Handbaltop krijgt nieuwe trainers

bekerfinales

Bij de mannen vertrekken zes van de tien trainers op het hoogste niveau, bij de vrouwen zijn het er zeven van de tien: een heuse trainerscarrousel.

Voor Björn Budding betekent de verloren bekerfinale tegen Volendam donderdag het afscheid van Aalsmeer. Straks in de kleedkamer schudt hij zijn spelers de hand en wenst hen succes. Dat is alles. ‘Daar moet je niet dramatisch over doen.’ En ach, het wereldje is maar klein. Hij komt hen nog wel tegen.

Vier keer per week van Den Haag naar Aalsmeer kost hem, naast zijn fulltime baan als gymleraar, te veel tijd. Een jaar slechts was hij belast met de technische leiding bij de landskampioen van 2009.

‘In principe is die tijd te kort. Je begint ergens aan. Er waren zes van de veertien spelers weggegaan, onder wie enkele belangrijke. Je moet nieuwelingen inpassen. Met heel jonge jongens zet je wat neer. Dan is het jammer dat je niet verder kunt.’

Budding (32) is niet de enige oefenmeester in de uit tien clubs bestaande eredivisie bij de mannen die dit seizoen vertrekt. Ook Alex Curescu (Hellas), Arthur Langedijk (HAR & O), René Romeijn (Quintus), Peter Portengen (E & O) en Christiaan Eppensteiner (Hurry Up) doen dat of hebben het al gedaan. Op het hoogste niveau bij de vrouwen laten zelfs zeven trainers hun club los.

De meeste stappen op omdat ze teleurgesteld zijn in de ambities of financiële mogelijkheden van hun club. Anderen kregen te horen dat de verbintenis werd beëindigd, omdat de prestaties tegenvielen en de club het met iemand anders wil proberen.

Een eenduidige reden voor de massale uittocht lijkt er niet te zijn. ‘Alles hangt van omstandigheden af’, meent Budding. ‘Wat is het voor club, hoe zit een trainer in elkaar, gaat het privé en qua maatschappelijke carrière samen? Er zijn trainers die minder of niet werken en van handbal afhankelijk zijn. Voor hen ligt het weer anders. In het algemeen gesproken is het lastig een houdbaarheidsdatum aan een trainer op te hangen.’

Handbaltrainers bewandelen een pad met valkuilen. Ze worden succesvol genoemd als hun ploeg goed presteert. ‘Maar wat is succesvol?’ aldus Budding. ‘Een voetbalelftal als Barcelona zal altijd hoog eindigen, ook met een minder goede trainer.’

Er spelen meer factoren een rol, vindt hij. ‘Een kampioenschap behalen of een beker winnen kun je succesvol noemen. Maar je moet ook kijken naar het spelersmateriaal. Zijn de spelers fit gebleven, wat is er allemaal gebeurd in een seizoen, hoe breed is de selectie? Dit soort zaken bepaalt of je uiteindelijk de plaats haalt die past bij het team van dat moment.’

Een trainer kan zijn voorkeur hebben voor een speelstijl, maar of hij die gaat introduceren hangt af van de clubcultuur. Bij Aalsmeer, waarmee Budding als speler drie landstitels veroverde en twee keer de nationale beker won, haakte hij in op het speltype dat de club al vele jaren hanteert. ‘Daarin kun je details veranderen, inbrengen of verbeteren, maar de boel natuurlijk niet radicaal omgooien.’

Essentieel is dat een trainer het vertrouwen geniet van al zijn spelers. ‘Dat is een kwestie van tijd’, zegt Budding. ‘Spelers moeten er open voor staan en de trainer zal er zijn best voor moeten doen. Als spelers zien dat wat jij als trainer voor ogen hebt, resultaat oplevert, gaan er bij hen wel lampjes branden.’

In de eindstrijd om de nationale handbalbeker op Hemelvaartsdag in het Topsportcentrum van Almere bijten zijn jongens zich als terriërs vast in de grotere en sterkere Volendamse verdedigers. Het is niet genoeg. De laatste wedstrijd van Budding bij Aalsmeer gaat met 30-25 verloren. Hij kan er vrede mee hebben. ‘Om van zo’n goede tegenstander te winnen moeten wij top spelen en zij een stukje minder. Dat zat er niet in.’

Zijn opvolger bij Aalsmeer is René Romeijn. Er wordt gesuggereerd dat Budding voor deze succestrainer moest plaatsmaken, maar betrokkenen ontkennen dat.

Straks, als trainer bij de vrouwen van het Haagse Hellas, wacht Budding een nieuwe uitdaging. Allerwege hoort hij dat het er bij handbalvrouwen anders aan toegaat dan bij de mannen. Zelf heeft hij er geen ervaring mee. Budding: ‘Ik wil ook niet bevooroordeeld zijn. Ik kan wel van alles roepen, maar ik weet niet of het zo is. Dat moet ik ondervinden. Waar het om gaat is, hoe graag wil je met elkaar ergens naar toe.’

Meer over