Geweldige voetballer, fantastisch mens, rampzalig seizoen

Nadat John Cruijff in 1978 officieel zijn voetbalcarrière had beëindigd in Nederland, stortte hij zich in een Spaans avontuur dat hem slecht is bekomen....

CEES ZOON

'Iedereen wilde geld uit hem slaan. Ik herinner me de eerste uitwedstrijd waarin hij meedeed, tegen Alaves. Het stadion was natuurlijk uitverkocht. Ging ons bestuurslid Peregrín naar de president van Alaves en zei: 'Wij eisen een deel van de recette, anders speelt Cruijff niet mee.' 'Dan speelt hij toch niet mee', was het laconieke antwoord. 'Zonder hem zijn onze kansen om te winnen een stuk groter.' 'Het was een schande zoals ons bestuur zich in die dagen gedroeg. Geen enkel oog voor de sportieve belangen van de club, geen plezier in het kijken naar de beste voetballer van de wereld die zomaar bij ons bescheiden ploegje kwam spelen. En dat terwijl Johan zich voorbeeldig gedroeg. Hij was zowel leermeester voor de andere spelers als een broer, een companero, een maat. Met woorden valt niet uit te drukken wat Johan heeft betekend voor Levante. Een schat van een man.'

Bijna twintig jaar later bloost Salvador Mas nog van woede. Een half mensenleven lang was Mas secretaris van voetbalclub Levante UD in Valencia en er is geen man die de geschiedenis van de club beter kent dan deze amicale gepensioneerde. Hij zag Johan Cruijff komen in Valencia, was getuige van het onbenul en de hebzucht van het bestuur, die zijn club aan de rand van de ondergang brachten. Maar geen kwaad woord over de Amsterdammer, hè: 'Ik beschouw het nog altijd als een enorme eer dat ik deze prachtmens heb mogen leren kennen.'

Levante UD? Johan Cruijff? Hebben we hier wel de juiste namen aan elkaar gekoppeld? Wat heeft Nederlands beste voetballer te maken met een tweederangs clubje in een stad aan de Middellandse Zee?

Het is een wat vergeten episode in de loopbaan van Cruijff, maar hij heeft echt een blauwe maandag gespeeld bij Levante. Het avontuur was van korte duur, maar de herinnering wordt gekoesterd in Valencia. Johan Cruijff bewerkstelligde wat de club in bijna 75 jaar nimmer was gelukt. Hij maakte van Levante een nationaal nieuwsonderwerp dat zijn weerslag tot ver buiten de Spaanse grenzen had: 'Er kwamen zelfs buitenlandse verslaggevers en televisieploegen naar ons stadion'

In 1978 beëindigde Johan Cruijff zijn carrière als speler met een treurige afscheidswedstrijd, waarin Bayern München Ajax afdroogde in het Olympisch Stadion. Cruijff hield de voetbalwereld voor gezien en stortte zich overmoedig in het grote zakenleven. Hij zou bewijzen ook buiten het voetbal 'een grote' te zijn en een imperium opbouwen om u tegen te zeggen. Vanuit een superluxe kantoor aan de Paseo de Gracia in Barcelona begon CB-International Spanje en de wereld te veroveren: export van wijn, van cement en groenten, handel in onroerend goed, vertegenwoordiger van Warner Bros en, als pronkstuk van het bedrijf, de varkensfokkerij Ganadera Catalana.

De C stond voor Cruijff, de B voor zijn vriend en partner Basilevitsj, een voormalig dressman bij modeontwerper Pierre Cardin. Het project ontaardde in een drama dat de voormalig voetballer compleet aan de grond bracht. Cruijff bracht zijn bij Barcelona verdiende miljoenen in en Basilevitsj ontpopte zich als een specialist in het wegmaken van al dat geld. Binnen de kortste keren was het vermogen van Cruijff omgezet in een schuld van zes miljoen gulden. De Amsterdammer zag geen andere uitweg dan zijn oude vak weer op te pakken. Hij toog naar de circuscompetitie in Amerika, waar hij bij de Los Angeles Aztecs, de Washington Diplomats en de New York Cosmos probeerde zijn verliezen aan te zuiveren. En op een goede dag in 1982 was hij terug in Spanje.

