Geen geboren kopman, maar wie is dat wel?

De eerste Tourweek zit er op. Robert Gesink heeft die goed doorstaan, ondanks een scheurtje in de ellepijp...

Door Mark Misérus

Hij had de pijn aan zijn polsen opnieuw gevoeld en de stress was vrijdag opnieuw merkbaar in het peloton. Maar Robert Gesink bracht ook de zesde etappe tot een goed einde en kan zo terugkijken op zijn eerste week fietsen in de Tour de France.

Het is al een hele verbetering ten opzichte van vorig jaar. Toen verdween de Raborenner na vijf dagen met een gebroken pols in de ziekenwagen en moest hij de ontknoping van de Tour gefrustreerd via de tv volgen.

Het klinkt misschien gek voor iemand die afgelopen dinsdag op de Noord-Franse kasseien na zijn linkerpols ook zijn rechterhand blesseerde en zijn rivalen uit het zicht zag verdwijnen. Maar het verloop van de ronde is tot dusverre zoals hij het van tevoren voor zichzelf had uitgetekend.

Dat de andere kopman van Rabobank, Denis Mentsjov, er beter voor staat in het klassement, maakt hem niet nerveus. En dat er in de sprintetappes de laatste dagen eindelijk meer aandacht uitging naar zijn ploeggenoot Oscar Freire, juichte hij alleen maar toe. Hoe minder er naar hem wordt gekeken of aan hem wordt gevraagd, des te beter. Gesink heeft nog genoeg tijd om zijn slag te slaan in de Tour.

De Achterhoeker kan de druk van buitenaf om te moeten presteren missen als kiespijn. Hij weet dat er landgenoten zijn die na dertig jaar naar een Nederlandse eindwinnaar hunkeren. En nadat hij vorig jaar in de Vuelta heeft laten zien dat hij in een grote ronde om een plaats op het erepodium durft mee te doen, zijn de verwachtingen in de Tour nog verder toegenomen.

Zijn rol vergt toch al meer van hem dan van de meeste anderen in zijn ploeg. Als kopman is hij niet alleen verantwoordelijk voor het welslagen van zijn eigen ronde. Hij wordt er ook op afgerekend als de ploeg anders presteert dan vooraf de bedoeling was.

Gesink is zich ervan bewust. En hoewel hij het nog altijd vreemd vindt om op zijn 24ste leiding te geven aan soms veel oudere renners, heeft hij steeds beter met zijn rol leren omgaan. Een geboren kopman is hij misschien niet. Maar wie is dat dan wel bij de Raboploeg? En wat is dat dan precies, een geboren kopman? Kun je in de wieg al kopman zijn?

De vergelijking met de andere kopmannen met wie Rabobank de laatste jaren ten strijde trok, gaat hoe dan ook mank. Gesink heeft misschien niet het charisma van teamplayer Thomas Dekker. En in het peloton is hij ook al niet zo vaak in de aanval als Michael Boogerd. Het winnen van een grote ronde, zoals Mentsjov al drie keer lukte, moet trouwens ook nog steeds gebeuren.

Ook voordelen
Aan de andere kant valt de vergelijking met zijn voorgangers ook voor een deel in zijn voordeel uit, zegt Erik Breukink, technisch directeur van de Raboploeg. ‘Van Thomas kon je zeggen dat hij bijvoorbeeld veel hulp nodig had om vóór in het peloton te blijven. Boogerd moest heel erg goed rijden, anders kwam hij vaak in dienst van anderen te fietsen. En Mentsjov trekt de hele ploeg naar beneden mee als hij zich onzeker begint te voelen.’

De kopman is bij voorkeur een tactisch genie, zoals Armstrong, Hinault of LeMond. Het scheelt ook als hij zo goed kan klimmen als Contador of even bedreven is in het tijdrijden als Indurain. Maar het zijn niet meer dan basiseigenschappen waarmee de belangrijkste renner zijn status in de eigen ploeg afdwingt.

Er is meer voor nodig dan hard fietsen om acht anderen achter je te krijgen, vindt Koos Moerenhout, die Gesink als Tourveteraan met raad en daad bijstaat. Een kopman moet de anderen ook zover krijgen dat ze zich compleet voor hem wegcijferen.

Hij hoeft het gewicht van de ploeg niet te dragen, maar hij moet respect tonen voor wat zijn knechten doen. En hij mag zijn hoofd nooit laten hangen. Een kopman geeft het goede voorbeeld.

Niet voor niets wordt bij Rabobank hoog opgegeven van het sociale karakter van Gesink. Zijn ploegmaten prijzen hem stuk voor stuk omdat hij duidelijk zegt wat hij van ze verlangt en van zijn hart geen moordkuil maakt. Volgens ploegleider Nico Verhoeven duurde het na een etappe in de Ronde van Zwitserland niet al te lang of de rest van de ploeg wist hoe Gesink zich die dag had gevoeld.

