Geld verdrijft de geur van gras

VOETBAL AAN de top is geen spelletje meer. Nadat slimme zakenlui en doortastende televisiebonzen er goud in hebben ontdekt, blijkt het voetbalgras een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op de gelukzoekers van de commercie....

Poul Annema

Trainers hebben hun gevoel voor schoonheid geofferd aan het resultaat en met het avontuurlijke heeft het voetbal zijn natuurlijke warmte verloren. Topsport is een door het zakenleven gedicteerde rekensom, alles draait om het geld en de knikkers.

Gepassioneerde bestuurders hebben plaatsgemaakt voor kille managers, trouwe supporters zijn verdreven door voorbijrazende sponsors. Snelle zakelijkheid regeert en van ware clubliefde is in deze opgedofte wereld steeds minder te merken. Vrijwel geen dag gaat voorbij of er is voetbal op tv; koning Voetbal heeft zijn gewaad afgelegd en ingeruild voor een gevechtstenue.

De publieke belangstelling blijft stijgen, het geld stapelt zich op en er lijkt geen grens aan de economische groei van het betaald voetbal. In Engeland hebben deskundigen voorspeld dat het commerciële geluk nog zeker tien jaar zal aanhouden. De vraag is wat bij zoveel overdaad uiteindelijk nog van het spel overblijft ?

Marcel Maassen, voetballiefhebber, auteur en supporter van de eredivisieclub Fortuna Sittard, schetst in zijn boek Betaalde Liefde de razende ontwikkelingen die de volkssport in gang heeft gezet. Hij doet dat uitgebreid, maar slechts aan de hand van snel bij elkaar geharkte getuigenissen. Tot verrassende vondsten of analyses komt hij niet, Maassen blijft de verwonderde, oppervlakkige waarnemer aan de zijlijn die is vastgelopen in registraties van anderen.

Aan zijn keuze voor het onderwerp kan het niet hebben gelegen, de bijna bizarre explosie van geld en goederen heeft het aanzien van het betaald voetbal zo ingrijpend veranderd dat er meer van te maken moet zijn geweest dan nu het geval is.

Jarenlang is er in het betaald voetbal sprake geweest van een ietwat smoezelige sfeer, gecreëerd door onbetrouwbare, zelfingenomen vrijetijdsbestuurders en voetballers die het met hun beroepsopvatting niet zo nauw namen. Veel zaken voltrokken zich onder tafel of in achterkamertjes, omdat ze het daglicht niet konden verdragen.

In Betaalde Liefde keert Maassen terug naar de beginjaren van het Nederlandse profvoetbal, toen in Geleen bouwondernemer Egidius Joosten Fortuna '54 oprichtte. Joosten bracht een sterk elftal op de been, dat naast zijn optreden in de Nederlandse profcompetitie ook nog in auto's door Europa trok om zijn wedstrijden te spelen. Het programma werd bepaald door een Poolse voetbalmakelaar die de spelers alleen betaalde als zij hem met hun werklust hadden overtuigd.

Voor de eerste Nederlandse profs bij Fortuna '54, van wie Frans de Munck, Cor van der Hart, Bram Appel en Bart Carlier de bekendsten waren, was het betaald voetbal geen vetpot. Van de midweekse wedstrijden in uitpuilende stadions werden ze net vijftig gulden wijzer, maar tegelijkertijd verweet de architect van het elftal, Joosten, dezelfde spelers dat 'ze zich als beesten gedroegen. Ze rookten, dronken en gingen ook nog laat uit'.

In 45 jaar betaald voetbal is de positie van de voetbalprof aanzienlijk verbeterd, zeker nadat het zogenoemde Bosman-arrest hem heeft bevrijd van de ketens van het transfersysteem. Spelers hebben zich, meestal omgeven door een of meer zaakwaarnemers of adviseurs, in een positie gemanoeuvreerd waarin ze naast een riant salaris ook nog de vrijheid genieten om zelf te bepalen waar carrières het beste tot hun recht komen.

Voetballers aan de internationale top verdienen miljoenen guldens per jaar, ze zijn de nieuwe welgestelden van deze tijd. Maassen gaat er in zijn boek grotendeels aan voorbij. Hij beschrijft weliswaar hoe groot de invloed is geweest van rijzende salarisschalen op de begroting van de clubs, maar laat na aan de hand van een vergelijking met Joostens 'reizende circus' een beeld te geven van een huidige topclub met internationale verplichtingen. De romantiek van Cor van der Hart bij Fortuna '54 doet het goed, maar hoe zit het met de realiteit van Frank de Boer in Barcelona?

