GRIJP HEM

Veel ouderen zijn bang slachtoffer te worden van criminaliteit. In Amsterdam begon de politie vier jaar geleden de succesvolle campagne 'Senioren en veiligheid', die nu door bijna alle politieregio's in Nederland is overgenomen....

door Ineke Jungschleger

LOPEN ZE naar de tram toe, gearmd met z'n tweeën, tassie in de hand. Babbeldebabbel, weet je wel, mij hebben ze niet in de gaten. Pak ik hun tassie en wham, meteen krijg ik een klap met die andere arm. Zijn ze kwaad als ze zien dat ik het ben, maar dan zeg ik: nou weet je dat je het kan.'

Alfred Maatman (53), leraar judo en jiujitsu, geeft les in zelfverdediging aan vrouwen die zijn moeder zouden kunnen zijn. 'Niet doorvertellen dat ik weleens die truc uithaal met dat achternalopen', grijnst hij. Er wordt veel gelachen in zijn lessen. De dames mogen alle grepen op Alfred uitproberen.

De aanvaller ontregelen met korte, verrassende bewegingen is de kern van zelfverdediging. Oude mensen moeten het niet hebben van kracht, maar van de juiste truc op het juiste moment. De duimen, bijvoorbeeld, zijn zeer gevoelig. Er is weinig kracht voor nodig om een greep ongedaan te maken als je weet hoe je de duim van de tegenstander moet vastpakken. Annie ter Mul (80): 'Ik zie op straat weleens jongens mekaar aanvallen en dan denk ik: pak die duimen, het is toch zo simpel, dan ben je meteen van hem af.'

Ter Mul is een kwieke, kleine vrouw die eerder 60 lijkt dan 80. In de les is zij de rechterhand van Maatman. Annie doet de cusus al voor het vierde jaar en is het bemoedigende voorbeeld voor alle beginners. 'Als iemand z'n handen op je keel zet, moet je niet die handen pakken, want die heeft ie nodig, dus daar is ie op geconcentreerd. In zo'n geval geef je een flinke stoot in zijn kruis, met je hand of met je knie. Alfred zegt altijd: ''Je geeft hem een flinke klap in zijn klokkenspel.'''

De trap en de greep in het kruis zijn de enige gebaren die niet op de leraar geoefend mogen worden. Maatman: 'Ik leer ze wél hoe ze dat moeten doen. Als je flink in je kop geknepen wordt, is in het kruis grijpen een mooie techniek om los te komen. Het is voor mensen die niet bijzonder goed getraind zijn in die situatie ook eigenlijk het enige wat ze kunnen doen.'

Veel ouderen zijn bang voor geweld, beroving, of andere vormen van bedreiging. Vier jaar geleden bleek uit onderzoek dat liefst 55 procent van de 55-plussers in Amsterdam vreesde slachtoffer te worden van criminaliteit of een ongeval, en dat 21 procent dat ook geworden was. De Amsterdamse politie begon daarom onder leiding van commissaris Theo Stallmann de campagne 'Senioren en veiligheid', die beoogde de onveiligheidsgevoelens te verminderen door inzicht te geven in de werkelijke omvang van de criminaliteit in de eigen wijk.

In alle wijkteams van de gemeente zijn de afgelopen jaren agenten opgeleid die zich bezighouden met de veiligheid van ouderen. Ook wordt, in samenwerking met thuiszorgorganisaties, voorlichting gegeven over zaken als veilige sloten en weerbaar gedrag. De politie maakt in dit kader veel reclame voor de campagne 'Meer bewegen voor ouderen', waarvan de cursus weerbaarheid van Maatman een onderdeel is.

Het project 'Senioren en veiligheid' is inmiddels succesvol gebleken: de angst voor criminaliteit was twee jaar geleden gedaald naar 44 procent, en het daadwerkelijke aantal slachtoffers naar 11 procent. De campagne is daarom al overgenomen door 18 van de 25 politieregio's in Nederland.

De deelnemers aan de lessen voor 50-plussers die Maatman geeft in een Amsterdams buurthuis, hoeven zelf maar tien gulden te betalen voor een cursus van tien maal een uur 'weerbaarheid'. Het ZAO, het grootste ziekenfonds in Amsterdam en omstreken, beloont alle verzekerden boven de 50 die iets aan 'bewegen voor ouderen' doen door het geld voor de cursus terug te betalen.

'Het scheelt het ziekenfonds een hoop geld als oude mensen minder vaak iets breken', zegt Ter Mul. 'Het mooie van zelfverdediging is dat je je lichaam leert beheersen. Je kunt ook leren vallen. Als ik uitglij, val ik goed.' Ter Mul ging op haar 55ste een keer naar een karate-school. Naast de korfbal- en de operettevereniging had ze als huisvrouw best tijd voor 'iets nieuws'.

Karate bleek haar sport niet, 'want daarin gaat het om de klappen en de wedstrijd'. Maar de lichaamsbeheersing in judo en jiujutsi trok haar aan. Ze bracht het tot de zwarte band, maar toen ze 75 werd, mocht ze niet meer meedoen met de club waarvan ze lid was. 'Een jaar later las ik in het stadsblad dat er een cursus zelfverdediging voor ouderen kwam. Toen heb ik me meteen opgegeven, want ik wil het graag bijhouden.'

Tiny Heres (73), die in de lift van haar galerijflat een pistool op haar hals gedrukt kreeg, was met zelfverdedigingsgrepen niet weggekomen. 'De vinger aan de trekker van een pistool is altijd sneller dan jouw beweging', waarschuwt Maatman zijn cursisten. 'Als iemand met een pistool of een mes op je afkomt, kun je maar het beste meteen je portemonnee afgeven. Dan hebben ze wat ze hebben willen en nemen ze snel de benen.'

