Olympische Spelen

Femke Bol treft in de hordenfinale twee ijzersterke concurrenten

Femke Bol neemt het in de finale van de 400 meter horden op tegen de twee beste 400-meter hordeloopsters ooit: Sydney McLaughlin en Dalilah Muhammad.

Femke Bol wint in de stromende regen met grote overmacht haar halve finale.
 Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol wint in de stromende regen met grote overmacht haar halve finale.Beeld Klaas Jan van der Weij

IJzer scherpt IJzer. Zo noemt Sydney McLaughlin de tweestrijd met Dalilah Muhammad, de concurrente die ze geen rivaal wil noemen. Het respect is groot tussen de twee Amerikaanse atletes die elkaar beter maakten.

De aartsrivalen op de 400 meter horden keken de laatste jaren vooral naar elkaar. Maar ineens was daar een derde: Femke Bol, de 21-jarige Nederlandse waar Muhammad en McLaughlin tot voorkort nooit van hadden gehoord. In het coronajaar 2020, waarin veel concurrenten niet of amper in actie kwamen, brak Bol plotseling door.

Ze voerde de wereldranglijst aan op de 400 meter horden. Ze verloor geen enkele wedstrijd over haar favoriete afstand. Maar met Muhammad en McLaughlin hoefde ze zich nooit te meten. Ze treft het duo dinsdagnacht voor het eerst, in de olympische finale.

Muhammad is een veteraan die alles al gewonnen heeft in haar carrière. De 31-jarige Amerikaanse zette een nieuwe standaard neer op de 400 meter horden. Na haar olympische titel in 2016 in Rio won ze op de wereldkampioenschappen in Doha in 2019 het goud in een nieuw wereldrecord: 52,16 seconden.

Dalilah Muhammad Beeld AP
Dalilah MuhammadBeeld AP

Op de hielen

De 21-jarige McLaughlin zat haar toen al op de hielen. Ze moest in 2019 in de WK-finale slechts 0,07 seconden toegeven op de toptijd van haar landgenote. Het moest sneller kunnen, wist McLaughlin. Toen corona uitbrak, gebruikte de Amerikaanse de periode om van coach te wisselen. Ze liep geen enkele wedstrijd in 2020.

McLaughlin sloot zich aan bij de trainingsgroep van Bob Kersee, waar ook de zesvoudig olympisch kampioene Allyson Felix traint. De bekende atletiekcoach uit Amerika trainde ook zijn vrouw Jackie Joyner-Kersee, de drievoudig olympisch kampioene op de zevenkamp en Florence Griffith Joyner, de snelste sprintster aller tijden.

Kersee stuurde McLaughlin naar het kortere werk om meer snelheid te genereren. Nu is ze de eerste vrouw die de 100 meter horden onder de 13 seconden loopt, de 200 meter horden onder de 23 en de 400 meter horden onder de 52 seconden.

McLaughlin experimenteerde ook met het aantal passen dat ze tussen de horden maakt. Ze veranderde van vijftien naar veertien passen. Het leverde haar vlak voor Tokio een grandioos wereldrecord op. Ruim een maand geleden verbeterde ze de oude toptijd van Muhammad. Ze liep met een tijd van 51,90 seconden als eerste vrouw onder de 52 seconden op de 400 meter horden.

Sydney Mclaughlin Beeld AP
Sydney MclaughlinBeeld AP

Druk

De druk was op haar olympisch debuut in 2016 in Rio nog gigantisch. McLaughlin was vijf jaar geleden op 16-jarige leeftijd de jongste atlete sinds 1972 die een plek in de olympische atletiekploeg veroverde. In Brazilië had ze continu het gevoel dat ze wilde overgeven van de zenuwen. Ze werd 16de. In Tokio zegt ze van spanning geen last te hebben. ‘Druk is een illusie’, aldus McLaughlin.

Het gat met Muhammad en McLaughlin en Femke Bol was tot voor kort nog groot. Maar er lijkt in de aanloop naar de Spelen geen maat te staan op Bol. Begin juli haalde ze weer een enorme hap uit haar Nederlandse record. Haar persoonlijke record van 52,37 seconden komt nu serieus in de buurt van het wereldrecord. Slechts drie vrouwen waren ooit sneller op de 400 meter horden. Twee daarvan zijn Muhammad en McLaughlin.

Zo soepel als tijdens de twee wonderjaren van Bol ging het bij de voormalig wereldrecordhoudster Muhammad niet. De routinier worstelde met een blessure en herstelde van het coronavirus. Net op tijd kwam ze weer in topvorm. Ze plaatste zich voor Tokio in 52,42 seconden, de vierde tijd van het jaar.

Hoe het woensdagochtend vroeg zal gaan, om 05.20 uur Nederlandse tijd, is niet te voorspellen. In de drie halve finales liepen de drie rivalen elk een eigen race. Ze lieten zich niet uit het veld slaan door de stromende regen. Ze wonnen met speels gemak hun race, zonder onnodig krachten te verspillen. Voor wat het waard was: McLaughlin finishte in 53,03: Muhammad 53,30 en Bol 53,91.

Ze zijn aan elkaar gewaagd, zo veel is zeker. Maar in een race met tien hindernissen van 76,2 centimeter, elk 35 meter uit elkaar geplaatst, kan veel gebeuren. Zeker als er olympisch goud op het spel staat.

Meer over