Groepsgevoel onder zware druk

Bert Goedkoop (41) is er tijdens het Europees Kampioenschap niet in geslaagd zijn ploeg naar de halve finales te leiden....

ZIJN STEM, toch al aangetast door de griep, kan het gejoel van enkele uitzinnige supporters nauwelijks overschreeuwen. Maar Bert Goedkoop (41) beheerst meerdere talen. Woedend pakt hij een speelster bij haar schouder, priemt zijn vinger in haar richting, schudt zijn korte donkere krullen woest heen en weer en wendt zich plotseling demonstratief naar het publiek.

De onmacht van de volleybalcoach tijdens het Europees kampioenschap is groot. Hij weet zijn speelsters, lamgeslagen door de pech die de ploeg dit seizoen achtervolgt, nauwelijks meer voor de laatste poulewedstrijden te motiveren. De ploeg wil het liefst zo snel mogelijk naar huis. Weg van het sombere Tsjechië, weg van de ellende van het EK.

Twee jaar geleden in eigen land nog bejubeld door duizenden fans, nu uitgelachen door de allerkleinste volleyballanden. Nooit eerder was de terugval zo groot. Iedereen blijkt opeens van de Nederlandse ploeg te kunnen winnen.

'Natuurlijk komt dat heel hard aan wanneer je de laatste keer als winnaar hebt meegedaan, maar er zijn genoeg oorzaken voor het verval aan te wijzen', zegt Goedkoop. 'We hebben dit jaar durven investeren in de toekomst, je bent bezig met het ontwikkelen van een jong team. En als de ervaring díe je nog hebt wegvalt door blessures dan weet je dat je het heel erg moeilijk gaat krijgen.

'Hoe teleurstellend dat voor mijzelf is, vind ik niet belangrijk. Ik moet me bezighouden met het inpassen van nieuwe speelsters. Elles Leferink speelt dit jaar voor het eerst als passer-loper, daardoor moest ik een nieuwe libero inpassen, Fleurke viel weg op de middenpositie, noem het allemaal maar op.

'Ondanks die problemen weet ik dat we de kwaliteit hebben om met de bovenste vier mee te kunnen doen. Maar dan moet je wel op je top kunnen spelen en dat hebben we niet gedaan. We kunnen beter dan we nu hebben gedaan. De top is hoog genoeg, alleen ons bodemniveau is bij gebrek aan stabiliteit erg laag.

'De kwaliteit en het talent is aanwezig, maar we zullen geduld moeten hebben. Iedereen is ervan overtuigd dat we uit zullen komen op het punt dat ons voor ogen staat. We kunnen heel veel, maar op momenten dat het tegenzit is het de vraag of je op de been blijft. Bij ons zit nu wel erg veel tegen.

'De blessure van Leferink was voor mij ook een breekpunt. Dat was vrij dramatisch. Je gaat twijfelen, wat gaat voor? De zorg voor een mens met wie je al heel lang omgaat of de sport. Sport is dan niet meer zo belangrijk; waar het om gaat is hoe de groep het opvangt. Zeker in díe wedstrijd. Wij hebben een team dat op zo'n moment zegt: we zijn uitgespeeld.

'Je probeert de ploeg nog op de been te houden met wissels en time-outs, maar zelf heb je ook in je hoofd dat de wedstrijd niet zo belangrijk meer is. De emoties zijn er niet naar. Dat is niet meer dan menselijk. Als je dat niet hebt, heb ik mijn twijfels of je sociaal wel geschikt bent om in een team te kunnen functioneren.

'In het team heerst sterk het gevoel dat het dit jaar blijkbaar niet mag. Het ene ongeluk stapelt zich op het andere. Nu overheerst ook het gevoel dat we onze portie wel gehad hebben.'

Niet alleen blessures speelden een belangrijke rol in de misère. Ook een verstoorde vertrouwensrelatie tussen enkele speelsters bleek grote invloed te hebben op de prestatie. Goedkoop moest tot het uiterste gaan om de groep bij elkaar te houden, maar hij geeft toe niet geheel in die opzet te zijn geslaagd. De twee-eenheid tussen Ingrid Visser en Riëtte Fledderus was volledig zoek.

Zelf was Goedkoop ook niet gelukkig met de keuze van Visser om in de Braziliaanse competitie te gaan spelen, maar dat vooral omdat het moment waarop ze de ploeg daarover informeerde uiterst ongelegen kwam. Bovendien had ze vlak daarvoor nog toegezegd bij de nationale ploeg te willen blijven. Zijn teleurstelling liet hij haar duidelijk voelen tijdens de trainingen: hun contact is nu zelfs nog puur zakelijk.

'Ik kan haar keuze wel begrijpen, het is altijd een droom van haar geweest om daar te spelen. Net zo goed als ik er begrip voor zal hebben als een speelster er na een half jaar achter komt dat een fulltime programma niet is wat ze precies wil. Je werkt nu eenmaal met een heel jong team en speelsters hoeven niet altijd begripvol te zijn. Die doen de dingen nog op gevoel.