Eerlijke kopman
Het maakt hem tot een betrouwbare, eerlijke kopman. Maar de winst van de ontwikkeling van de laatste jaren, zeggen ze bij Rabobank, is hij dat zich heeft leren verplaatsen in zijn ploeggenoten. Het is een proces dat niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen.

Laurens ten Dam, door een blessure afgevallen voor de Tour, weet nog goed hoe Gesink zich in het begin kon opwinden als hij een ploeggenoot hoorde zeggen dat die ook weleens een dagje vrij zou willen. ‘Ik leef ook behoorlijk voor mijn sport, maar ik denk niet echt alleen maar aan fietsen zoals Robert. Hij heeft moeten inzien dat niet iedereen is zoals hij.’

Er tegenover staat dat hij zich steeds meer laat gelden als leider van de wielerploeg. Zijn ploeggenoten vinden dat zijn charisma is toegenomen en dat hij door zijn prestaties een bepaalde status in het peloton heeft afgedwongen. Hij leert meer en meer hoe het is om autoriteit te moeten uitstralen.

Tegelijk voelt hij zich soms niet te beroerd om tijdelijk in dienst van anderen te fietsen. In de Ronde van Zwitserland zette hij zich een paar kilometer op kop om Freire aan de ritzege te kunnen helpen.

Het stond niet in zijn takenpakket omschreven, maar Gesink zag er geen bezwaar in. Hij vond dat hij er niet minder van werd en deed het graag. ‘Moet je hem dan afremmen’, vraagt Breukink.

Bij Rabobank wordt door een team van specialisten gewaakt over het groeiproces van de beste renner van stal. Het gaat met kleine stapjes en zonder hem te veel te willen belasten. Want dat er nog genoeg te doen is en niets vanzelf gaat, werd in de eerste week van de Tour duidelijk.

Maandag viel Gesink in de aanloop naar de Côte de Stockeu. Hij belandde op zijn heup en pols. Toen bij het onderzoek in het ziekenhuis een scheur in zijn ellepijp werd gevonden, zonk Gesink de moed in de schoenen. Hij zag zijn tweede Tour de France nog sneller eindigen dan de vorige.

Zijn ploeg lapte hem weer op en na een nacht slapen wilde hij van geen opgeven meer weten. Het kwam hem niettemin op een kritische opmerking van ploegleider Adri van Houwelingen te staan. Die raadde Gesink aan in het vervolg niet meer zo in paniek te raken zolang de Tour nog steeds niet is verloren.

De renner is zich van zijn achilleshiel bewust. Hij zegt zelf al minder snel te verkrampen als het schema dat hij voor zichzelf heeft uitgestippeld in de war wordt geschopt doordat er plotseling iets tussendoor komt, zoals een interview met de krant of een afspraak met een sponsor.

Beetje bij beetje gaat het beter. Maar Gesink heeft geleerd dat hij niet altijd controle over de situatie kan hebben en durft de dingen van zich af te zetten, vindt hij zelf.

Vorig jaar kon hij zich nog enorm opwinden over een column van oud-renner Peter Winnen, die vond dat Gesink in de Dauphiné te vroeg in vorm was geweest. ‘Toen had ik zoiets van: ik ken jou niet, waarom oordeel jij over mij? Nu denk ik: als jij iets populairs wilt zeggen, ga vooral je gang.’

Het belangrijkste is dat hij zichzelf achteraf niet hoeft te verwijten dat hij iets heeft laten liggen. Een topsporter probeert om die reden het toeval zo veel mogelijk uit te sluiten. Gesink doet er hard genoeg zijn best voor.

Na een voorseizoen dat niet liep zoals hij had gedacht, besloot hij met het oog op de Tour de France nog meer in zichzelf te investeren. Hij zocht de hoogte op in de Sierra Nevada, verkende de belangrijkste bergetappes en sliep nog vaker in een tent die de zuurstofrijke lucht in zijn slaapkamer door zuurstofarme lucht vervangt.

Gesink had het er graag voor over. Hij was gebrand om bij zijn terugkeer in de Tour mee te doen met de klassementsrenners.

Dat mocht ook van hem worden verwacht na de Ronde van Zwitserland, waar hij op Contador en Evans na al zijn rivalen het nakijken gaf in de koninginnerit. Een dramatische tijdrit kostte hem uiteindelijk de eindoverwinning.

In de Tour ligt nog alles open. Misschien wint hij wel een rit in de Alpen, dit weekeinde. Het zou de bekroning zijn van een week van vallen en opstaan voor de kopman.

Meer over