ColumnWillem Vissers

Femke Bol, de sensatie van de hordeloop

null Beeld

Atletiek is vaak een beetje hapsnapsport op televisie, een kwestie van betaalzenders, van op tijd inschakelen waar het live te doen is, van zoeken tussen Tour, racen met Max en voetbal. Zondag, onder een verkwikkend zonnetje in Stockholm, bij 27 graden Celsius, gebeurde iets bijzonders. Alweer.

Femke Bol uit Amersfoort, 21 jaar pas, een van de diva’s van de nieuwe golf Nederlandse atleten, tikte even na vieren kort op haar wangen, om optimaal scherp te zijn, waarna ze zich bukte om haar startpositie in te nemen in baan 5. Zou het? Opnieuw?

De 400 meter horden is een speciaal, moeilijk nummer. Passen tellen tussen de tien horden onderweg, de verzuring weerstaan, de baan houden, ritme en evenwicht bewaren, ook na het aanraken van hindernissen. Intussen de concurrentie monsteren, doortrekken op het laatste stuk, na de laatste horde.

Ik denk onwillekeurig aan Olga Commandeur, uit de vorige eeuw. Misschien was ik als sport liefhebbende jongen, thuis op de bank, heimelijk een beetje verliefd op haar, op deze Hollandse gratie. Ze deed mee aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984, toen de vrouwen het nummer voor het eerst olympisch liepen.

Wie Commandeur nog wil zien op televisie, kan inschakelen op ‘Nederland beweegt’, van Omroep Max. Daar staat ze met haar eeuwig gulle lach, 62 jaar inmiddels en topfit, met de dumbbells in haar handen oefeningen te doen. ‘Hak voor, 4-3-2. Achterlangs kruisen. Knie omhoog. Armen omhoog. Doe maar mee. Hakken-bil.’ Fitheid voor ouderen thuis, gecombineerd met de geheugentrainer.

Bol is de verbeterde versie van Commandeur, bijna 40 jaar later. Ze weet zelf nauwelijks wat haar overkomt. Onlangs liep ze extra hard in een estafette, want daaraan doet ze ook mee in Tokio, omdat ze een tegenstander in haar kielzog vermoedde. Het bleek haar schaduw. Bol loopt het ene record na het andere. Ze had in Oslo, een paar dagen geleden, al een Nederlands record gelopen.

Het was de vraag hoe ze tegen niet-Europese concurrentie zou lopen, want dat is ook de hamvraag voor Tokio. Hier in Stockholm trof ze voor het eerst een Amerikaanse uit het topsegment, Shamier Little. Die lag vrijwel meteen ver achter, maar dreigde Bol in te halen op het rechte stuk. Bol zette zich schrap, perste er een sprint uit en liep 52,37, bijna een seconde (!) sneller dan haar vorige record. Het ongeloof viel van haar gezicht te scheppen, want zo’n verbetering op een relatief kort loopnummer is zeldzaam, zeker in het licht bezien van al haar recente records. Ze is nog minder dan een halve seconde verwijderd van het wereldrecord. Uit de speakers schalde dat het de zevende tijd in de geschiedenis was.

Ze zei onlangs, na het indoorseizoen waarin de 400 meter horden niet op het programma staat, dat ze weer een beetje verliefd is op het nummer. Dat is fijn. Ze behoort onderhand tot de kanshebbers op olympisch goud. Ze heeft het in zich. Het is ongekend, zij en andere atleten; de weelde voor Nederland bij de belangrijkste sporttak tijdens de Spelen.