag die wedstrijd, dat is wat mij betreft ideaal’, zegt Bergsma, in 2010 en 2012 Nederlands kampioen op natuurijs.

Die wensgedachte heeft Schouten eveneens. ‘Ik moet me er echt een beetje voor afsluiten. Minimaal tot en met zondag is de focus op de WK. Maar zondagavond gaat de knop om’, vertelt de prijzenpakker die een beperkt palmares kent op de bevroren meren.

De West-Friese schaatsster, actief op mogelijk vier nummers bij de WK afstanden, geeft toe dat ze pogingen doet de buitenwereld met al zijn heftige aanvallen van ijskoorts te blokken. Dat valt niet mee. ‘Want ja, alles wat ik hier in de bubbel van ons hotel bekijk en lees, gaat over natuurijs.’

Bergsma, zondag kandidaat voor de wereldtitel op de 10 kilometer, heeft dezelfde ervaring als zijn ploeggenoot. ‘Maar ik zeg: donderdag is mijn eerste wedstrijd (5 km) en daar moet ik mijn focus op houden.’

Ongelegen moment

Hij zegt ook te mijmeren over zware beproevingen op het Veluwemeer of de Belterwiede. Vorst, met alle Nederlandse opwinding daarover, komt altijd op het meest ongelegen moment. In het verleden werd de Fries voor een olympisch toernooi, zeker dat van 2014, geplaagd met de vraag wat hij zou doen als in die week van de Winterspelen de Elfstedentocht werd uitgeschreven. Naar huis, vulde iedereen voor hem in.

Zijn coach, Jillert Anema, riep immer dat zijn marathonploeg maar voor één wedstrijd echt trainde. Dat was het rondje Leeuwarden-Leeuwarden, langs tien andere Friese steden, over 200 kilometer.

Bergsma: ‘Nu het een paar nachten behoorlijk koud is en de lobby op gang is gekomen om op natuurijs te gaan rijden, begint het hart sneller te kloppen. Ik prees mezelf gelukkig met de langebaanwedstrijden van deze winter. Mijn teamgenoten van de marathon mochten niet rijden. Dat was behoorlijk zuur voor ze. Ik was zelf heel blij met deze WK afstanden. Maar als ze die NK natuurijs in het weekend organiseren, kom ik behoorlijk in dubio.’

Schouten spreekt haar teamgenoot na, als ze zegt dat marathonschaatsen haar grote liefde, haar eerste liefde is. Dit seizoen is ze vooral langebaanschaatser, gepolijste rondjes van 400 meter in iets van 30 seconden. ‘En daarin gaat het om techniek.’

Als er dan maandag een natuurijswedstrijd komt, dan zal ze haar techniek moeten omzetten. Ze wijst op een trip naar Zweden, twee jaar geleden nadat ze in Inzell wereldkampioen massastart (korte marathon) was geworden. ‘Dat Zweedse ijs beviel me heel goed. Het lijkt op Nederlands natuurijs.’

Ondergespoten baan

Na 2013 werd niet meer echt op natuurijs gereden. Hooguit op een ondergespoten betonnen baan. Zo was 2013 het laatste jaar van een soort van ‘kleine ijstijd’. Vijf jaar op rij kon om het Nederlands kampioenschap op natuurijs worden gereden: 2009 op de Oostvaardersplassen (Sjoerd Huisman en Carla Zielman), 2010 Midlaren (Bergsma en Maria Sterk), 2011 Belterwiede (Bob de Vries en Foske Tamar van der Wal), 2012 Emmen (Bergsma en Van der Wal), 2013 Veluwemeer (Christijn Groeneveld en Mariska Huisman).

Bergsma was de man om wie alles draaide in die wedstrijden. ‘Toen Groeneveld op het Veluwemeer won, hij was dat jaar heel goed, kwam dat mede omdat iedereen naar mij keek. Ik was de favoriet. Ik moest mijn titel verdedigen. Maar toen waren Groeneveld en Stroetinga weg, twee teamgenoten. In een pelotonsport weet je, zitten je maten in de kopgroep, dan moet je je in een dienende rol schikken.’

Bergsma heeft bij een eventueel NK marathon zeven teamgenoten, Schouten vijf. Als favorieten wensen zij zichzelf niet te bestempelen. Bergsma: ‘Ik heb wel meer ijsuren in de benen dan de anderen, uiteraard. Maar ik heb specifiek voor de langebaan getraind, veel kort werk. Mijn duurvermogen zal niet optimaal zijn.’

Schouten: ‘Ik heb heel anders getraind deze zomer. De basis is goed, maar mijn duurvermogen is net als bij Jorrit afgenomen. Maar het gaat er ook om dat je een heel goede dag hebt.’

Meer over