De twee jongens die Heres belaagden, maakten zich bij de volgende stop van de lift inderdaad meteen uit de voeten. 'Eén etage, hoe lang duurt dat nou helemaal? Tien zuchten, meer niet.' Tien keer in- en uitademen overgeslagen, verlamd van angst. Na de overval kon ze niet meer normaal ademhalen. 'Hyperventilatie', zei de dokter. Ze durfde de deur niet meer uit. De wijkagenten hebben haar twee maanden begeleid bij het boodschappen doen. Op afspraak, een paar keer per week.

'De eerste tijd liepen ze naast me, aan iedere kant een. Op een gegeven moment bleven ze voor de winkel staan, met een smoes, dat ze iets moesten observeren of zo. Maar ik had het wel in de gaten: ze wilden me er langzamerhand aan laten wennen dat ik ook alleen kon lopen.'

DAT IS nu ruim drie jaar geleden. 'Ik wacht u op bij de ingang van de parkeergarage', zegt ze door de telefoon. 'Ik laat mijn bezoekers hier niet alleen de weg zoeken. Ik heb een rode jas aan.' Flatgebouw Develstein staat in het verpauperde gedeelte van de Amsterdamse Bijlmermeer. In het trappenhuis ruikt het naar urine. We gaan niet met de lift, dat durft ze nog steeds niet.

'23 Jaar geleden was het hier heerlijk. Groen rondom en grote, lichte woningen', zegt Heres. Ondanks het feit dat ze in tien jaar tijd drie keer is beroofd, woont ze er nog steeds. Haar man, gepensioneerd als kapitein op de grote vaart, wilde er blijven omdat het dicht bij het Academisch Medisch Centrum is. 'Hij is ernstig ziek en gaat al jaren het ziekenhuis in en uit.'

Ze had een wit jurkje aan en sieraden om toen ze in mei 1996 op de fiets boodschappen deed. Na de twee vorige berovingen, was ze gewend goed om zich heen te kijken. 'Toen ik met mijn fiets op de lift stond te wachten, zag ik verderop twee zwarte jongens in een andere lift stappen. Op de eerste verdieping stonden ze opeens bij mij in de lift. Ze hadden dus een kleine voorsprong en zijn overgestapt met de bedoeling mij te beroven.'

Het waren nog maar kleine jongens, zegt ze, '13, hooguit 14 jaar. Misschien was dat pistool wel een speelgoedpistool.' Op het politiebureau kreeg ze een fotoboek voorgelegd met heel veel van zulke jongetjes. 'Of ik ze d'r uit kon halen. Dat kon ik niet. Ik vind die zwarte gezichten allemaal op elkaar lijken.' Wrok heeft ze niet, zegt ze. 'Ik praat gewoon met de jongens hier in de buurt. Als ze 5 jaar zijn, zijn het allemaal nog schatjes. Daarna zie je ze verwilderen. Een gezin met een vader komt hier in dit getto niet meer voor.'

De intensieve aandacht van de politie heeft haar geholpen niet verbitterd te raken. 'Uren en uren hebben ze naar me geluisterd. Eerst de slachtofferhulp. Dat zijn vrijwilligers, aardige mensen. Na een keer of vier, vijf houdt het op, dan hebben zij je niets meer te bieden. Toen bleek dat de politie-inspecteur hier in de buurt iets moest opzetten om het gevoel van onveiligheid bij oudere mensen te verminderen. Omdat ik al drie keer overvallen was, kon hij aan mij van alles vragen. Dat kwam mij ontzettend goed uit, want aandacht is precies wat je nodig hebt.

'Hij heeft aan de politie-psycholoog gevraagd wat ze moesten doen om mij te helpen mijn angst te boven te komen. Die heeft bedacht dat ik door wijkagenten begeleid kon worden, zodat ik de straat weer op zou durven. Het idee komt uit de gedragstherapie.' De angst raakt ze nooit meer kwijt, zegt ze. 'Maar ik heb geleerd ermee om te gaan.'

Al haar tasjes heeft ze weggedaan ('ik had er een stuk of 36, in alle kleuren, met bijpassende schoenen'). Een tasje in je hand of over je schouder is vragen om moeilijkheden, leert ze nu aan andere vrouwen. Opvallende sieraden ook, als je alleen op straat loopt. Je moet goed om je heen kijken, zegt zij, zodat je overzicht hebt. Doelgericht lopen, op stevige schoenen. En niet bij voorbaat al schichtig opzij gaan, maar voorbijgangers recht aankijken. Wie op roof uit is, bedenkt zich nog een keer als hij ziet dat zijn gezicht wordt opgenomen, want dat betekent een signalement.

Tiny Heres helpt nu de Amsterdamse commissaris Stallmann, die vier jaar geleden begon met het project 'Senioren en veiligheid'. Op zijn verzoek geeft ze voorlichting, als ervaringsdeskundige.

Stallmann: 'Een leeftijdgenoot die uit ervaring vertelt, komt veel beter over dan een frisse jonge diender die zegt: dit moet u doen en dat moet u laten.'

Van potentieel slachtoffer tot weerbare oude dame: jiujitsu-leraar Maatman heeft de verandering zich vaak genoeg zien voltrekken. 'Het is dankbaar werk', zegt hij. Maatman geeft al jaren zelfverdedigingslessen aan zowel kinderen, tieners als volwassen mannen. 'Maar die oudere vrouwen vind ik eigenlijk het leukste', zegt hij. 'Ze zijn zo trots dat ze dit kunnen leren. Ze gaan rechtop lopen, je ziet ze groeien.'

Meer over