Nieuws

Goud voor de Nederlandse roeiers. Door tegelijk te trainen op kracht én duurvermogen

Eindelijk goud voor de Nederlandse dubbel vier roeien. Coach Eelco Meenhorst liet ze af en toe zwaar trainen, ook als ze nog moe waren van de vorige training. Is nu de juiste manier van trainen gevonden? ‘Als je dat denkt, dan word je blind voor je eigen fouten.’

Dirk Uittenbogaard, Abe Wiersma, Tone Wieten en Koen Metsemakers, dubbel vier, hebben goud gepakt op de Olympische Spelen van Tokio. 
 Beeld ANP
Dirk Uittenbogaard, Abe Wiersma, Tone Wieten en Koen Metsemakers, dubbel vier, hebben goud gepakt op de Olympische Spelen van Tokio.Beeld ANP

Er waren de afgelopen jaren weken bij dat de mannen van de dubbelvier twee keer zo veel trainden als ze gewend waren. Dat ze nog vermoeid van eerdere trainingen werden opgejut om nog verder te gaan. Te ver soms, maar dat hoort erbij, vindt coach Eelco Meenhorst. ‘Je moet niet bang zijn om dat te doen.’ In Tokio leidde zijn aanpak tot het eerste olympisch roeigoud bij de mannen sinds de gouden Holland Acht van Atlanta 1996.

Dirk Uittenbogaard (31), Abe Wiersma (26), Tone Wieten (27) en Koen Metsemakers (29) raasden in de vroege Nederlandse morgen over de olympische roeibaan, ondanks een flinke misser van routinier Uittenbogaard, die zich in de eerste 500 meter verslikte in de lastige zijwind die er stond. Zijn ‘snoek’, zoals dat in roeitermen heet, kostte de mannen zeker een seconde. ‘Maar ze zijn heel rustig gebleven en hebben het weer opgepakt.’

Na afloop stond er 5.32,03 op het scorebord, ruim sneller dan Groot-Brittannië (5.33,75) en Australië (5.33,97). Het besef dat hun tijd een wereldrecord betrof, kwam pas later in de botenloods. Een mooie bonus.

25 jaar lang grepen de Nederlandse mannen naast het roeigoud. ‘De manier waarop daarvoor getraind werd leidde niet tot succes’, stelt Meenhorst vast. Hij kreeg na Rio, waar de acht met brons de best presterende Nederlandse mannenboot was, de vrije hand om als coach aan de slag te gaan met de mannelijke scullers, de roeiers die in hun boot elk twee riemen in de handen hebben. Hij gooide het trainingsprogramma drastisch om. ‘Ik wilde veel meer de grens opzoeken.’

Wetenschapplijke literatuur

Wat hij doet staat bekend als ‘gepolariseerd’ trainen. Dat betekent simpel gezegd dat hij varieert tussen heel stevige en vrij rustige trainingen en relatief weinig aandacht besteed aan het gebied dat daartussen ligt. Meenhorst had gezien dat trainers in andere landen hier al grote vorderingen mee maakten, sprak met collega’s en dook in de wetenschappelijke literatuur. ‘Ik heb de actuele kennis toegepast en dat heeft heel goed uitgepakt.’

Dus moesten de roeiers een paar weken voor de Spelen de Bosbaan over op een tempo dat nauwelijks onderdeed voor wat ze op de Sea Forest Waterway in Japan zouden laten zien. Maar dat dan niet één keer, maar drie keer achter elkaar. Loodzwaar. ‘Dat soort trainingen doe je natuurlijk in balans met andere. Dit was een laatste prikkel.’

Ook benaderde Meenhorst wedstrijden anders. Voorheen werd een klein beetje gas teruggenomen voor wereldbekerwedstrijden, om ook daar goed te kunnen presteren. De afgelopen jaren liet Meenhorst zijn mannen juist doortrainen. Dan maar vermoeid de wereldbeker betwisten. Dat was beter voor de lange termijn, voor het olympisch vergezicht.

Bang voor overbelasting was hij niet. ‘Dit is een sport waar kracht en duurvermogen samenkomen. Dat is een lastige combinatie waarbij je altijd al de grens opzoekt’, zegt hij. Nu gebeurde dat vaker, maar toch vooral slimmer. ‘Voorheen waren de trainingen met name belastend. Nu zijn ze nog belastender, maar tegelijkertijd opbouwender.’

Meenhorst is de eerste om te zeggen dat het verzwaren van de trainingslast niet het enige aspect is dat tot het olympisch goud leidde. Er speelde meer mee, zoals het uitmuntende kwartet dat hij tot zijn beschikking had. ‘Dit kan alleen dankzij hun werkethos, de normen en waarden die ze erop nahouden.’ Hij prijst de groepsdynamiek. ‘Ze zijn een soort zelflopend machientje.’

Extra coronamaatregelen

De afgelopen dagen knarsten de raderen. ‘Taai’, omschrijft Meenhorst de omstandigheden in Tokio. Zijn roeiers hadden als regerend wereldkampioen al de last van topfavoriet te torsen, maar daar kwamen de beknellende extra coronamaatregelen nog eens bij. Op de roeibaan moesten de Nederlanders, na drie besmettingen in de gelederen, uit de buurt blijven van de andere landen.

Zelfs het vullen van een bidon bij de gemeenschappelijke waterkraan was niet toegestaan. Dat frustreerde. ‘Ik begrijp wel dat ze dan boos werden. Waarom kan zo’n flesje dan niet even 10 meter verder worden neergezet? Maar we hadden er geen invloed op. Waar we wel invloed op hadden was wat ze in de boot moesten doen.’

Niet alleen fysiek maakt Meenhorst zijn trainingen zwaar, ook mentaal werpt hij graag obstakels op. Haalde hij ze uit de dubbelvier om op de bosbaan in een dubbeltwee te roeien tegen Stef Broenink en Melvin Twellaar. Zij zijn specialisten in die boot en wonnen woensdag zilver. ‘Dan liet ik ze ook nog eens in een boot roeien die niet goed op ze was afgesteld. Toch moesten ze dan de competitie aan.’

Zo staalde hij zijn roeiers, fysiek en dientengevolge mentaal. Wie zijn programma doorstaat is al een heel eind, is de filosofie. ‘Ze hebben in training al alles meegemaakt.’

Is zijn keiharde school het gouden ei voor alle boten? Dat niet, denkt Meenhorst. Hij wijst op de successen van coach Josy Verdonkschot bij de vrouwen. Hij gebruikt een andere methode. ‘Ik zal zelf nooit zeggen dat dit dé manier is. Als je dat doet, dan word je blind voor je eigen fouten. Dat is in het verleden ook gebeurd.’

Meer over