Heimwee naar het coachloze paradijs

In de rust van Frankrijk - Brazilië verklaarde analyticus Youri Mulder dat de dodelijke saaiheid van de wedstrijd de schuld was van de coaches....

Ik was het helemaal met hem eens. ‘Alle coaches fusilleren!’, sms’te ik naar een vriend. Dat was, ik zeg het er direct maar even bij, ironisch bedoeld. Maar ik had als B-junior al zwaar de pest aan die schreeuwers langs de kant en dat is alleen maar erger geworden. Ik vind: alle macht terug aan de spelers, coaches in de rust thee rondbrengen en verder blaaskaken op elkaar. Coaches zijn – op een enkele uitzondering na – de pest van het voetbal.

Ooit moet in de sport het coachloze paradijs hebben bestaan. Ik neem tenminste aan dat bij de eerste voetbalwedstrijd niet direct zo’n opgefokt type in een lange jas de spelers stond uit te kafferen. De coaching had plaats ín het veld, door de speler met inzicht.

De ellende begon toen die speler te oud werd om zelf mee te doen, en verklaarde dat hij wel ‘coach’ wilde worden. Omdat niemand wist wat een ‘coach’ was en al helemaal niet tot wat voor ellende een ‘coach’ kon leiden, vond iedereen het best.

Daarna ging het met de coach als met de dokter. Dat was vroeger ook gewoon een charlatan die op de kermis willekeurig benen stond af te zagen. Tot hij in de gaten kreeg dat aanzien en geld binnenstroomden wanneer hij in het latijn over zijn werk begon en een praktijk met assistente inrichtte. Dat latijn is door de coach vervangen door abracadabra en de praktijk door het duurste model BMW, maar voor de rest is het hetzelfde.

De tactische geheimtaal is bedoeld om de argeloze voetballiefhebber ervan te overtuigen dat de coach bezig is met zeer ingewikkelde zaken, alleen te doorgronden door hoog-intelligente wezens, bij voorkeur in het bezit van het diploma Coach Betaald Voetbal. Zo beschermt de coach de markt. Hij weet ook wel dat het allemaal buitengewoon simpel is (voor de pot met die bal en uithalen) en meestal is hij helemaal niet geniaal maar hopeloos gestraald op de mavo, maar dat hoeft niet iedereen te weten want dat drukt de prijs.

Dus begint hij een complex verhaal over de punt naar achteren en kijkt hij daarbij de aangesprokene aan met een blik waaruit diepe minachting voor diens absurde gebrek aan tactische kennis spreekt. Ik doel hier inderdaad op Louis van Gaal en aanverwante coachtypes.

Om de absolute noodzaak van hun aanwezigheid verder te benadrukken, begonnen coaches successen naar zich toe te trekken en spelers de mislukkingen in de schoenen te schuiven. In de vrij simplistische voetbalwereld vond men dat wel logisch en zo werden de coaches de zwaar overschatte en overbetaalde alleenheersers van vandaag en de spelers hun ‘materiaal’.

En nu zitten we ermee. Sommige ouderwetse coaches houden nog een beetje van voetbal en laten een enkele beslissing (de inworp, het strikken van de veters) aan hun spelers over. Maar de meesten bedenken een uitgebreid tactisch strijdplan en vertellen de spelers tot in detail wat ze wel en niet mogen doen. Ze mogen in elk geval geen risico’s nemen. De moderne coach is een control freak, hij haat risico’s.

Dus dan krijg je dat zo’n coach van Argentinië gewoon Messi niet opstelt. Dat de coach van Brazilië toch maar weer kiest voor de jongens van 1998 en de coach van Engeland zijn elftal zo volstopt met tactiek, dat Rooney er tegen Portugal ook niets meer van begrijpt en maar eens een Portugees tegen zijn kloten schopt – dat snapt-ie tenminste.

Zit je wéér twee uur naar niks te kijken.

Ik ben dan ook blij dat de genoemde coaches in hun thuisland inmiddels volledig zijn afgebrand, en niet hun spelers. Daar kunnen wij nog iets van leren. Wij lopen flink achter, wat coaches afbranden betreft. Wij zijn braaf. Wij denken dat de gelukte kwalificatie het werk was van de coach en de wanprestatie bij het WK de schuld van de spelers. Daarom bieden we hem contractverlenging aan en denken we dat hij ons in 2008 wel even Europees kampioen zal maken.

Wij zijn naïef, wij geloven nog in coachsprookjes.

Bert Wagendorp

Meer over