Postuum

Han Urbanus maakte honkbal groot, Loek Loevendie begeesterde tal van generaties

Het Nederlandse honkbal verloor afgelopen week­einde twee grootheden: Han Urbanus (93) en Loek Loevendie (88).

Voor aanvang van de wedstrijd komen de coaches, aanvoerders en scheidsrechters bijeen. Het wachten is nog even op de afgevaardigden van de Sullivans. Op de voorgrond de Nederlandse coach Charles Urbanus.  Beeld ANP
Voor aanvang van de wedstrijd komen de coaches, aanvoerders en scheidsrechters bijeen. Het wachten is nog even op de afgevaardigden van de Sullivans. Op de voorgrond de Nederlandse coach Charles Urbanus.Beeld ANP

De een leerde Nederland op zijn Amerikaans honkballen. De ander motiveerde tal van generaties de sport te beoefenen. Met het overlijden van Han Urbanus (93) en Loek Loevendie (88) verloor het Nederlandse honkbal afgelopen weekeinde twee grootheden. Urbanus overleed vrijdag in een verzorgingshuis. Een dag later meldde honkbalclub Amsterdam Pirates het overlijden van Loevendie.

Han Urbanus begon in de jaren dertig met honkballen, nadat de Amsterdamse voetbalclub OVVO een honkbaltak had opgericht. Hij bleek getalenteerd. Met name als werper. Als 15-jarige debuteerde hij in de hoofdklasse.

Toen een Nederlandse Amerikaan op vakantie in zijn geboorteland Urbanus live in actie zag, nam hij meteen contact met een vriend in de VS; de eigenaar van Major Leagueclub New York Giants (nu San Francisco Giants). Urbanus mocht in 1952 vervolgens met de Giants meetrainen in de voorbereiding op het seizoen. Hij was de eerste Europese honkballer die naar de VS trok.

Er ging een wereld voor hem open. Urbanus ontdekte onder meer dat de Nederlandse honkbalspelregels iets te streng waren vertaald vanuit het Amerikaanse regelboek. Werpers hoefden bijvoorbeeld helemaal niet de hele tijd hun achterste voet op de werpplaat te houden, zoals hij had geleerd.

Loek Loevendie. Beeld Amsterdam Pirates
Loek Loevendie.Beeld Amsterdam Pirates

Nieuwe werptechnieken

Via die nieuwe stijl kon hij veel harder gooien en leerde hij tal van nieuwe werptechnieken. Met een dagboek vol aantekeningen, foto’s en een instructiefilm keerde Urbanus terug in Nederland. Hij trok langs clubs in het gehele land om zijn opgedane kennis te delen.

Na zijn trainingsstage werd hij vijf keer verkozen tot beste werper van de Nederlandse competitie. Tot 1965 speelde hij voor het Nederlands team en de familie Urbanus groeide uit tot Nederlandse honkbaladel: Urbanus’ zoon Charles en kleinzoon Nick speelden ook voor het Nederlands team.

‘Het begon allemaal met Han, hij was echt een pionier’, zegt Tjerk Smeets, technisch directeur van honkbalbond KNBSB. ‘Ik weet ook niet of het Nederlands honkbal van zo’n hoog niveau zou zijn als Han er niet was geweest. Hij heeft zijn talent kunnen overdragen aan een hele generatie. Niet voor niets werd Nederland met hem zeven keer op rij Europees kampioen.’

Bij een van die EK’s waarop Urbanus schitterde, in 1958, raakte Loek Loevendie op de tribune betoverd door de sport. Samen met drie vrienden van de Amsterdamse voetbalclub RAP besloot hij een jaar later de honkbalafdeling van de club nieuw leven in te blazen. Die was na de Tweede Wereldoorlog opgeheven, omdat meerdere leden de oorlog niet hadden overleefd.

Loevendie moest in diezelfde oorlog Amsterdam ontvluchten vanwege de Hongerwinter. Hij werd opgevangen op een boerderij in het dorpje Wanneperveen in de kop van Overijssel. Na de oorlog keerde hij terug naar ‘zijn’ stad, waar hij bij RAP als 16-jarige al jeugdtrainer werd. Bij de nieuwe honkbaltak stortte Loevendie zich op het werven en trainen van jonge honkballers.

Befaamde woensdagmiddagtrainingen

Op alle mogelijke manieren poogde hij kinderen enthousiast te krijgen voor de sport die relatief lastig te verkopen is in het voetbalgekke Nederland. Loevendie plaatste advertenties en begon met zijn befaamde woensdagmiddagtrainingen, waarin het voornamelijk draaide om plezier. ‘Iedereen was welkom op die trainingen’, zegt Tjerk Smeets. ‘Ongeacht of je op honkbal zat of bij welke club je speelde. Als je zin had, mocht je meedoen. Zo is in Amsterdam een honkbalbolwerk ontstaan.’

In de jaren zeventig scheidde de club zich als Amsterdam Pirates af van de voetbalvereniging. In 1987 werden de Pirates voor het eerst landskampioen. Smeets: ‘Als je telt hoeveel spelers die onder Loek zijn begonnen uiteindelijk in de hoofdklasse of het Nederlands team zijn terechtgekomen, kom je uit op een ongelofelijk aantal.’

Pas in 2013 stopte Loevendie als jeugdcoach. In 2019 vernoemden de Pirates het eigen complex naar Loevendie. De afgelopen jaren was hij er nog bijna dagelijks te vinden, steevast met een Pirates-pet op. Iedereen kende ‘Ome Loek’, zegt Smeets. Andersom kende Loevendie iedereen. Afgelopen weekeinde sprak Smeets nog met voormalig Major League-speler en tegenwoordig AZ-directeur Robert Eenhoorn over Loevendie.

Smeets: ‘Hij noemde Loek een bijzondere man voor de honkbalsport, maar vooral een prachtig mens. Zo is het. Hij haalde mijn vader (sportjournalist Mart Smeets, red.) al op met zijn brommer om hem bij RAP naar de voetbaltraining te brengen. Hij heeft hele generaties geïnspireerd om te gaan sporten, met een besmettelijk enthousiasme.’

Volgens Smeets moet er daarom vooral met een glimlach worden teruggekeken op de levens van zowel Loevendie als Urbanus: ‘Het was misschien een triest weekend met het overlijden van Han en Loek. Maar als je kijkt naar de kennis, kunde en wat ze achterlaten, moeten we dat gewoon vieren.’

Meer over