Functie zonder naam voor Jaap Stam

Jaap Stam schuift aan op het trainingsveld van FC Zwolle. Zijn assistentie kan de club tijdens de nacompetitie nog goed van pas komen.

Van onze verslaggever Charles Bromet

Het moet ongeveer anderhalve maand geleden zijn geweest dat FC Zwolle hem benaderde voor een intern onderzoek naar de club. Het nieuwe bestuur vroeg hem naar zijn medewerking en die heeft Jaap Stam dus maar verleend. Wist hij veel dat zijn jeugdliefde even later opnieuw bij hem zou aankloppen met de vraag of hij niet zelf iets voor Zwolle zou kunnen betekenen.

En zo kon het gebeuren dat de oud-international (36) zich woensdag voor het eerst op het trainingsveld meldde om de teruggekeerde hoofdcoach Jan Everse te ondersteunen. Nee, hij had geen bittergarnituur voor hem meegenomen. ‘Daar hebben we na de training maar even van gegeten’, reageert Stam lachend op de vraag over de kwestie die het aanvankelijke ontslag van Everse inleidde.

De coach die zijn noodgedwongen vertrek met succes aanvocht bij de arbitragecommissie van de KNVB, na een interne ruzie met het oude bestuur omdat hij was overgeslagen bij de rondgang van een schaal met hapjes, heeft Stam er graag bij. Zwolle mengt zich dinsdag in de nacompetitiestrijd, als Cambuur op bezoek komt in het Oosterenk stadion, en zal zich misschien wel laten inspireren door de aanwezigheid van de voormalige topverdediger.

In de persverklaring, waarin de rentree van Stam bij Zwolle werd aangekondigd, was er een hoop ruimte voor interpretatie gelaten. Er was geen officiële titel voor hem gevonden. Wel meldde de club dat Stam zijn voetbalschoenen weer zou aantrekken en op het veld Everse ging bijstaan. Maar assistent-trainer was hij dan ook weer niet. Dus wat is hij nu eigenlijk wel?

‘Tja, ik weet ook niet goed welke titel je erop moet plakken. Het is in elk geval geen vaste functie’, zegt Stam. ‘Ik train af en toe mee met de groep en probeer de jongens waar mogelijk wat handvaten aan te reiken. Het zou leuk zijn als ze het oppikken. Ik weet niet of ze er harder door zijn gaan trainen, maar ze doen in elk geval goed hun best en bij de club vinden ze het fantastisch.

‘Daarnaast praat ik ook met Everse over de selectie en geef mijn mening als die wordt gevraagd. Maar het kan ook zomaar dat ik er een week niet ben. Die vrijheid heb ik. Ik ben in elk geval niet bij Zwolle begonnen met de intentie het trainersvak in te stappen’, vervolgt Stam.

‘Nu weet ik ook wel dat Van Basten en Wouters destijds ook niet van plan waren om als coach aan de slag te gaan, en daar later op moesten terugkomen. Maar ik sta zeker niet op het punt om me in te schrijven voor de trainerscursus.’

Ook kan Everse zich de moeite besparen een beroep te doen op Stam om terug te keren als speler. ‘Ik heb mijn schoenen wel weer aangetrokken voor de training, maar wedstrijden speel ik alleen op zondag met de veteranen van VV Hoonhorst. Dat is lekker ongedwongen, jongens onder elkaar.

‘Denk ook niet dat ik na mijn besluit te stoppen als speler in een zwart gat ben gevallen. Mijn lichaam kon niet meer opbrengen wat ik van mezelf eiste, dat was mijn reden ermee op te houden. De tijd dat zelfs voor me werd bepaald welke onderbroek ik moest aantrekken, mis ik niet. Ik heb lekker in de tuin gewerkt, aandacht gegeven aan mijn gezin, precies zoals ik het me had voorgesteld.’

In omstandigheden die zijn vaarwel als speler een prettig Hollands accent gaven – voor onweer schuilende voetballers in een stadion met een lekkend dak vanwege de verbouwing – had hij op 26 juli 2008 in Zwolle afscheid genomen.

Stam maakte een ereronde met vrouw Ellis en zijn vier kinderen en richtte zich op de middenstip, met een microfoon in de hand, liefdevol tot zijn eega. Over zijn toekomst had hij zich toen niet willen buigen. ‘Iets met jeugd of iets met scouting’, dat leek hem wel wat. Maar wanneer dan? En bij welke club? Ach, dat zou hij wel zien.

Nu combineert hij zijn werk bij Zwolle met scoutingklussen voor zijn zaakwaarnemer Henk van Ginkel. En af toe is daar ook nog een optreden als analist van wedstrijden voor de televisie. ‘Al die dingen gaan op het moment goed samen. Het geeft me de kans te kijken waar mijn interesse naar uitgaat.’

De ontslaggolf onder trainers heeft zijn kijk op het vak niet veranderd. ‘Er komt zoveel bij kijken tegenwoordig. Daar wordt soms te gemakkelijk over gedacht. Hoe leid ik een organisatie? Hoe zet ik het tactisch neer? Hoe kom ik over? Dat is niet voor iedereen weggelegd. Vandaar dat je jezelf de tijd moet gunnen om te bepalen welke richting je opgaat. Die tijd wil ik nu nemen.’

Meer over