NieuwsNederlandse topsport

Grenzen aan de financiële groei in succesvolle Nederlandse topsport

De Nederlandse topsport krijgt last van grenzen aan de eigen groei. Bij de presentatie van de topsportfinanciering voor het aankomende olympische jaar 2021, een totaalsom van 104,4 miljoen euro per jaar, gaf de technisch directeur van NOCNSF, Maurits Hendriks, de beknelling van het huidige groeimodel aan.

Technisch directeur NOC*NSF Maurits Hendriks tijdens een persbijeenkomst in Sportcentrum Papendal.Beeld ANP

Er is, betoogde Hendriks eerder met trots dan bezorgdheid, een overdaad aan kwaliteit in Nederland, waardoor ons land op de wereldranglijst van WK-podiumplaatsen met 37 stuks inmiddels de vijfde plaats heeft ingenomen, een uitzonderlijk hoge positie. De VS, China, Rusland en Japan gaan Nederland voor; Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Australië zien de hielen van de nationale ploeg.

Sinds 2012, toen bij de instelling van het ‘focusbeleid’ op medaille-sporten afscheid werd genomen van liefst 125 topsportprogramma’s, is de kwaliteit van de nationale top zodanig toegenomen dat er sindsdien alweer dertien onderdelen zijn bijgekomen: van de zorgvuldig gekozen 55 in 2013 naar de ambitieuze 68 in 2021.

De financiële middelen, eerstelijns programma van NOCNSF, waren destijds 39 miljoen. Die zijn nu 54,6 miljoen euro plus het 2,5 miljoen bedragende extraatje van het IOC. Die som, vooral bijeengebracht door de Nederlandse Loterij (voorheen De Lotto) en het ministerie van Sport (VWS), dient te worden verdeeld over programma’s van bonden, over bondscoaches, talentcoaches, CTO’s (centra voor training & onderwijs), experts, diensten en de olympische uitzendingen. De CTO’s dragen zelf ook 7 miljoen bij, zoals de betrokken Nederlandse sportbonden verplicht zijn minimaal 30 procent van hun topsportprogramma’s te financieren. Dat zal in 2021 dan 21,3 miljoen euro zijn. Naast al die bedragen staat dan nog het stipendium, het topsportersloon, waarvoor 15 miljoen in kas is.

Het aantal sporters dat mede uit die groots opgetuigde ruif eet bedroeg in 2017, het jaar na de Spelen van Rio, 628. Intussen staan er voor 2021 821 topsporters - met grofweg de helft van dat aantal actief als coach, manager dan wel expert - op de ‘loonlijst’. Dat heeft deels te maken met de overlapping van twee generaties: een aantal sporters, de generatie-Zonderland en Kromowidjojo, gaat nog een extra jaar door wegens het uitstel van de Spelen en de nieuwe generatie richt zich reeds op Parijs 2024.

Vooralsnog heeft NOCNSF slechts voor 2021 de financiële toezegging van de rijksoverheid binnen. Voor de jaren 2022, ‘23 en ‘24 zijn, ongetwijfeld met het oog op de budgettaire ontwikkelingen in en na coronatijd, geen garanties afgegeven door het ministerie van Sport (VWS). Dat gaf technisch directeur Hendriks zonder mankeren toe.

Zijn topsportorganisatie is steeds meer afhankelijk geworden van publieke middelen. Van een ‘privaat-publieke’ organisatie is het nu een ‘publiek-private’ club geworden, bevestigde ook algemeen directeur Gerard Dielessen. Hendriks zei wel alle vertrouwen te hebben in de houdbaarheid op lange termijn van het Nederlandse model voor de financiering van de topsport.

De relatieve status quo voor 2021 maakte dat er weinig bloed vloeide in de begrotingen. De winnaars van het jaar waren vooralsnog zeilen (met twee ton extra naar 2,03 miljoen), baanwielrennen (plus 140duizend, nu 1,1 miljoen) en mannenhockey (plus 190duizend, precies 1 miljoen).

Er was reden voor dergelijke bonussen. Hendriks liet op sheets zien dat Nederland ‘de sterkste ter wereld’ is bij het baanwielrennen, zeilen, wielrennen op de weg, BMX en hockey. Ook in paradressuur en rolstoeltennis is Nederland de nummer één van de wereld. Voor de paralympische sport is door NOCNSF voor 2021 3,8 miljoen gereserveerd.

Een royaal gedoteerde sporttak als zwemmen (inclusief waterpolo, schoonspringen, synchroonzwemmen en parazwemmen goed voor 3,41 miljoen) kan, aldus Hendriks, voor 2022 last krijgen van krimpende subsidies, als bij de Spelen van 2021 opnieuw teleurstellend wordt gepresteerd. Bij grenzen aan de groei hoort een scherpe blik op de bestaande middelen.

NOCNSF: geen voorrang sporters bij vaccinatie

Het olympisch comité NOCNSF zal geen voorrang voor zijn nationale sportploeg vragen, wanneer in kwartaal 1 (‘Q-1’) van 2021 een vaccin voor covid-19 beschikbaar komt. Volgens technisch directeur Maurits Hendriks is het gezien alle ‘kwetsbaren’ in onze samenleving niet op zijn plaats ‘om voor TeamNL-sporters een uitzondering te vragen’.

Hendriks reageerde gedecideerd bij een videoconferentie op Nationaal Sportcentrum Papendal op de vraag of een dergelijke voorrangsregeling ter sprake zou kunnen komen, om de kansrijke Nederlandse ploeg goed voorbereid aan de naar 2021 verschoven Olympische Zomerspelen te laten beginnen. ‘Wij zeggen daar heel nadrukkelijk nee tegen. Echt, absoluut niet.’

Er is op Papendal, waar à raison van 8,7 miljoen euro ‘olympische uitzendingen’ worden voorbereid, wel nagedacht over de mogelijke vaccinatie van de sporters. Hendriks: ‘Bij het laatste webinar van het IOC (Internationaal Olympisch Comité, JV), met 206 landen over de toekomstige maatregelen, heb ik aangegeven dat wij van hun comité een inspanning verwachten om een mondiaal beleid te voeren op het gebied van vaccins. Dat het straks voor iedere sporter in de hele wereld gelijkelijk toegankelijk zal zijn. Er moet rekening mee worden gehouden dat Japan of het IOC slechts sportmensen die gevaccineerd zijn zullen toelaten tot Tokio 2021. Dat moet dan voor iedereen mogelijk zijn.’

Het IOC baseert zijn beleid op dat van de WHO, de wereldgezondheidsorganisatie. Hendriks: ‘Het gaat straks in ‘21 echt over de acquisitie, de campagne en de verdeling van de van het vaccin. Het is nu tijd daarover na te gaan denken.’

Over de gezondheidssituatie in de Nederlandse topsport voeren de NOC-directeuren Hendriks en Dielessen voortdurend overleg met de minister van Sport, Tamara van Ark. Het vrijgeven van de topcompetities in sporten als volleybal, hockey, basketbal, handbal, waterpolo en korfbal staat hoog op de agenda, voor als de huidige gedeelte lockdown iets versoepeld gaat worden. Die sporten staat het water aan de lippen en volgens Hendriks zal compensatie voor gemiste financiën op zijn plaats zijn, zeker als clubs nog Europese verplichtingen met kostbare verplaatsingen op de agenda hebben.

Meer over