Extra druk doet kampioen vliegen

Natuurlijk wilde Gregory Sedoc in Hengelo over de horden vliegen. De FBK Games is de enige atletiekwedstrijd in Nederland die er werkelijk toe doet....

Mark van Driel en Jiri Büller

Sedoc hoopte de Twentse toeschouwers te kunnen tonen dat zijn Europese indoortitel op de 60 meter geen vergissing was, ook al vermoedde hij dat hij ver verwijderd was van de topvorm.

Twee wedstrijden liep hij deze lente pas. Snelle tijden hadden die niet opgeleverd. Dat verbaasde hem niets. Zijn voorbereiding, die door de festiviteiten na zijn onverwachte zege in Birmingham laat op gang kwam, werd verstoord door ziekten en blessures.

Toch voelde hij zich sterk. Hij ging niet gebukt onder zijn status van kampioen. Hij genoot juist van de extra druk die een titel met zich meebrengt. Bovendien had hij de afgelopen maanden opnieuw de bevestiging gekregen dat hij bij zijn nieuwe trainers, de Nederlandse Marita van Zwol en de Duitser Ulli Knapp, sneller was geworden.

In de week voor de FBK Games liet hij herhaaldelijk weten dat een tijd van 13,30 tot zijn mogelijkheden behoorde. Dat was geen grootspraak, ook al stond zijn persoonlijk record sinds 2004 op 13,51 en liep hij de afgelopen jaren zelden harder dan 13,60. Hij kon precies voorrekenen wat hij per horde aan honderdste seconden moest winnen om meer dan tweetiende seconde progressie te boeken.

Maar toen hij sprak over het bereiken van 13,30 dacht hij in termen van jaren, niet aan Hengelo.

Na zijn start had Sedoc niet meteen het idee dat hij bezig was aan een bijzondere race. Hij komt altijd snel uit de blokken, hij is vaak de gangmaker van het veld. Pas toen hij na zes horden nog voor zijn snelle Amerikaanse tegenstanders lag, begon hem te dagen dat er iets bijzonders aan de hand was. Op de achtste horde dacht hij nog op kop te liggen.

Pas op de negende en een-na-laatste horde voelde hij iemand voorbij schieten. Bij het passeren van de finish zag hij in een flits de winnende tijd van Ryan Wilson: 13,34 (later gecorrigeerd tot 13,33). Hij wist meteen dat hij een onwaarschijnlijk snelle tijd had gelopen. Nog voor hij die te horen kreeg, begon hij springend en dansend aan een ereronde langs het publiek. Dat beloonde zijn uitzinnige blijdschap met enthousiast applaus.

‘Het is onvoorstelbaar, 13,37, ik had niet gedacht dat ik zo hard kon lopen’, zei hij even later, terwijl ongeloof en blijdschap om voorrang streden. ‘Ik heb er geen woorden voor, ik kan het niet bevatten.’

In sneltreinvaart drongen de consequenties van de toptijd tot hem door. Hij is verlost van allerlei kwalificatieperikelen. Hij mag naar de WK atletiek in Osaka en weet zich genomineerd voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Peking. Aan allerlei andere Grand Prixwedstrijden zal hij gemakkelijker kunnen meedoen. Misschien wordt hij zelfs toegelaten tot de voorheen onbereikbare elite van de Golden League.

‘Laten we niet meteen te hard van stapel lopen’, temperde hij zijn eigen optimisme. Hij realiseerde zich zelfs in zijn opwinding dat hij op de absolute wereldtop nog flink achterligt. ‘Maar met deze tijd kom ik toch in aanmerking voor baan zeven of acht in de Golden League.’

Sedoc prees zijn voormalige trainster Ineke Bonsen, die vorig jaar stopte omdat ze te weinig ambitie proefde bij haar hordenlopers, en zijn twee nieuwe trainers omstandig. Maar hij wees ook op de verschillen tussen de trainers.

Bij Knapp en Van Zwol heeft hij een strikt individueel trainingsprogramma. Hij krijgt meer rust voorgeschreven en het accent wordt gelegd op zijn sterke punten bij de hordenrace, de start en de finish. ‘Ik ben van het vwo naar de universiteit gegaan.’

Van Zwol, die door Bonsen is opgeleid, voegde daaraan toe dat Sedoc wellicht sneller is geworden, omdat hij tegenwoordig meer sprinttrainingen doet zonder horden. Ook staan de horden tijdens frequentieoefeningen minder dicht op elkaar. Door zijn relatief geringe lengte (1.79) leed zijn techniek volgens haar onder die oefeningen. ‘Het wrong boven de horden.’

Ondanks zijn nieuwe toptijd en de wetenschap dat hij pas later in het seizoen in topvorm hoeft te zijn, bleef Sedoc realistisch over zijn mogelijkheden. Hij hield vol dat zijn grens vermoedelijk toch bij 13,30 ligt, ‘of misschien 13,29’. Aan verbetering van het Nederlandse record van Robin Korving durfde hij op dit moment nog niet eens te denken.

‘Sneller dan 13,15?’, zei hij tegen een ervaren verslaggever die de atletiekbaan onveranderlijk betreedt met opvallende puntschoenen. ‘Als dat lukt, krijg je van mij een paar hele mooie Italiaanse schoenen.’

Meer over