Getekende vrede in strijd tegen doping

Niemand heeft de illusie dat het bedrog in het wielrennen kan worden uitgebannen...

Op 28 augustus waren de meeste profwielerploegen het er in een Zuid-Limburgs kasteel al over eens dat het biologisch paspoort zo snel mogelijk moest worden ingevoerd. Bijna twee maanden later werd het voorstel om de bloed- en urinewaarden van renners vast te leggen, overgenomen door de belangrijkste partijen in de wielersport.

In Parijs werd het paspoort deze week gepresenteerd als het nieuwste wondermiddel in de strijd tegen doping. Door het verloop van de bloedwaarden aan de hand van veel meer controles te registreren, kunnen schommelingen worden herkend die mogelijk duiden op het gebruik van een verboden stof.

Dope kan op die manier sneller en eenvoudiger worden opgespoord. Met andere woorden: valsspelers kunnen eerder van hun fiets getrokken worden.

Voorlopig blijft het echter bij ronkende beloftes en opwindend ogende grafieken. De maatregelen van de afgelopen jaren hebben een remmend effect gehad en ongetwijfeld renners afgeschrikt. Maar het eerste middel dat sporters het onmogelijk maakt zich te injecteren met bloed van zichzelf of van een ander, of verboden spullen tot zich te nemen, moet nog worden uitgevonden.

Bloedtransfusies werden al in de jaren zestig gedaan door atleten en het eerste gebruik van anabolen dateert van nog eens tien jaar eerder. Niemand durfde de Deense bloedprofessor Damsgaard deze week op het dopingcongres in Parijs tegen te spreken toen hij stelde dat de sport er nog altijd niet in is geslaagd die oude prestatie bevorderende methoden uit te bannen.

De oplossingen werden gezocht in papieren tijgers. Voor de Tour dienden alle renners een verklaring te ondertekenen waarin ze beloofden schoon te fietsen. Wie werd ontmaskerd, moest een jaarsalaris overmaken aan de UCI en twee jaar vanaf de kant toekijken.

Hoeveel indruk dat dreigement maakte, bleek in de drie weken fietsen van Londen naar Parijs. Sinkewitz, Vinokoerov en Moreni liepen tegen de lamp, waarbij de laatste twee het vertrek van heel hun ploeg inleidden. Ook Mayo testte positief, maar zijn B-staal pleitte hem deze week vrij.

Daarop haastte UCI-voorzitter McQuaid zich te zeggen dat de bloedmonsters in Gent waren onderzocht en niet in het meest gerenommeerde lab in Parijs, dat even gesloten was. Wie tegenwoordig eenmaal als dopingzondaar is aangemerkt, kan niet meer worden vrijgepleit.

Met luid gejuich werden de bedriegers ontmaskerd in de Tour. De ronde verloor er zijn geloofwaardigheid door, maar dat nam de directie op de koop toe. Wie mee vecht in een oorlog, loopt zelf ook schade op, verklaarde Tourbaas Prudhomme laconiek.

Dat Alberto Contador als kroongetuige zou hebben opgetreden in Operación Puerto en daarom niet meer verdacht zou zijn in het Spaanse dopingschandaal, daarvan wilde de wedstrijdleiding niets weten. Er kon op de slotdag een winnaar worden gehuldigd, en dat gold na de pijnlijke afwikkeling van de ronde in 2006 al als een triomf.

Zoals het in de aard van de mens zit om soms te liegen en te bedriegen, spelen ook sporters oneerlijk spel. Zolang er wedstrijden worden gehouden, wordt er gesjoemeld, gemanipuleerd en gefraudeerd. In Parijs had dan ook niemand de afgelopen dagen de illusie dat het bedrog in het wielrennen kan worden uitgebannen.

De UCI klopte zichzelf op de schouder door aan te kondigen dat het aantal dopingcontroles voor en na wedstrijden komend jaar wordt verzevenvoudigd en dat renners nog nauwer op de huid worden gezeten als het gaat om het invullen van hun verblijfplaatsen. Het zal vooral leiden tot een nog grotere administratieve chaos bij de coureurs thuis, voorspelde Rabobank-manager Van der Aat.

Pound, de voorzitter van het mondiale antidopingagentschap WADA, noemde het resultaat van de dopingconferentie historisch. Als daar al van kon worden gesproken, kwam dat doordat de Franse minister van Sport de grootste kemphanen van het wielrennen weer aan tafel had gekregen, enkele dagen voor de presentatie van de Tour de France.

De getekende vrede moet een periode inluiden waarin de belangrijkste partijen als UCI, WADA en de bazen van de grootste rondes weer eendrachtig naar oplossingen zoeken om de existentiële crisis in de sport te kunnen keren.

Hoe lang de geweren omlaag blijven, is echter de vraag. In Parijs bleef het bij enkele steken onder water, stelde manager Van Gerwen van de Milram-ploeg verheugd vast. Dat was in elk geval iets, zei hij er bij.

Meer over