achtergrond

Het A4’tje van Cats betaalt zich uit in een overweldigende medailleoogst bij paralympics

Acht medailles in de atletiek, zeventien in het zwemmen, zestien in het wielrennen bij de Paralympische Spelen. Een uitvloeisel van het beleid, dat oud-chef de mission André Cats in 2008 formuleerde op één A4'tje.

Drievoudig paralympisch kampioen Rogier Dorsman. Beeld Reuters
Drievoudig paralympisch kampioen Rogier Dorsman.Beeld Reuters

Vijfentwintig keer moest premier Mark Rutte de voorbije twaalf dagen de telefoon grijpen en naar Tokio bellen met felicitaties voor een paralympisch atleet; vijftien keer meer dan tijdens de Olympische Spelen in diezelfde hoofdstad van Japan. De Nederlandse ploeg, maar 73 koppen groot, veroverde bij de Paralympische Spelen liefst 25 gouden medailles.

‘Drie keer kreeg ik premier Rutte aan de lijn, soms door het tijdsverschil zelfs in de Japanse nacht’, zei drievoudig paralympisch kampioen Rogier Dorsman zaterdag.

Dorsman, de visueel gehandicapte zwemmer (‘erfelijk netvliesprobleem en een oogzenuwaandoening’) was met triatleet en handbiker Jetze Plat de paralympiër die driemaal met Rutte sprak. Voor sporters die normaliter nauwelijks een regel in de krant krijgen, noch een minimale samenvatting op een sportkanaal, moet het haast een surreële ervaring zijn.

Uit de lange lijst met winnaars sprak het gelijk van oud-chef de mission André Cats. Cats, tegenwoordig technisch directeur van de zwembond, schreef in 2008, na de negentiende plaats op de Paralympische Spelen in Peking, een plan van één A4’tje. Het kwam erop neer dat buiten zaken als professionalisering, talentscouting, fulltime programma’s en salarissen er focus moest komen op drie sporttakken: atletiek, zwemmen en wielrennen. In rolstoeltennis was Nederland al de leidende natie.

Cats vertelde in de aanloop van Tokio 2020, uitgevoerd in 2021, dat geen plan in zijn werkzame leven zo goed had uitgepakt als dat A4’tje. Nederland heroverde zijn leidende positie uit het verleden in de parasport.

In 1976 was de nationale ploeg bij de Spelen van Toronto tweede in het medailleklassement met 86 medailles. Het waren de jaren dat een onnoemelijke hoeveelheid klassen werd ingericht voor het evenement, dat toen nog ‘de Olympische Spelen voor Gehandicapten’ heette. In 1980, Arnhem, waren er 101 medailles voor Nederland. Vier jaar later 135, goed voor de zevende plaats in de landenrangschikking.

Dat landenklassement heeft de paralympische sport in een wereldwijde concurrentiestrijd gestort. China is na de Spelen in eigen land, 2008, driftig gaan recruteren. Met de oogst van 207 medailles in Tokio werd de hegemonie van deze grootmacht bevestigd.

Of die overheersing niet te nadrukkelijk was geworden, was de vraag aan de Nederlandse ploegchef, Esther Vergeer. Ze zei dat ze vooral met haar eigen ploeg en de coronamaatregelen bezig was geweest. Oog voor de ontwikkelingen elders had ze niet kunnen hebben.

Ook Nederland zal internationaal de aandacht hebben getrokken. Het plan van Cats leidde na Peking (22 medailles, 19de plaats) tot een sterke positieverbetering. In Londen 2012 was de toptien bereikt: tiende met 39 medailles. Daarna volgde Rio, 62 medailles, goed voor de zevende plaats. Tokio was, met een kleinere ploeg (73 om 116) goed voor de vijfde plaats in het landenklassement: 25 goud, 17 zilver en 17 brons.

Het succes van het focusbeleid was af te lezen aan de acht medailles in de atletiek, de zeventien in het zwemmen en de zestien in het wielrennen (baan en weg). Atletiek en wielrennen leken inspiratie te hebben geput uit de verrichtingen van hun valide voorbeelden. Bij de Olympische Spelen van enkele weken geleden waren dat ook de twee succesrijkste takken.

Nederland was net als bij de Olympische Spelen het beste land van de Europese Unie. De focus op kwaliteit, soms moest een sporter tot de mondiale topvijf behoren om zich te kwalificeren, betaalde zich uit. Van de 73 paralympiërs gingen er 48 met een of meer medailles naar huis. Van de elf sporten waarin de nationale ploeg uitkwam, vielen er slechts twee tegen: badminton en boccia (petanque).

De integratie in de Nederlandse topsport sinds 2000, valide en para vallen onder dezelfde bonden, heeft zich twintig jaar later fors uitbetaald. In Parijs, in 2024, heeft de ploeg, dan normaliter nog steeds in handen van de kundige Vergeer, een hoge positie te verdedigen.

Personele bezetting verandert, maar soms op bijzondere wijze. De 20-jarige zwemster Chantalle Zijderveld, goed voor vijf medailles, stopt. De 30-jarige triatleet Jetze Plat wil zich in 2024 nog één keer bewijzen.

Meer over