Geslaagde test voor Zuid-Afrika

Zuid-Afrika heeft het eerste praktijkexamen voor het WK voetbal met goed gevolg afgelegd. Het land van Nelson Mandela, dat als eerste Afrikaanse natie serieus in de race is om het kampioenschap van 2006 te organiseren, toonde de afgelopen week met de All Africa Games dat het een groot internationaal sportevenement...

De Spelen, een regionale variant van de Olympische Spelen, lokten ruim zesduizend sporters, begeleiders en journalisten uit 52 Afrikaanse landen naar Johannesburg. In het begin waren er weliswaar een paar benarde momenten, maar de organisatoren sloegen zich er dapper doorheen. In de openings- en slotceremonie liet de Zuid-Afrikanen bovendien zien dat dit soort plichtplegingen ook een prachtig Afrikaans-swingend schouwspel kunnen zijn.

De eerste dagen ging er wel van alles fout. Zo klaagden atleten over het eten, lieten bussen van en naar de zestien verschillende sportlocaties aanvankelijk lang op zich wachten en verliep de accreditatie van journalisten zeer traag. Ook moesten wedstrijdschema's worden omgegooid omdat sommige deelnemers helemaal niet kwamen opdagen. Tot overmaat van ramp kregen schoolkinderen die aan de openingsceremonie hadden deelgenomen ook nog maagklachten, hoewel voedselvergiftiging niet kon worden aangetoond.

Met improvisatie en crisismanagement wisten de Zuid-Afrikanen alle kinderziekten aardig de kop in te drukken. 'In het begin leek het een nachtmerrie, maar we hebben het toch gered. Zuid-Afrika heeft laten zien dat het wat kan', zei Gideon Sam, leider van het Zuid-Afrikaanse team.

Vantevoren was gevreesd dat de organisatie van een evenement met een dergelijke omvang het gastland grote problemen zou geven, en dat de criminaliteit daar nog een schepje bovenop zou doen. Maar na elf dagen sporten, die zondag werden besloten met de voetbalfinale - Kameroen versloeg Zambia na strafschoppen - oogde de balans overwegend positief.

Het enige dat niet getest kon worden was de vaardigheid van Zuid-Afrika om met grote aantallen buitenlandse supporters om te gaan. Die ontbraken op de Afrikaanse Spelen bijna totaal.

De Zuid-Afrikanen hadden tien miljoen gulden gestoken in de verbetering van de locaties. Voor het olympisch dorp werd een gewaagde oplossing gevonden. Aan de rand van Alexandra, de grote door misdaad en armoede geplaagde zwarte township niet ver van het centrum van Johannesburg, werd een nieuwe wijk met 1400 eenvoudige huizen gebouwd.

Voor een flink deel van de thuisploeg van Zuid-Afrika - blanke atleten, hockeyers en korfballers die anders voor geen goud naar het gevaarlijke Alexandra zouden gaan - was dat even wennen. Maar dankzij uitgebreide veiligheidsmaatregelen (5000 agenten en soldaten) kregen criminelen weinig kans. In het sportdorp komen nu mensen uit Alexandra te wonen, waarmee de omgeving meteen een sociale opkikker krijgt.

Meer over