In de zomer heb ik veel met Ingrid over Brazilië gesproken. Ik stond er ten dele achter, hoewel ik mijn twijfels had of ze, als mens en als speelster, volwassen genoeg is voor dit avontuur. Daar hebben we rustig over gesproken tot ze zelf die optie liet vallen en zei: oké, ik ga mee in het winterprogramma. Naar aanleiding daarvan heb ik natuurlijk mijn plannen gemaakt. En als ze daar dan op terugkomt, is dat teleurstellend.

'Daar kan ik Ingrid niet meer bij helpen. Ik kan het begrijpen, maar intern levert het problemen op en die moet ik oplossen.

'Daar heb ik mijn energie in gestoken. Het is mijn taak om de beste speelsters in het veld te zetten en die samen optimaal te laten functioneren. Daar werk je een hele zomer aan. Dit probleem is op zo'n korte termijn ontstaan dat juist dat laatste aspect van samenwerken enorm onder druk is komen te staan.

'Ik heb de ploeg de afgelopen vijf weken bij elkaar weten te houden, terwijl de teleurstelling over haar keuze heel groot was. Ook bij mij, maar dat is niet zo belangrijk. Of Ingrid na de winter terugkeert, is afhankelijk van het team. Natuurlijk is het ook mijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat die mogelijkheid open blijft, maar je hebt niet alles onder controle. Je blijft met mensen werken; mensen met een eigen wil en met hun eigen emoties.

'Ze accepteren bepaalde keuzes wel, maar niet als je daar op terug komt. De rest maakt ook keuzes, je maakt samen afspraken. Topsport betekent nu eenmaal dat er extreme keuzes worden gemaakt en dan is de samenhang binnen het team heel belangrijk. Dat zet individuele mensen onder druk. Groepsgevoel bouw je samen op, omdat je weet dat je dat nodig hebt om samen goed te presteren. Dat heet teambuilding.'

VISSER VOELDE zich onder druk gezet door Goedkoop, die haar met een overtuigend verkooppraatje aanvankelijk voor de groep wist te behouden. Maar volgens de bondscoach legde zij zichzelf die druk op.

'Ik weet dat ik naar buiten toe dominant overkom, maar dat is niet zo interessant. Als de speelsters mij uiteindelijk maar begrijpen dát is het enige wat belangrijk is.

'Aan de ene kant moet je ze de weg wijzen en aan de andere kant moet je veel dingen aanreiken, zodat ze zich zelf verder ontwikkelen. De balans daarin is niet eenvoudig te vinden en die wordt door de één beter opgepakt dan door een ander. Het is moeilijk om van de buitenkant af te zien hoe een coach met zijn spelers werkt. De buitenwacht ziet alleen momentopnames.'

Hoewel Goedkoop - als speler en als coach inmiddels al ruim twintig jaar bij het volleybal betrokken - altijd heeft volgehouden niet zijn hele leven in een sporthal te willen slijten, gaat het er aardig naar uitzien dat dit wel gaat gebeuren.

Vier jaar geleden nam de toenmalige assistent-trainer het roer over van Peter Murphy, na het eveneens dramatisch verlopen EK in Brno. Voorlopig heeft hij zich tot aan het jaar 2000 aan de ploeg verbonden.

Zijn interesse voor the road to Sydney werd gewekt door de speelsters die in Atlanta vijfde werden, daarna de mannen eerste zagen worden en dachten: dat willen wij ook. 'Dat verraste ons. Zij wisten dat heel sterk op ons over te brengen. Toen hebben we plannen gemaakt hoe we dat op de lange termijn wilden begeleiden. Mijn eigen gedrevenheid speelt daarbij een mindere rol.'

Van Goedkoop, één van de initiatiefnemers van het Bankrasmodel, wordt verondersteld dat hij dat model ook voor de vrouwen heeft willen kopiëren. 'Elke vergelijking met het Bankrasmodel gaat mank. Ik verbied speelsters niet in het buitenland te gaan spelen, maar ik denk wel dat het voor de ontwikkeling van enkele speelsters beter is om nog een jaar met deze ploeg te trainen.

'De ideeën zijn van de speelsters zelf. Zij kwamen met een ontevreden gevoel naar mij toe en wilden absoluut niet meer bij de club spelen. En met dat ontevreden gevoel moet je als bondscoach wat gaan doen, anders vertrekken ze naar het buitenland. Misschien wel naar een club van bedenkelijk niveau en dat is schadelijk voor onze ontwikkeling.

'Dat het nu wat tegen zit hoort bij de ontwikkelingsfase van het team. Maar we hebben de afgelopen jaren natuurlijk wel zo'n band geschapen, de speelsters en ikzelf, dat je weet dat dit nog niet is afgerond. Dat is de drive van de speelsters, maar ook van mij. We hebben onze top nog lang niet bereikt.'

Meer over