Orriols, een grauwe arbeidersbuurt aan de rand van Valencia. Waar de stad ophoudt, begint een troosteloze asfaltvlakte. Midden in dit niemandsland, omringd door hopen stinkend vuilnis, staat het Nou Estadi, de thuisbasis van Levante UD. Geen onderkomen om vrolijk van te worden. Een paar reclameborden zijn schots en scheef tegen de muren getimmerd, boven de verveloze deuren van het stadion. Binnen, over de hekken van de staantribunes, hangt de was van het eerste elftal te drogen. Maar er is een supportershome dat zich siert met de naam Levantemania.

Het blijkt een uitgewoonde, geheel lege ruimte. Het enige object is een tafeltje in de verste hoek, waaraan in alle eenzaamheid een man een biografie van Adolf Hitler zit te lezen. Hij is blij verrast met het bezoek, dat maakt hij niet alle dagen mee. Hij stelt zich voor als Joaquin Minguez, vice-president van de vereniging van Levante-penas, zoals supportersclubs hier heten.

'Jazeker herinner ik mij de dagen dat Johan Cruijff hier speelde', zegt Minguez. 'Dat was geen fijne tijd, meneer.' Hij begint omstandig te vertellen dat het natuurlijk leuk was dat clubpresident Aznar ('niet de verwarren met de huidige Spaanse premier') een wereldvoetballer als Cruijff binnenhaalde, maar een ellénde dat dat met zich meebracht. 'Vanaf dat moment werd er alleen nog over geld gepraat. Niet door Cruijff, maar door het bestuur dat een stevige vorm van grootheidswaan begon te ontwikkelen. Het was een puinhoop binnen de club. Aan het eind van het seizoen sloten de spelers zich op in de kleedkamer om het bestuur te dwingen hun salarissen uit te betalen. Die voorzitter en zijn vrienden waren alleen in zichzelf geïnteresseerd.'

Luis Rodríguez heette de man die Johan Cruijff bij Levante binnenloodste. Een supporter, die zich de rol van spelersmakelaar avant la lettre toebedeelde. 'We stonden bovenaan in de tweede divisie, maar het stadion bleef leeg', liet Rodríguez vastleggen in een jubileumboek van de club. 'Ik wist dat Johan in Nederland zat en stelde het bestuur voor contact met hem op te nemen.'

Een afspraak was snel gemaakt. 'Zo vlogen drie bestuursleden en ik naar Nederland, waar we Johan ontmoetten in een hotel in Rotterdam. Toen wij daar aankwamen, zat de speler al op ons te wachten. Ik herinner me dat voorzitter Aznar een fototoestel wilde meenemen om de ontmoeting te vereeuwigen, een idee dat ik hem uit zijn hoofd heb gepraat. In plaats daarvan namen we een maquette van het stadion mee naar Rotterdam.'

Financieel was de zaak binnen de kortste keren beklonken. Volgens Rodríguez zou Cruijff 50 procent van de recettes van alle competitie- en vriendschappelijke wedstrijden krijgen. Bestuurslid Peregrin wilde royaler zijn en bood hem een vast bedrag van 30 miljoen peseta. Hij moest die offerte intrekken omdat de huisbank van Levante er niet over piekerde met zoveel geld over de brug te komen.

Oud-secretaris Salvador Mas ontkent dat Cruijff ooit een deel van de recettes heeft ontvangen. 'Via zijn schoonvader Cor Coster is een contract overeengekomen waarin een concreet bedrag is vastgelegd.' De huidige manager van Levante, José-Vicente Ballester, onderschrijft deze versie en is niet te beroerd om als bewijs een kopie van het contract op tafel te leggen. In de Spaanse voetbalwereld wordt zelden geheimzinnig gedaan over de inkomsten van de spelers.

