Gerbrands teert nog even op verleden

Het Nederlands volleybalteam heeft in één jaar tijd zijn plaats in de Europese en wereldtop ingeleverd. Die wanprestatie komt coach Gerbrands normaliter op een pittige afrekening te staan, maar werkgever TVN en de spelers prediken evenwel rust....

AAN DE benzinepomp zal Toon Gerbrands er volgende week weer van langs krijgen. Het Nederlandse volk, volgens de bondscoach nog altijd verwoed volger van zijn team, zal uitgelegd willen krijgen 'waarom het nog steeds niks is met die volleyballers'. En of het nog een keer goed gaat komen met de olympische kampioenen.

Gerbrands zal de tank volgooien en volhouden dat het allemaal op zijn pootjes zal terechtkomen. Vorig jaar, na het mislukte WK in Japan, kwam hij met dezelfde belofte. Alle kritiek aan zijn adres, over foute beslissingen in zijn selectiebeleid en over de angstig dalende curve in de verrichtingen, legde de bondscoach naast zich neer.

'Op het olympisch toernooi in Sydney gaan jullie al die woorden terugnemen', zo sprak hij over de autotelefoon tot de meer professionele vragenstellers. Gerbrands is veel onderweg en zeker geen twijfelaar, zo luidde de boodschap. Maar vooral was er de belofte: in Australië zal het succes van Barcelona (1992) en Atlanta ('96) bestendigd worden.

De martelgang op het Europees kampioenschap, het eerste deel van het olympisch traject waar Nederland buiten de topvier viel, heeft de vragen opnieuw doen toenemen en het krediet van de volleybalcoach doen afnemen. Er gaan steeds minder mensen in de verhalen van Gerbrands geloven. Dat is niet erg, zolang het ongeloof maar geen vat krijgt op zijn eigen spelers, de twaalf A-internationals, enkele afwachtende ex-internationals (Held en Van der Meulen) en de leiding van Top Volleybal Nederland (TVN).

De gisteren in Wiener Neustadt gearriveerde TVN-directeur Tilmans predikte rust. Asjeblieft geen overhaaste beslissingen in deze zaak van nationaal sportbelang, was zijn mening. Spelers, coach, bestuur en directie gaan binnenkort de ontstane situatie evalueren. De bedrijfsmatige aanpak van het volleybal - nog zo'n erfenis van Gerbrands' voorganger Alberda - is er om paniek, korte-termijn politiek en ad-hoc beslissingen te voorkomen.

Ook de kopstukken van de spelers hebben nog niet om het hoofd van de coach gevraagd. Het eerste schokeffect, de terugkeer van de uitgebannen spelverdeler Blangé, heeft na een lichte opleving zijn uitwerking gemist. Hoe zal dat gaan met zo'n tweede shock? En bovendien: wie zou op zo korte termijn de job moeten overnemen? Slechts de Amstelveense pionier Bert Goedkoop is een optie, maar die werkt met jongeren aan een nieuwe toekomst van het Nederlands volleybal en zou niet gestoord kunnen worden.

De kapiteins Van de Goor en Blangé zien andere mogelijkheden. De collega-spelers dienen hun verantwoordelijkheid te nemen. Vuur en hartstocht worden gevraagd. In het opwekken van zulke gevoelens zou de coach geen rol horen te spelen.

Gerbrands is echter van mening dat ook in dat proces een forse rol voor hem is weggelegd. De Haarlemmer is tot veel in staat, maar karakter vormen bij volwassen sportmensen is wel erg veel gevraagd. Het is Toon Gerbrands ten voeten uit. De man is geneigd de hele wereld op de schouders te nemen.

Zijn inzet is voorbeeldig, zijn kennis bijzonder, maar er vallen hem zaken aan te rekenen. De zaak-Blangé, zijn zwaarste blunder, heeft hij uiteindelijk opgelost. Het afstoten van de nog zeer bruikbare diagonaalaanvaller Van der Meulen blijft een domme zet en moet rechtgezet worden. Het wisselbeleid van Gerbrands is conservatief, hij spreekt zijn reserves te weinig aan. Hij ziet te veel vijanden, neemt ruim spreektijd en heeft een bijterige uitstraling in de media. Maar dat was vooraf bekend en dient buiten de beoordeling te blijven.

Gerbrands gaat lastige tijden tegemoet. Hij moet met een kwakkelend team, bijna zonder serieuze voorbereiding, olympische kwalificatie afdwingen. Daarvoor zijn met het geluk van de lobby drie etappes beschikbaar, maar de World Cup in Tokio en het OKT 2 in Wroclaw zijn geen terreinen waar van het huidige Nederland een heersende rol verwacht mag worden.

Pas in de derde ronde, een van de drie slottoernooien in Europa, zou de Nederlandse ploeg - wanneer Italië, Joegoslavië en Rusland reeds geplaatst zijn - met karakter de intrinsieke kwaliteit weer kunnen uitbuiten. De Europese subtop is echter sterk bezet en beeft allang niet meer voor de lange mannen uit de lage landen.

Het enige voordeel uit oude tijden is dat Nederland een dermate fraaie score heeft, dat de hoge positie op de wereldranglijst nog even verzekerd is. Dat moet leiden tot invitaties voor twee van de drie olympische kwalificatietoernooien. Die zekerheid kan Gerbrands in het zadel houden.

Meer over