Hamburger bijt zich vast in skiff

Snelheid maken op de rechte stukken, niet te veel verliezen in de bochten. Dat is het winnende recept bij de Skiffhead, zo bleek zondag weer op het 7,5 kilometer lange Amstel-parcours....

Van onze roeimedewerker Anne de Lange

Maar een man van precies 72,5 kilo was de 100 kilo zware Hamburger ruim tien seconden te snel af: lichtgewicht Jaap Schouten, roeier van het Leidse Njord. ‘Ik pas zowat tweemaal in hem’, zei Schouten vol ontzag. Schouten is recent geselecteerd voor de beoogde olympische lichte vier, en wil het dit jaar gaan proberen in de WK-skiff voor lichtgewichten.

De pezige Leidenaar was zowel beduusd als blij door de klap die hij aan de zwaargewicht had uitgedeeld. Die tik was ongeveer net zo onverwacht als die van Hamburger bij zijn debuut in de skiff in 2004, toen hij de olympische kandidaat Lippits op de Bosbaan versloeg. Toen was Hamburger zo blij als een kind.

Zondag reageerde Hamburger laconiek. ‘Kennelijk klopt het wat Frans Göbel zegt over de Skiffhead: meer een wedstrijd voor lichte mannen dan voor een zware zoals ik’, aldus Hamburger. Pijnlijk werd het toen hij van de wedstrijdleiding per abuis de beker in zijn handen geduwd kreeg. Oud-winnaar Göbel greep eigenhandig in, verloste Hamburger van de trofee, las de ceremoniemeester de les, en reikte de beker alsnog uit aan een bedremmelde Schouten.

Voor Hamburger telt de Skiffhead niet echt. De solist richt zich dit jaar op zijn olympische kwalificatie. Dat kan in Luzern, als hij daar bij de beste zes eindigt. Het kan ook later dit seizoen als hij bij de WK ten minste achtste wordt. Dat lijkt haalbaar. ‘Ik schommel nu ongeveer tussen plaats zes en acht van de wereld’, zegt Hamburger.

Hij stootte al tweemaal zijn neus tegen de glazen muur die zijn concurrenten voor hem om de WK-finale hebben gelegd. In 2005 en 2006 bereikte hij de eindstrijd niet en werd hij achtereenvolgens eerste en tweede in de troostfinale. Dit jaar waant de Utrechter zich sterker dan ooit. De trainingstijden zijn nog nooit zo scherp geweest.

Hamburger is zich ervan bewust dat hij niet de gemakkelijkste weg heeft gekozen. Nederland heeft na Jan Wienese (1968, goud) geen skiffeur meer gehad die ook maar in de buurt kwam van een olympische medaille. Voor ploegen geldt een ander verhaal. In totaal negen medailles scoorden de Nederlandse roeiers bij de laatste drie Spelen, waaronder een gouden, behaald door de Holland Acht in 1996.

Hamburger kan dan ook best begrijpen dat bondscoach Mark Emke laatst bij hem aanklopte om voorzichtig te informeren naar de omstandigheden waaronder hij zou willen deelnemen aan een ploeg. Want Hamburger is een voortreffelijke solist, maar kan ook prima in een team opereren. Maar hij sloot beleefd de deur voor Emke en bijt zich vast in zijn soloproject.

Koen van Nol, topsportcoördinator van de roeibond, ondersteunt de skiffambitie van Hamburger. ‘Die jongen traint keihard. De bond ondersteunt hem dit jaar van harte.’ Van Nol bestrijdt de kritiek dat de bond er niet naar streeft een serieuze ploeg voor olympisch goud te formeren.

‘De vier-zonder-stuurman doet altijd mee voor de medailles. Dit jaar is Emke helemaal vrijgemaakt om die boot te coachen. Natuurlijk is het zo dat de Britten hun beste boot juist in die klasse hebben. Die verliezen weinig.’ Dat weet Emke ook. Vorig jaar zou de coach zijn goocheldoos openen om de Britten te verslaan. De truc bleef uit. Nederland behaalde brons, terwijl in 2005 nog zilver werd gewonnen.

Een krachtenbundeling van de beste roeiers in de acht ziet Van Nol voorlopig niet gebeuren. ‘Dat willen de roeiers van de vier niet, en Hamburger ook niet.’

Niettemin erkent hij dat Hamburger de sleutel bij zich kan dragen tot een gouden medaille in bijvoorbeeld de acht. ‘Als hij wel wil meedoen, dan willen de anderen wellicht ook. Maar dat is speculeren. Eerst moeten de WK nog worden gehouden. En daarna zien we verder.’

Volgens het gouden recept van de Holland Acht is de bond dan te laat. Die ploeg zat al jaren bij elkaar, voordat het team genadeloos toesloeg. Eerdere ‘last-minute-roeitripjes’ hebben tot hooguit zilver geleid.

Meer over