Handbal staat weer op de kaart

Handballers uit Nederland, dat waren slampampers die op het laatste moment altijd hun belangrijke wedstrijden verloren. Als het spannend werd, verloren ze het hoofd en konden ze zich weer voor het zoveelste jaar aansluiten bij de onderste regionen van het Europese handbal....

Van onze verslaggever John Volkers

In de zes duels van de kwalificatie voor de Europese titelstrijd van 2008 toonden de mannen van de bondscoaches Pim Rietbroek en Harrie Weerman plotseling een standvastigheid die opmerkelijk genoemd mag worden. Van achterstanden en tegenslagen raakten ze niet onder de indruk. Altijd weer keken ze naar de horizon waar nog veel in het verschiet lag.

Spelers die wegens werkzaamheden (bouwvakker Beers) niet mee konden, vliegvelden die vanwege mist gesloten waren, topspelers (Van Olphen en Schmetz) die de revalidatie van blessures voorrang gaven, mannen met hartritmestoornissen (Adams) en spelers met ontwrichte schouders (Tol), niets kon de nationale ploeg weerhouden van een positieve instelling en geloof in een goed resultaat.

Zondag kwam de beloning. Nederland plaatste zich in het uitpuilende halletje van Bevo in Panningen – ‘onze handbaltempel’, aldus de Limburgers – voor de tweede ronde van het EK-kwalificatietoernooi. Montenegro werd op 33-33 gehouden. In juni volgen twee play-off-wedstrijden voor de begeerde plaats in de eindronde.

De tegenstander in de tussenronde zal een van de Europese ploegen zijn die momenteel in Duitsland aan de wereldtitelstrijd deelnemen. ‘Slovenië, IJsland, Hongarije, dat soort landen’, voorspelde Nederlands beste handballer van dit moment, Fabian van Olphen.

Hij had zich voor de laatste wedstrijd aangemeld om mee te spelen. De handballer van de Duitse Bundesligaclub Magdeburg was hersteld van de aandoening aan zijn schouder, maar kampte nog wel met pijn aan de knie. Hij had zich eroverheen gezet. ‘De kans lag er nu om de play-off te halen. Als we kansloos waren geweest, had ik dit niet gedaan.’

Van Olphen werd vooral verdedigend ingezet, om de Montenegrijnen tegen te houden. Hij kon het lang aan, maar wilde na afloop de eer aan zijn ploeggenoten laten. ‘Zij hebben het verdiend. Zij hebben deze kwalificatie laten zien ook zonder mij te kunnen.’

De oorzaak van de Nederlandse doorbraak werd ook door Van Olphen benoemd: internationale ervaring. Bijna alle internationals spelen over de grens en kijken niet meer op van het theater dat Slavische handballers als die van Montenegro opvoeren.

Meer over