AnalyseFeyenoord

Feyenoord, de grote Europese verrassing, komt van ver

Feyenoord begon tien maanden terug, tegen het volslagen onbekende FC Drita, aan een Europese campagne die tot mislukken leek gedoemd. In de tussentijd is er veel veranderd. Voor coach Arne Slot, voor de spelers. Nu ze in de finale staan, willen ze de Conference League winnen ook.

Bart Vlietstra
De staf van Feyenoord viert feest na het bereiken van de finale. Beeld ANP
De staf van Feyenoord viert feest na het bereiken van de finale.Beeld ANP

In een poging uiting te geven aan zijn gevoelens typte Feyenoord-middenvelder Orkun Kökcü donderdagavond om 23.04 uur JSHFJFNCMKAKAHABHAJSIWOPPKXBDJJDODSLZNBBCJFKLLLAbdhsjakakala op zijn telefoon en plaatste die tekst op Twitter. Zijn volgende tweet was korter: Finallll.

Even eerder had Kökcü met Feyenoord bij Olympique Marseille een 0-0-gelijkspel uit een Franse vuurzee gesleept, genoeg om de finale van de Conference League te bereiken na de fraaie 3-2-zege van een week eerder in Rotterdam. De eindstrijd vindt plaats in Tirana op 25 mei; twintig jaar nadat Feyenoord voor het laatst in een Europese finale stond en tien maanden nadat het, eveneens diep in de Balkan, aan het toernooi begon.

Feest was er overal, donderdagavond. En vrijdag ook nog wel. In Marseille, in Rotterdam en wijde omstreken, in de vele Feyenoord-huishoudens en -cafés elders op de wereld.

Daarna rees, vooral op andere plekken, de vraag: hoe groots is deze prestatie? De Conference League is het derde Europese clubtoernooi in rang en werd pas dit seizoen geïntroduceerd als een soort presentje voor clubs uit kleine voetballanden. Bondscoach Louis van Gaal sprak over de ‘Jut en Jul-competitie’.

Maar niet langer mag er denigrerend over het toernooi worden gedaan, vindt Feyenoord-coach Arne Slot en velen met hem. Feyenoord speelt in de finale tegen AS Roma, uit topvoetballand Italië, dat afrekende met Leicester City, uit de duurste competitie ter wereld, de Premier League. Feyenoord schakelde in de halve finale de nummer twee van Frankrijk uit in een soort vleesgeworden voetbalhel. Onderweg werd de spelersbus bekogeld met bakstenen, door het stadion trok een mix van traangas en rook, waardoor het volgens spits Cyriel Dessers de eerste tien minuten niet mogelijk was te ademen. ‘Mijn ogen prikten, mijn longen zaten vol met rook: verschrikkelijk.’

Elkaar verstaan was onmogelijk in Stade Vélodrome waar tienduizenden supporters zich collectief roerden zoals haast nergens anders in Europa. Het kabaal, versterkt door de golvende overkapping, was bijna doof makend.

Eerder schakelde Feyenoord Slavia Praag, de kampioen van Tsjechië, en de Duitse subtopper Union Berlin uit. Slot: ‘Dat geeft dit toernooi grandeur, vind ik.’

Bij de keel grijpen

De prestatie is vooral knap als bedacht wordt waar de club stond, toen Feyenoord tien maanden geleden in warm Pristina aantrad in de eerste van drie voorrondes tegen FC Drita.

Aanvoerder en topscorer Berghuis stond op het punt bij Ajax te tekenen, tweede aanvoerder Fer zou nog vertrekken, nieuwkomers Dessers, Trauner en Aursnes waren er nog niet bij, Til en Pedersen pas net, Geertruida was geblesseerd, Kökcü oogde te zwaar. Slot, nog relatief onervaren als hoofdcoach, trof in zijn eerste dagen bij Feyenoord een mentaal gewonde ploeg, die vijfde was geworden en volgens de vorige trainer, de gepokt en gemazelde Dick Advocaat, vooral deemoedig diende in te zakken en te gokken op de counter.

Coach Arne Slot Beeld Pro Shots / Marcel van Dorst
Coach Arne SlotBeeld Pro Shots / Marcel van Dorst

Slot wilde het anders. Domineren, de tegenstander bij de keel grijpen, centrumverdedigers die vooral vooruitdenken, backs die opschuiven naar het middenveld, artistieke aanvallers en middenvelders die zich kapotlopen om overal op het veld een mannetje meer te krijgen. Hij realiseerde die speelstijl al eerder bij Cambuur en AZ, waarom zou dat bij Feyenoord niet kunnen? Iedere voetballer wil toch naar voren, wil toch de bal? Iedere supporter ziet dat toch graag? De trainer toonde beelden van Manchester City aan zijn spelers. Als wereldsterren als De Bruyne, Bernardo, Sterling en Mahrez zoveel energie in een wedstrijd legden; waarom dan spelers van Feyenoord, die nog alles te bewijzen hebben, niet?

