Harkema leeft door het voetbal

Harkemase Boys doet nog volop mee in de strijd om de landstitel bij de zaterdagamateurs. Het hele dorp leeft mee met de club.

Van onze verslaggever Poul Annema

De dreun kwam hard aan in Harkema. Maar sneller dan de pijn van de nederlaag (1-0) tegen Rijnsburgse Boys was verwerkt, hadden de Harekieten de weg naar de bierpomp al weer gevonden. Daar vonden de Friezen troost in de vaste veronderstelling dat er in de strijd om de landstitel in het zaterdagvoetbal nog niets was verloren.

Gestunt hadden ze op Hemelvaartsdag met een daverende zege (4-1) op IJsselmeervogels, maar twee dagen later bleken in de thuiswedstrijd tegen Rijnsburgse Boys de opwinding en de emotie van die beladen dag in Spakenburg slecht verteerd. De vermoeidheid broeide in de schoenen van Jelmer Slager, met drie treffers de grote man bij Harkemase Boys tegen IJsselmeervogels, en het hoofd wilde wel, maar het lichaam haperde, concludeerde ook Alwin Kooistra, de ervaren verdediger bij de thuisclub.

‘Eigenlijk is het een schande zo’n wedstrijdplanning met, in de kampioenscompetitie van de amateurs, twee wedstrijden in drie dagen’, meende ook Kooistra. ‘Laten we maar echte kerels zijn’, suste trainer Henk de Jong het ongenoegen van zijn spelers ‘en erkennen dat we niet topfit waren, maar ook hebben verloren van een heel sterke tegenstander.

‘We strijden als kleine club tegen twee grote instituten in het zaterdagvoetbal. Donderdag is gebleken dat we goed kunnen meedoen, nu kwamen we in alle opzichten tekort. Dat is balen, maar we doen nog steeds niet mee om tweede te worden’

Pas tien minuten voor het einde viel de beslissing, toen invaller André van Egmond het overwicht van Rijnsburgse Boys bekroonde.

‘Schop ons maar in de hoek, we komen er altijd weer uit’, had voorzitter Pieter Spinder vooraf nog gezegd. ‘Door te vechten en te knokken, soms ook letterlijk. Deze streek heeft geleerd zich uit zijn underdogpositie te werken. In de jaren dertig heeft hier door de werkloosheid grote armoede geheerst. De mensen hebben geleerd voor zichzelf op te komen en die mentaliteit is hier nog steeds.’

‘Hier’ is het Friese Woudengebied, de Wâlden, in de schaduw van het meer stedelijke Drachten. Harkema is daar als een dorp met 4.000 inwoners – zo veel toeschouwers waren er zaterdagmiddag ook – uitgegroeid tot een aansprekende voetbalenclave. ‘Voetbal wordt in het dorp gegeten en gedronken’, zegt Alwin Kooistra, die twee jaar bij FC Groningen verbleef, maar de rest van zijn carrière bij Harkemase Boys doorbracht. ‘Voetbal is ons medicijn voor alle kwalen’, beaamt ook voorzitter Spinder.

Natuurlijk, het is de kracht van het dorp, maar ook de macht van het geld die op dit niveau, zelfs in een klein provinciedorp telt. Spinder: ‘In de overlevingsdrang van deze streek zijn mensen zelf kleine bedrijfjes begonnen. De club heeft vier grote sponsors, maar ook 190 kleine sponsors. Daarnaast hebben we de trouw van onze supporters. In de bouw van ons prachtige clubhuis zijn 5.500 vrijwilligersuren opgegaan, bij uitwedstrijden zijn onze supporters altijd in de meerderheid, bij elke uitwedstrijd worden we door meer dan 500 fans gevolgd.’

In die ambiance is Harkemase Boys uitgegroeid tot een bijzondere loot aan de stam van het amateurvoetbal. Het merendeel van de spelers heeft ervaring opgedaan in de B-selecties van betaald voetbalclubs.

En ook de trainer, Henk de Jong, een autodidact, is in deze gemeenschap uitgegroeid tot een man met groot aanzien. Na opgeleid te zijn door Foppe de Haan en Gertjan Verbeek bij Heerenveen, besloot hij twee jaar geleden het assistent-schap bij FC Groningen (naast Ron Jans) te verruilen voor een carrière in het amateurvoetbal.

Zaterdag kreeg hij de door zijn collega’s toegekende Rinus Michels Award als de beste trainer van het amateurvoetbal. ‘Een groot compliment voor de club, het bestuur en de spelers’, relativeerde hij zijn aandeel in de prestatie om de club in twee jaar van de eerste klasse naar het kampioenschap van de hoofdklasse te gidsen.

‘Het voetbalvirus brengt de mensen samen in Harkema. Het besef dat we elkaar allemaal nodig hebben is de basis van succes. Ik geloof in de bindende kracht van een club. Een eerste elftal mag nooit een club binnen een club worden. De spelers van het eerste elftal rijden hun vrienden van het vijfde elftal – gesponsord door profwielrenner Pieter Weening – door het dorp bij hun kampioenschap, de spelers van het vijfde elftal zijn vandaag stewards bij onze thuiswedstrijd. We zijn één met z’n allen door niet al te bijdehand te doen.’

‘De schok na de degradatie uit de hoofdklasse onder Fritz Korbach, twee jaar geleden, heeft precies een uur geduurd’, zegt voorzitter Spinder. ‘Toen wisten we al dat we ons terug zouden vechten. Dat is de waarheid die de sociale strijd van deze streek het voetbal heeft bijgebracht. ’

Meer over