analyse

Gelukkig heeft Italië gewonnen. Het voetbal kan wel een paar scheutjes Italiaans avontuur gebruiken

Een doelman (Donna­rumma) als beste speler van het EK voetbal, de wingbacks als revelatie, dat prikkelt de fantasie niet. Ook al waren er enkele opwindende wedstrijden.

Het Italiaans voetbalelftal vertrekt van het Parco dei Principi Hotel in Rome voor de huldiging. Beeld EPA
Het Italiaans voetbalelftal vertrekt van het Parco dei Principi Hotel in Rome voor de huldiging.Beeld EPA

Het schokkende racisme na de Engelse nederlaag volgde op het behoudende voetbal van het thuisland en de rammelende organisatie van de finale. Het was alleen al daarom beter dat het frivole Italië de Europese titel meenam naar Rome.

Het traditionele knielen voor de wedstrijd van de nationale ploeg van Engeland, als middel in de strijd tegen racisme, is bepaald niet overbodig gebleken. Met name de 19-jarige Bukayo Saka kreeg vooral op social media zoveel drek over zich uitgestort, nadat hij de laatste Engelse strafschop had gemist in de EK-finale tegen Italië, dat de FA ruim een uur na de verloren finale een verklaring uitgaf. De bond is geschokt. De boodschap: daders opsporen, de regering vragen actie te ondernemen en directies van de platformen aansporen een betere poortwachter te zijn.

Ook Jadon Sancho en Marcus Rashford moesten het ontgelden. Zij vielen kort voor het einde van de verlenging in om een strafschop te nemen zonder een bal te hebben geraakt. Ze misten. De sociaal bewogen Rashford spoorde de regering nota bene aan miljoenen te spenderen aan lunches voor kinderen in achterstandswijken. Drie jonge mannen, sociaal bewogen tot in elke vezel, verketterd om een misser in een spel.

Het is de teleurgestelde minderheid, klinkt het dan standaard, maar het zegt ook iets over de sociale problematiek in Engeland, al was daar ook hartverwarmende steun voor het trio. En racisme in het voetbal is zeker niet typisch Engels. Ook in Nederland zijn internationals meermaals racistisch bejegend als de prestaties in de nationale ploeg niet strookten met de verwachtingen. Het is een bekend fenomeen: als het goed gaat, wordt de donkere speler omhelsd. Maar o wee als het mis gaat.

Engeland leefde een paar weken in een roes, maar blameerde zich zondag, ook door de openbare dronkenschap van duizenden supporters en het bestormen van Wembley door aanhangers zonder kaartje. In speltechnisch opzicht was er kritiek op het saaie, weinig aanvallend ingestelde voetbal, al was in de euforische Engelse media vrijwel alles geoorloofd, in de poging het voetbal thuis te brengen. De ploeg werd neergezet als voorbeeldig voor de multiculturele samenleving, voor gedegen aanpak met gebruik van data. Het was een vriendenploeg.

Natuurlijk, na de nederlaag kwamen de vragen, aan bondscoach Southgate met name. Waarom Henderson wisselen na zijn invalbeurt? Kan die geen strafschop nemen? Waarom jongens inbrengen die nog vrijwel geen bal hadden geraakt, wat iets heel anders is dan speciaal voor de strafschoppen een doelman laten invallen die specialist is? Waar waren Grealish, die voor honderd miljoen naar Manchester City kan, en Sterling? Southgate had zich ook hier gebaseerd op data, maar de praktijk was weerbarstig.

En wacht even: Grealish reageerde meteen op Twitter. Hij had tegen de trainer gezegd dat hij een penalty wilde nemen, maar die besliste anders. Dat moest hij toch even kwijt. Zo ontstaan scheurtjes in het bastion, in de zoektocht naar verklaringen die er soms gewoon niet zijn, omdat in sport niet alles te verklaren is, zelfs niet als het volgens de data allemaal zou moeten kloppen.

Zo werd Italië de vrolijke, mooie, bevredigende kampioen. De beste, aantrekkelijkste ploeg van het EK. Ook een vriendenploeg, alleen al door het verhaal van de jeugdvrienden, bondscoach Mancini en elftalleider Vialli, terug op Wembley, waar ze in 1992 met Sampdoria de finale van de Europa Cup I verloren door Koemans vrije trap.

Het verhaal van doelman Donnarumma, zo cool na de zege, van de verdedigers Chiellini en Bonucci. Duizend verhalen, van de wederopstanding ook van het Italiaanse voetbal, dat ontbrak op het WK van 2018. Italië, niet eens bovenmatig getalenteerd, doch saamhorig, offensief en vol strijd, ook toen de beste spelers het veld verlieten in de slijtageslag.

Uitgerekend Italië, met zijn belegen stempel van liefde voor de defensie, hield Europa een spiegel voor van wat voetbal vermag. Plezier spatte van het spel. Misschien was alleen Spanje, zeker vanaf de tweede fase, beter in het pure voetbal, zonder dat overwicht in cijfers te kunnen uitdrukken in de halve finale.

Het voetbal kan in zijn totaliteit een paar scheutjes Italiaans avontuur gebruiken. Een doelman (Donnarumma) als beste speler van het toernooi, de wingbacks als revelatie, dat prikkelt de fantasie niet. Natuurlijk, er waren fantastische, opwindende wedstrijden, met de achtste finales Frankrijk - Zwitserland en Kroatië - Spanje als hoogtepunten.

Al met al was het EK de moeite waard. De Denen waren de morele winnaars, na hun indrukwekkende herstel na het uitvallen van Eriksen. De Engelsen stonden symbool voor behoudend, beredeneerd spel. Uitblinkers waren vooral middenvelders, van Pedri tot Jorginho, Rice, Pogba en Xhaka.

Veel spelers oogden vermoeid door het lange seizoen, als levend bewijs van het teveel aan voetbal. Al is simulatie een niet te onderschatten probleem op de velden. Aanstel maakt het voetbal lelijker dan het is.

Meer over