Slot introduceerde plezierige trainingsvormen in de voorbereiding, waardoor spelers onbewust veel meters met een hoge intensiteit aflegden. Hij hield ruggenspraak met zijn fysieke en medische staf over hun belastbaarheid. Toch waren er bij de 43-jarige coach twijfels, niet voor niets bleef hij in het begin hameren op de krapte van zijn selectie. Maar dat werd stilaan de kracht van Feyenoord, dat telkens dezelfde spelers het moesten doen, tweemaal per week.

Aanvaller Bryan Linssen: ‘Hoe meer wedstrijden je speelt met een kleine groep, hoe fitter en beter ingespeeld je raakt. Daarnaast hebben we goede professionals rondlopen die je helpen met van alles.’

Feyenoord-spelers gingen ook zelf aan de slag. Tyrell Malacia verveelde zich tijdens de lockdown zo dat hij een personal trainer in de arm nam, hij overtuigde ploeggenoot Kökcü mee te gaan.

Maar Slot is de grote animator, meent Kökcü, een van de spelers die zich komende zomer mag opmaken voor een miljoenentransfer, waarschijnlijk naar, saillant genoeg, AS Roma. ‘We hebben alles te danken aan zijn komst. Vanaf de voorbereiding zijn we aan de slag gegaan met een duidelijk plan. Hoe langer je daarmee bezig bent, hoe meer je erin gelooft en voor elkaar door het vuur gaat. Iedereen rendeert beter onder trainer Arne.’

Laserlicht en krampaanvallen

Een lerarenzoon uit Bergentheim met een bescheiden spelerscarrière die een verweesde ploeg uit Rotterdam-Zuid langs steeds lastiger Europese klippen leidt; het is een aansprekend verhaal. Feyenoord had het vooral in het eerste half uur loodzwaar in Marseille, maar overleefde en ging daarna ‘verdedigen met lef’, zag Slot. Werden eerder vooral voorwaartsen Sinisterra, Til, Kökcü en Dessers geprezen, ditmaal waren de verdedigers Geertruida, Trauner, Malacia en Senesi de grote uitblinkers. Slot: ‘Het was een andere wedstrijd dan in Rotterdam toen we domineerden. Hoog druk zetten lukte niet en we waren te snel de bal kwijt. Dan wordt er iets anders gevraagd. Dat kunnen we dus ook.’

Cyriel Dessers Beeld ANP
Cyriel DessersBeeld ANP

Olympique Marseille voetbalde slordig, gejaagd, ondoordacht, zeker toen vedette Payet na een half uur de strijd moest staken. Dat zat mee. Maar Slot zag zijn manschappen stoïcijns blijven onder het gebrul en gespring van het publiek, het laserlicht op hun gezichten, zag ze vechten tegen krampaanvallen. Slot: ‘Daar ben ik misschien nog het meest trots op, onze fitheid.’

Een ploeg moet de harde labeur die het ‘Slotspel’ vraagt, kunnen blijven opbrengen. Malacia: ‘Dat is vooral mentaal soms zwaar. Maar als het goed gaat, dan krijg je daar energie van.’

Het is wat dat betreft best een dunne lijn geweest. Het financieel armlastige Feyenoord (dat inmiddels 13,6 miljoen aan premies verdiende in Europa) nam een risico door lang te wachten met het aantrekken van spelers. Het vloog er bijna uit tegen FC Drita. De nieuwkomers hadden een bescheiden reputatie, maar pasten wonderwel, terwijl anderen opleefden. Dessers, Kökcü en Trauner werden onverwachte publiekslievelingen.

Kökcü, die in mindere tijden soms de fans ontliep omdat hij zich schaamde voor wat hij had laten zien: ‘Het is prachtig om ze zo blij te maken.’

Maar nog geen Feyenoord-speler is tevreden, merkte Slot tevreden op. ‘Een finale spelen is leuk, maar geeft pas echt een goed gevoel als je hem wint.’

Daarover was ook Kökcü glashelder. ‘We willen die prijs, we willen geschiedenis schrijven.’

Meer over