sport

Gaan Afrikaanse wielrenners de hardlopers achterna? Eritrese winnaar Gent-Wevelgem denkt van wel

Biniam Girmay uit Eritrea won als eerste Afrikaan een wielerklassieker en vond het ‘de definitieve doorbraak voor het Afrikaanse wielrennen’. Gaat hij gelijk krijgen?

Robert Giebels
Biniam Girmay onderweg naar de winst in Gent-Wevelgem van afgelopen zondag. Beeld Belga
Biniam Girmay onderweg naar de winst in Gent-Wevelgem van afgelopen zondag.Beeld Belga

Oost-Afrikaanse hardlopers blinken internationaal uit op de lange afstanden. Is dat ook mogelijk in een duursport als wielrennen?

‘Jazeker’, zegt oud-atleet Jos Hermens, ‘en dat idee hadden we twintig jaar geleden al.’ Hermens leidt Global Sports Communication (GSC), een commercieel bedrijf uit Nijmegen dat getalenteerde atleten in landen zoals Kenia, Oeganda, Ethiopië en Eritrea bij elkaar brengt, traint en begeleidt, zodat ze zich kunnen ontwikkelen naar internationaal topniveau. GSC-atleten wonnen bij de laatste Olympische Spelen acht gouden, vijf zilveren en zes bronzen medailles.

De vier landen liggen op grote hoogte en wie er is geboren en getogen, heeft een jarenlange natuurlijke hoogtestage achter de rug. Het bloed heeft een hogere zuurstofopnamecapaciteit wat gunstig is voor het uithoudingsvermogen. Handig voor een duursporter zoals langeafstandslopers of wielrenners. Girmay vertelt met graagte dat hij een maximaal zuurstofopnamevermogen van 86 heeft, iets hoger zelfs dan de in Kenia geboren en getogen viervoudig Tourwinnaar Chris Froome.

Hermens werkt in Afrika tot dusver alleen met duuratleten, maar hij zag vanaf het begin volop wielerpotentieel. ‘Simpel: als je zo’n grote motor hebt met lopen, heb je ook een grote motor met fietsen.’ Hermens’ grootste ontdekking, de Ethiopiër Haile Gebrselassie, een van de beste langeafstandslopers aller tijden met twee olympische- en negen wereldtitels, trainde ook elke dag op een hometrainer. ‘De metertjes op dat ding! Waanzinnige vermogens trapte hij’, herinnert Hermens zich. ‘Ik raakte er toen van overtuigd dat het een keer zou gebeuren dat een Oost-Afrikaanse wielrenner een grote koers zou winnen.’

Hoe moet de ontwikkeling van Afrikaans wielertalent aangepakt worden?

Hermens’ GSC gaat dat op dezelfde manier doen als het toppers in de atletiek heeft voortgebracht. ‘Het is een logische stap’, zegt atletenmanager Valentijn Trouw van GSC, ‘om onze kennis, faciliteiten en mogelijkheden ook toe te passen op andere duursporten zoals wielrennen.’ Wat Trouw betreft, moet wielertalent in eigen land bij elkaar worden gebracht en daar tot ontwikkeling komen.

Gent-Wevelgem-winnaar Girmay volgde een andere route en meent dat Eritrese jongens en meisjes die willen slagen als profrenner zo jong mogelijk naar Europa moeten gaan. Want, zo vertelde Girmay aan de Vlaamse krant De Morgen, ‘koersen in Europa valt totaal niet te vergelijken met koersen in Afrika. Fietsen is daar totaal niet technisch.’ Dat merkte hij meteen in zijn eerste Europese wedstrijden. ‘Dé grote uitdaging is in een peloton leren rijden, je positie handhaven. In Afrika rijd je met een klein peloton over brede wegen, in Europa met 180 over smalle wegen. Dat moet je zo jong mogelijk leren.’ Maar dan nog: ‘Er zijn veel goede zwarte renners, maar er zijn niet veel kansen om op te vallen bij Europese teams.’

Trouw van GSC gelooft dat het mogelijk is in, zeg, Eritrea, waar veel wedstrijden worden gereden en een ware wielergekte bestaat, de ‘Europese situatie’ na te bootsen. Bijvoorbeeld met een aangepast parcours, nieuwe trainingsvormen, wedstrijdsimulaties, uitstapjes naar de mountainbike of wielerbaan. ‘Kwestie van creatieve vormen vinden voor waar nu nog achterstand is, maar tegelijk de natuurlijke voordelen die Afrikaanse sporters hebben, behouden.’

De belangrijkste daarvan is te zijn opgegroeid op hoogte. ‘Maar we zagen ook dat de sterkste langeafstandlopers eerder van het platteland kwamen dan uit de stad. Als je als kind al gewend bent uren op het land te werken, kijk je anders tegen 200 kilometer fietsen aan dan wanneer je de hele dag computerspelletjes speelt.’

Zijn Afrikaanse renners op de lange termijn in staat mee te draaien in het profpeloton?

‘Dat peloton ziet er over tien jaar heel anders uit dankzij de instroom van Afrikaanse renners’, voorspelt Trouw. Zo ging het ook met renners uit Latijns-Amerika, die in de loop van drie decennia steeds meer verschillende typen wielerkoersen wisten te winnen – van etappes in grote ronden, via eendagsklassiekers en olympische titels naar de grote ronden. Op dat niveau leggen Hermens en Trouw van GSC de lat ook. ‘In de atletiek werken we in de absolute topsport’, legt Trouw uit, ‘dat is ook met wielrennen het doel: Afrikaanse wielrenners afleveren die structureel serieus meerijden in grote ronden, klassiekers en op de Olympische Spelen.’

‘Serieus meerijden’ of ook winnen?

Winnen, dat toont de prestatie van Girmay wel aan. De Eritrese klassiekerwinnaar, die meent dat Afrikaanse renners in het verleden als eendagsvliegen werden gezien, is ervan overtuigd dat met zijn overwinning het hek van de dam is. ‘Iedereen zoekt naar talent en je kunt echt wel veel goede renners vinden in Afrika.’ Girmay voorspelt dat nadat zes of zeven wielerploegen van het hoogste WorldTour-niveau een zwarte renner in de gelederen hebben, het ‘Afrikaanse aandeel’ vanzelf zal groeien. ‘Precies zoals nu bijna elke ploeg een Colombiaan in z’n team heeft.’

Kippenvel, voelde Daniel Abraham toen hij Girmay zag winnen. ‘Het kán’, zegt de in Eritrea geboren, voor Nederland uitkomende paralympisch wielerkampioen én profrenner. ‘Girmay doet waar ik al die jaren van heb gedroomd.’ Abraham is wat voorzichtiger dan de klassiekerwinnaar over de doorbraak die Afrikaanse wielrenners nu te wachten staat. Ploegleiders en het peloton zullen hun vooroordelen over zwarte renners nu wel laten varen, denkt Abraham. ‘Dat we niet kunnen sturen of het niveau niet aankunnen, dat kunnen ze nu niet meer zeggen.’

Meer over