Nieuws

Excuses van gymnastiekbond aan oud-turnsters voor continue angstcultuur

Een woensdag gepresenteerd lijvig rapport toont aan dat signalen over grensoverschrijdend gedrag in het turnen te lang zijn genegeerd: ‘De hele turnwereld treft blaam’.

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Aan excuses geen gebrek bij Monique Kempff, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiekunie (KNGU). Na de presentatie van het rapport Ongelijke leggers richt zij het woord tot de oud-turnsters die de afgelopen jaren hebben geleden onder een ongezonde turncultuur.

‘Signalen over grensoverschrijdend gedrag in de gymsport zijn te lang genegeerd’, zegt ze. En belooft dat daar woensdagmorgen met het verschijnen van het rapport een einde aan komt. ‘Niemand mag nu meer wegkijken.’

De afgelopen maanden spraken onderzoekers Marjan Olfers en Anton van Wijk op verzoek van de KNGU met meer dan 170 mensen uit het turnen, lieten ze bijna 3000 vragenlijsten invullen en doken ze in de wetenschappelijke literatuur over grensoverschrijdend gedrag in de sport. Het leidde tot een lijvig rapport van meer dan 400 pagina’s. ‘Er heerste een continue angstcultuur in de turnzaal’, vatte Van Wijk het samen.

Dat gold met name voor vrouwen en meisjes met een flinke dosis talent. Olfers en Van Wijk, die top- en breedtesport bekeken, zagen dat grensoverschrijdend gedrag overal voorkomt, maar veel minder op het recreatieve niveau dan bij de subtop en top. Op het hoogste niveau geeft tweederde aan te maken te hebben gehad met onoorbare zaken.

Gradaties

Het grensoverschrijdend gedrag bestond en bestaat in allerlei gradaties. Het meest werd melding gemaakt van dwang, intimidatie of scheldpartijen, door met name trainers. Daarnaast werd ook het moeten doortrainen met blessures vaak aangekaart, soms met blijvende lichamelijke klachten tot gevolg. Ook van seksueel geweld was sprake, zij het in veel mindere mate. Al zou daar sprake kunnen zijn van onderrapportage, waarschuwden Olfers en Van Wijk, omdat slachtoffers het vaak niet aandurven daarover te spreken.

Verrast was Kempff, voorzitter sinds eind 2016, niet over de uitkomsten. Het is al langer duidelijk dat de turnsport met structurele problemen kampt. Ook bij de KNGU zelf. Olfers refereerde aan het stapeltje onderzoeken dat sinds 1986 is gedaan en waarin telkens dezelfde problemen aan de kaart werden gesteld, zonder dat dat leidde tot verandering.

Ook het laatste rapport, Turnonkruid: gemaaid maar niet gewied, dat intern wel besproken werd, maar niet gepubliceerd, had nauwelijks impact op de dagelijkse praktijk. En dat terwijl die zeer ontwrichtend kon zijn. Olfers sprak sporters die na jarenlange tirannieke trainingsmethoden in een identiteitscrisis belandden zodra ze uit de sport stapten. Ze konden het leven zonder strenge sturing niet aan, wisten niet wie ze waren. ‘Dat leidde in sommige gevallen zelfs tot een opname.’

Nadat in 1976 de Roemeense Nadia Comaneci als 14-jarige olympisch goud veroverde in een perfecte score, veranderde het turnen van karakter. Steeds meer vrouwen, meisjes eigenlijk, spiegelden zich aan die iele Roemeense. Jong, dun en klein werd de norm, niet alleen in Oost-Europa, maar ook in het Westen.

Hard en meedogenloos

En ook de trainingsmethoden waaiden over vanuit Oost-Europa. Hard en meedogenloos waren de kernwoorden. Volgens sommigen is dat nu eenmaal onderdeel van topsport, maar volgens Olfers duidelijk niet. En ook met tijdgeest heeft het niets te maken. ‘Schreeuwen, genegeerd worden, angst. Dat hoort niet bij topsport. Toen niet en vandaag de dag ook niet.’

Aangejaagd door de Netflix-documentaire Athlete A, over misbruik in het Amerikaanse turnen, deden ook Nederlandse oud-tunsters afgelopen jaar hun verhaal. En in juli gaf oud-bondscoach Gerrit Beltman toe grenzen overschreden te hebben. De reden? De drang om te presteren.

In Ongelijke leggers wordt vastgesteld hoe de medaillezucht leidde tot morele ontsporing. De schuld ligt niet enkel bij de trainers. De hele turnwereld treft blaam. Succes bepaalde de subsidiestromen van de overheid, van NOCNSF. Prestaties haalden gemeentes over de streep om te investeren in een turnhal. De hele keten stond onder druk, zonder momenten van reflectie of de manier waarop wel in de haak was.

De onderzoekers komen met 26 aanbevelingen, waarvan Kempff direct aangeeft dat de KNGU ze zal overnemen. Te beginnen met het erkennen van het leed dat met name oud-turnsters is aangedaan.

Voor de huidige turners zijn de aanbevelingen helder. Niet langer mogen trainers met pupillen alleen in de turnhal. Het ‘vier-ogenprincipe’ wordt leidend. Daarnaast moet er meer inspraak voor sporters en hun ouders zijn. En een open cultuur waarin zorgen bespreekbaar zijn.

Schadevergoedingen en nazorg

De andere aanbevelingen liggen ingewikkelder. Zoals schadevergoedingen en professionele nazorg voor de slachtoffers. Of de professionalisering in de infrastructuur van de sport zoals betere trainersopleidingen en meer regie door de KNGU. Die zaken kosten geld en de bond heeft geen diepe zakken. Kempff: ‘Ik doe daarom een beroep op de gemeenten, NOCNSF, het ministerie van VWS. We kunnen onmogelijk in financiële zin alle oplossingen zelf effectueren.’

En dan is er nog het starre conservatisme van de turnwereld buiten onze grenzen, waar bijvoorbeeld het door de KNGU gewenste opkrikken van de leeftijdsgrens voor internationale wedstrijden van 16 naar 18, niet wordt geaccepteerd. De vraag dringt zich op of met de aanbevelingen uit Ongelijke leggers Nederlandse turnsters de concurrentie met de nog altijd ijzerenheinig afgebeulde Russinnen en Chinezen nog wel aan kunnen. En of ze dat zouden moeten willen.

Volgens Kempff gaan prestaties en een gezond topsportklimaat prima samen. ‘Ik word er zelfs een beetje boos van als dat wordt gevraagd. Ik ben er echt niet bang voor dat de prestaties achter zullen blijven. Je kunt ook presteren als je het naar je zin hebt.’