Fikse kritiek op stijl en aanpak turncoach Louter

Op de kop af een jaar na de huldiging van de nationale turnvrouwen als sportploeg van het jaar werd gisteren, in de coulissen van datzelfde NOC*NSFsportgala, de rekening opgemaakt van het 'debacle van het jaar'....

Van onze verslaggever John Volkers

Veel van wat misging in Californië, Nederland eindigde daar na een dramatisch optreden als zestiende, had te maken met de stijl en de aanpak van bondscoach Frank Louter. Hij verdient nog steeds respect, sprak technisch bestuurslid Wil Uijlenbroek, maar het evaluatierapport van Verkerke sprak andere taal.

Louter komt er, in een aantal aspecten, uit als een boeman. Een stijl van 'weinig complimenten, veel kritiek' wordt hem aangewreven. Wel wordt, als uitkomst van 45 interviews met alle geledingen van de turnsport, vastgesteld dat Louters technische en methodische vakbekwaamheid 'onomstreden' is en dat hij een sterk 'opleider van talent' is.

Zijn andere vaardigheden, vooraldie van mentale, pedagogische en communicatieve aard, lopen daarbij uit de pas. Zo wachtte hij als verantwoordelijk bondscoach veel te lang met het temperen van de verwachtingen, hij wenste niet in te gaan op de 'mondigheid' van de oudere turnsters en hij schipperde voortdurend met de afspraken over de samenstelling van het WK-team. Met name de aanwijzing van een achtste turnster (de van een blessure herstellende Gabriëlla Wammes), in weerwil van de afspraak er zeven mee te nemen, is Louter kwalijk genomen.

Er ontstonden, zo schrijft Verkerke, in de aanloop naar de WK 'in toenemende mate spanningen tussen (een aantal) turnsters, steunpunttrainers, de bondscoach en tot op zekere hoogte de topsportcoördinator'. Op de trainingskampen in België en in de Verenigde Staten was de spanning te snijden. De turnbond KNGU had daar geen weet van.

Het zich ontwikkelende conflict spitste zich toe op de hardheid ('zijn stijl en trainingsaanpak werden niet door alle collega's onderschreven') en op het ontbreken van neutraliteit bij de bondscoach. Frank Louter was ook steunpunttrainer bij Pro Patria in Zoetermeer en zeer begaan met zijn clubpupillen. De bond had gezien de decentralisatie van het Nederlandse turnsysteem liever meer dan één bondscoach aangesteld,maar mocht dat niet van geldverschaffer NOC*NSF.

Die bemoeienis van de sportkoepel is verregaand en wordt als een van de oorzaken van de ontspoorde situatie in de technische staf gezien. 'Een bondscoach in deze dubbele situatie moet altijd rekening houden met potentiële belangenconflicten', aldus het rapport.

Ook topsportcoördinator Willem Veldman, oud-bondscoach uit 1987, kon die neutrale rol niet vervullen. Bij hem woonde een van de selectieturnsters in huis. Het was daarom een en al wantrouwen binnen de ploeg.

Louters harde aanpak ('strenge bejegening en stevige belasting') kwam ook tot uiting in het aanvankelijk buitensluiten van de teamarts Liesbeth Lim. Zij zou een 'te groot begrip hebben voor de turnsters en hun klachten'. Louter nam liever een tweede fysiotherapeut dan een arts mee naar de VS. De blessuregolf bleek vervolgens een hoofdoorzaak van het tenondergaan van de doelstelling, een positie bij de toptwaalf. Lim mocht na ingrijpen van het bondsbestuur toch mee.

Verkerke komt voor de toekomst met 39 aanbevelingen, om het beter te doen en 'toeval uit te sluiten'. Voor de EK, komend voorjaar in Amsterdam, zal in elk geval niet meer dan één coach voor de Nederlandse ploeg staan.

Meer over