Haarlem omarmt Van 't Klooster

haarlem Met luid gejuich en een daverend applaus wordt Dirk van ’t Klooster verwelkomd als hij het veld opstapt om aan zijn eerste slagbeurt te beginnen....

Ruim een jaar geleden nam Van ’t Klooster, op dat moment recordinternational met 211 interlands, afscheid van de nationale ploeg. Hij was afgeknapt op de Amerikaanse bondscoach Rod Delmonico. ‘De lol in het spelletje was verdwenen. Met tegenzin ging ik naar trainingen en wedstrijden.’ Hij probeerde het nog wel even, maar de situatie bleef zoals die was.

‘Ik vond dat Delmonico niet netjes met me omging’, blikt Van ’t Klooster (34) verder terug. ‘Hij was een collegecoach. Dat merkte je in alles. Ik heb een vrouw en twee kinderen. Hij ging met me om alsof ik een jochie van 18 was. Ik heb te veel meegemaakt om zo te worden behandeld.’

Vorig jaar in de aanloop naar de World Baseball Classics zat Van ’t Klooster vooral op de bank. Nadat hij in het verloop van een oefenwedstrijd eindelijk mocht opdraven, werd hij net voordat hij het slagperk zou betreden alweer gewisseld. Gekrenkt besloot hij even later zijn interlandcarrière te beëindigen.

Nadat Delmonico na een jaar onverwacht vertrok en werd opgevolgd door zijn landgenoot Jim Stoeckel, twee keer eerder ook al bondscoach in Nederland, was de weg voor Van ’t Klooster vrijgemaakt voor een terugkeer. ‘Ik dacht: waarom zou ik het niet doen? Nu is het goede gevoel er weer. Stoeckel gaat op een prettige manier met mensen om. Hij praat met me, stelt me op mijn gemak. Ik kom vroeger naar de trainingen om extra slagbeurten te doen. Ik heb weer plezier om te honkballen.’

Onder het eerbetoon dat hem in Haarlem vroeg in de wedstrijd tegen Taiwan ten deel valt, voelt Van ’t Klooster zich ongemakkelijk. Vier slagbeurten leiden slechts tot één vrije loop naar het eerste honk. In het rechtsveld behoeft hij maar een keer handelend op te treden. Het is een gezapig duel dat pas in de slotinning los komt, als Bryan Engelhardt de bal over de omheining slaat.

De Nederlandse ploeg moet het doen zonder spelers uit de Amerikaanse profcompetities. Die worden voor zo’n toernooi niet door hun clubs vrijgegeven. Zodoende kan bondscoach Stoeckel nu ook een aantal jongeren testen.

Van ’t Klooster is onder het honkbalvolk vooral geliefd vanwege zijn nimmer aflatende inzet. Aan slag is hij onberekenbaar. Menig keer raakt hij de bal een fractie te vroeg of te laat, maar door zijn snelheid slaagt hij er niet zelden in toch veilig op het eerste honk te arriveren.

Zijn aangooien vanuit het buitenveld zijn befaamd en hij beheerst de kunst om raak te slaan op momenten die daarom vragen. ‘Een kwestie van concentratie’, noemt hij het. Tijdens de Spelen van Sydney in 2000 was hij de beste rechtsvelder en bij het WK van 2005 werd hij uitgeroepen tot de beste defensieve speler.

Op de tribunes zitten scouts van Amerikaanse Major League-organisaties. Tot nu toe zijn ze niet onder de indruk van wat ze hebben gezien. In de aflevering van 2008 was dat anders. Stephen Strasburg, pitcher van Team USA, was toen onbespeelbaar voor zijn tegenstanders. Hij tekende een contract van 15 miljoen dollar bij de Washington Nationals en maakte onlangs een veelbelovende start in de Major League.

Lang geleden werd Van ’t Klooster een kans geboden prof te worden in Amerika. Maar hij werd afgetest door de Montreal Expos. Niet voldoende hitting-power, was het oordeel van hoofdscout Fred Ferreira destijds. In Noord-Amerika moet een buitenvelder vooral homeruns kunnen slaan, maar Van ’t Klooster is geen krachtpatser van wie met regelmaat zulke klappen kunnen worden verwacht.

De Haarlemse honkbalweek moet vooral zijn toernooi worden. Hij wil er niet van weten dat de sportieve belangen gering zijn. ‘Kom nou, de eer van het Nederlands team staat op het spel. Je moet voor je eigen land, je eigen publiek mooie wedstrijden neerzetten. Je moet goed presteren. Hier kun je je meten met buitenlandse ploegen. Dan weet je waar je staat. Volgende maand gaan we naar het EK. Dit is een goeie voorbereiding.’

Meer over