Goud van Peking bladdert wat af

De waterpolosters verbaasden met olympisch goud. Met een nieuwe coach en andere speelsters is een vervolg mogelijk.

Van onze verslaggever John Volkers

Vorig jaar augustus lag het Nederlandse bedrijfsleven rond lunchtijd meer dan een uur plat, toen de nationale waterpoloploeg de veelbesproken olympische finale tegen de Verenigde Staten speelde. Zaterdagavond was er de herhaling van het titanenduel, maar meer dan duizend toeschouwers werden er niet aangetroffen in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion van Eindhoven.

Zonder de olympische hype, die maandenlang aanhield, waren de Nederlandse waterpolovrouwen niet langer de onweerstaanbare meerminnen van 2008. De Amerikaanse ploeg, vorig jaar in Peking met 9-8 verslagen door het Hollandse collectief, bleef nu met 8-7 aan de goede kant van de score.

De wereldkampioen van 2007 had lange tijd serieuze schrik voor de olympisch kampioen van 2008. Het sterk verjongde Nederland kwam twee keer op voorsprong (3-2 en 5-4), maar liet in de derde periode drie kansen voorbij gaan om uit een ‘vrouw-meer-situatie’ toe te slaan. Die missers zagen er haast knullig uit.

De na de Olympische Spelen vertrokken succescoach, Robin van Galen, zat als meelevende toeschouwer op de tribune en zei dat in die derde periode de wedstrijd gewonnen had moeten worden. Zijn aloude boodschap: wie op zulke momenten niet toeslaat, wordt daar later voor gestraft.

Zijn opvolger, de Italiaanse waterpoloveteraan Mauro Maugeri, verklaarde dat zijn ploeg goed had gespeeld. Hij betuigde zijn respect aan de kracht van de Amerikaanse vrouwen, in zijn ogen de nummer één van de wereld. Die hebben sinds de finale van Peking slechts één positie hoeven wijzigen.

Nederland is zes van zijn dertien gouden vrouwen kwijtgeraakt. Het zijn niet de minsten. Het grootste verlies betreft uiteraard het stoppen van topscorer Daniëlle de Bruijn. Zij maakte vorig jaar in de finale zeven van de negen Nederlandse treffers en beëindigde het olympische toernooi als topscorer (17 treffers). Haar linkerarm, alleen nog in gebruik in clubverband, lijkt onmisbaar. De linkshandigen van nu, Rianne Guichelaar en Jantien Cabout, hebben geen vergelijkbare power.

De andere veteraan uit het olympische gezelschap, Gillian van den Berg, wijdt zich volledig aan haar Italiaanse gezin. Verder zijn Meike de Nooij, Alette Sijbring en Marieke van den Ham gestopt. Simone Koot deed zaterdag de commentaren voor de microfoon. Zij is herstellende van een ingrijpende heupoperatie.

De zeven die gebleven zijn, hebben de jeugd en de aanleg om in 2012 in Londen het olympisch goud te verdedigen. De beste drie zijn keepster Ilse van der Meijden (20), schutter Mieke Cabout (23) en allrounder Iefke van Belkum (22). Zij hielden Nederland in de race tegen een ploeg die met name door de verdedigende aanpak, het vrouw-tegen-vrouw, de tegenstander lam legde.

Van der Meijden, net terug van een Amerikaans avontuur in Californië, bestreek haar hele doel. Cabout was de vrouw van de slimme schoten en Van Belkum, ze heeft bijgetekend bij haar club in Griekenland, kan een hele verdediging bezig houden. De jongste routiniers – er is nog een golfje junioren aangesloten – hebben een verantwoordelijke taak gekregen.

Zij moeten de andere aanpak van Maugeri omzetten in het creatieve spel dat Nederland altijd tentoonspreidde. Van Belkum zei blij te zijn met het aanstellen van een coach uit een andere cultuur. ‘Een nieuwe kop voor de groep, een frisse wind, een nieuwe cultuur, dat bevalt me wel.’

Maugeri, die de voorbije jaren de nationale ploeg van Italië coachte, is een man van de details, van de doorgevoerde verdedigende systemen. Er is bij hem minder vrijheid. Zijn nadeel is dat hij abominabel Engels spreekt en dat er dus geïmproviseerd moet worden in de communicatie. Teammanager Arno Havenga staat voortdurend naast hem om hulp te bieden bij vertalingen.

Als het gouden succes van Peking gebaseerd was op de nadrukkelijke communicatieaanpak van Van Galen en de psychologische begeleiding door Rico Schuijers, staat de ploeg onder Maugeri een andere weg te wachten. Uit het verleden van de Nederlandse topsport staat een crash met de nationale vrouwenvolleybalploeg in het geheugen gegrift. De Italiaan Angiolino Frigoni kreeg maar geen grip op de wel erg Nederlandse volleybalsters en het team miste de Spelen van 2004.

Voorlopig kan Nederland als olympisch kampioen rekenen op het ontzag van de tegenstanders en de welwillende houding van de scheidsrechters. Op het WK in Rome, dat begint op zondag 19 juli met de wedstrijd tegen Brazilië, zal Nederland die reputatie moeten waarmaken. Na 1998, WK-zilver in Perth, kwam bij de wereldtitelstrijd het erepodium nooit meer in zicht.

Meer over