Het is een kort standaardcontract van de Spaanse voetbalbond, dat de gebruikelijke rechten en plichten opsomt en waarvan het achtste en laatste artikel stipuleert: 'Het voorliggende contract wordt gesloten voor de duur van één seizoen, 1980/81, oftewel tot 30 juni 1981. De speler Johannes Hendrik Cruijff ontvangt het bedrag van TIEN MILJOEN PESETA (10.000.000,- Pts.) all in.'

Tegen de toenmalige koers kwam dat neer op een bedrag van ongeveer 250 duizend gulden. Vergeleken bij de huidige exorbitante salarissen in het Spaanse voetbal een bijna verwaarloosbaar bedrag. 'Tegenwoordig verdient zo ongeveer elke speler in de tweede divisie zoveel', oordeelt Pedro Mansalve, een gepensioneerde voetbalverslaggever van Radio Nacional. 'Maar ik kan u verzekeren dat in die tijd dit bedrag een regelrecht schandaal was.'

'Het was niet echt een fabuleus contract', aldus Salvador Mas. 'En ik zal u wat vertellen: wij zijn nooit in staat geweest onze verplichtingen na te komen. De club heeft Johan nooit meer dan zes miljoen peseta kunnen betalen. De rest heeft hij nooit opgeëist. Ik heb Johan nooit horen klagen over geld. Zelfs niet toen hij al drie wedstrijden voor Levante had gespeeld, maar nog geen cent had ontvangen.'

Op 1 maart 1981 maakte Johan Cruijff zijn debuut in de Spaanse tweede divisie, in de thuiswedstrijd tegen Palencia: 'De eerste en enige keer dat het stadion van Levante uitverkocht was.' Twee foto's in de hal van het Nou Estadi herinneren aan die dag. Eén klassiek portret, gehurkt met bal, en een foto samen met Campuzano, 'een supersnelle rechtsbuiten die op dezelfde dag zijn debuut voor de rood-blauwen maakte'. Een elftalfoto met Cruijff valt niet te bespeuren in de ruimte die wordt gedomineerd door de kapel van de Maagd van de Verlatenen, de aanbeden patrones van Valencia.

Daar treffen we wel een ander bekend gezicht: Faas Wilkes, de tweede Nederlander die de bescheiden club uit Valencia met zijn aanwezigheid heeft geëerd. Salvador Mas: 'Een geweldige voetballer en een geweldig mens. We contracteerden hem in 1958, aan zijn vaste tafel in pension La Pepica, waar hij als gebruikelijk net drie borden paella had verslonden. Een miljoen peseta en ik ben jullie man, zei Wilkes. Voor die tijd een enorm bedrag, maar we betaalden het graag. Genoten hebben we van Faas.'

Met Cruijff was het aanzienlijk minder, zegt manager Ballaster. 'Het jaar van Cruijff was een ramp. Met Kerstmis stonden we bovenaan en geloofden we serieus in promotie. Toen kwam Cruijff en ging het bergafwaarts. Niet dat het zijn schuld was, maar er werd niet meer serieus gevoetbald. We eindigden als negende, en het jaar erop degradeerden we.'

'Levante heeft niet veel plezier van hem gehad', weet ex-verslaggever Monsalve, die de club op de voet volgde. 'Hij was de hele tijd licht geblesseerd. Ik denk dat hij in totaal niet meer dan tien wedstrijden heeft gespeeld. Maar daar waren wel geweldig blij. Ik herinner me die partij tegen Oviedo, 3-0, met twee fantastische doelpunten van Cruijff.'

'Wij zijn er trots op dat hij bij Levante heeft gespeeld,' benadrukt Mas. 'Dat geldt ook voor Faas Wilkes. Twee geweldenaren, als voetballer en als mens. Als alle Hollanders zijn als deze twee, dan zijn jullie een bevoorrecht volk.'

Meer over