Voetbal is uitgegroeid van een populaire volkssport tot harde entertainment-industrie. Maassen laat ze de revue passeren, de vrije ondernemers die het Nederlandse voetbalklimaat hebben verhard. In hun eigen stiel geslaagde zakenmensen als Dé Stoop (FC Amsterdam), Cees den Braven (Dordrecht '90), John van Dijk (SVV) en de gebroeders Molenaar (AZ '67), die ontdekten dat een commerciële succesformule in het profvoetbal géén, of slechts voor korte tijd sportieve winst oplevert.

Hun namen zijn op de achtergrond geraakt in het feitenrelaas waartoe de auteur zich heeft beperkt, en dat is jammer. Datzelfde is het geval met Karel Aalbers, aan wie in het boek grote verdiensten voor het voetbal in Arnhem en omgeving worden toegeschreven. Het beeld dat beklijft is dat van de man die op kranten- en ander papier al is neergezet als een zakelijke duizendpoot wiens wil bij Vitesse wet is. Zijn visie blijft onbeschreven en onbelicht, terwijl juist daarin de toegevoegde waarde voor het boek had kunnen schuilen.

Waarin ligt dan de verklaring voor het onwaarschijnlijke zakelijke succes van het voetbal als amusementssport? Maassen heeft daar geen beter antwoord op dan: 'Meer, meer, meer. . . zo laat de geschiedenis van het Europese clubvoetbal zich kort en goed samenvatten.

'Steeds meer en steeds grotere internationale toernooien leveren steeds meer geld op voor steeds meer deelnemers. De toename van het aantal wedstrijden is niet zozeer te danken aan de onverzadigbare spelvreugde van de voetballers, als wel aan de onverzadigbare geldzucht van partijen die aan het voetbal geld willen verdienen. En dat zijn er nogal wat.'

In de chronologie van nieuwe ontwikkelingen neemt de voormalige voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA - Joao Havelange - in Betaalde Liefde een belangrijke plaats in. Dat is nieuw noch onthullend. De megalomane Braziliaan heeft zelf nooit nagelaten te vertellen hoe rijk hij zijn organisatie heeft gemaakt. Bij zijn aantreden, in 1974, had de FIFA geen cent in kas, terwijl bij zijn vertrek, in 1998, het geschatte vermogen meer dan tweehonderd miljoen gulden bedroeg. Bovendien kan de wereldvoetbalbond over de komende tien jaar op zeker acht miljard gulden aan inkomsten rekenen.

Havelange is vaker opgevoerd als een slimme zakenman en een goedlachse diplomaat, hij was er een meester in zijn wereldwijde netwerk in te schakelen om vooral zichzelf, maar ook zijn zaak (FIFA) er beter van te laten worden. Maassen beschrijft nog eens hoe Havelange zich bewoog in het mijnenveld van het topvoetbal, evenveel vrienden als vijanden maakte, maar ondertussen via zijn geharnaste vrienden uit de big business - Adidas-directeur Horst Dassler voorop - de zakken van de FIFA vulde.

Voetbal en de voetballer waren voor de Braziliaanse potentaat van ondergeschikt belang. Hij schikte het programma naar de wensen van de televisiezenders en schroomde niet bij de WK's van 1986 (Mexico) en 1994 (Verenigde Staten) wedstrijden op het heetst van de dag vast te stellen. Uitgekiende marketingconcepten en televisiestations, die voetbalbeelden beschouwen als het beste dat ze hun kijkers kunnen aanbieden, hebben voor een een enorme geldbron gezorgd.

In Betaalde Liefde staan ze nog eens op een rij, de ontwikkelingen die topvoetbal tot een grote geldmachine hebben gemaakt. De invloed van de televisie, de op de zakelijkheid van de nieuwe elite (sponsors en skybox-houders) toegesneden stadions, de beursgang van de clubs en de ongebreidelde geldzucht van de spelers hebben de verlokkende geur van het gras verdreven.

Ook de auteur stelt vast dat er nog geen eind is gekomen aan deze doorgeschoten spiraal. Betaaltelevisie en internet werpen hun schaduw vooruit, de geldstromen blijven aanzwellen. Betaalde Liefde brengt de ontwikkelingen en bedreigingen nog eens in kaart en voldoet als document. Onbeantwoord blijft de vraag, hoe het straks zit met dat laatste beetje liefde voor het spel als de punten en de poen nog belangrijker worden dan ze nu al zijn.

Meer over