Voetbal

Excelsior-spits Thijs Dallinga heeft al 31 keer gescoord in de eerste divisie. Waar ligt zijn top?

Thijs Dallinga maakte al 31 doelpunten voor Excelsior. Kan hij een hoger niveau aan? Ajax-scout Erik Tammer, die dertig jaar geleden 33 keer raak schoot voor Excelsior, weegt Dallinga’s potentie op basis van de statistieken.

Dirk Jacob Nieuwboer
Thijs Dallinga zet Excelsior op een 2-0-voorsprong in de uitwedstrijd tegen FC Den Bosch. Beeld Pro Shots / Peter van Gogh
Thijs Dallinga zet Excelsior op een 2-0-voorsprong in de uitwedstrijd tegen FC Den Bosch.Beeld Pro Shots / Peter van Gogh

Geef Thijs Dallinga (21) dit jaar een bal in de zestien en grote kans dat hij een doelpunt maakt. De spits van Excelsior heeft er al 31 gescoord in de eerste divisie. Het competitierecord, dat Robert Mühren vorig jaar op 38 zette, wordt lastig, maar hij heeft er al meer ingeschopt dan Klaas-Jan Huntelaar (27 voor AGOVV) en veel meer dan Ruud van Nistelrooy (16 voor FC Den Bosch) op hetzelfde niveau.

Waar ligt de top van Dallinga? Erik Tammer kan het inschatten. Hij schoot er precies dertig seizoenen geleden bij Excelsior de ene na de andere er in. Het clubrecord – 33 doelpunten – staat nog op naam van de huidige internationale jeugdscout van Ajax. Met zijn kennersblik kijkt hij naar de potentie van Dallinga en met zijn ervaringen in het achterhoofd geeft hij een voorzichtig carrièreadvies. ‘Ik was zelf na twee maanden al weer terug uit Portugal’, lacht hij.

Sterke punten

‘Hij heeft wat ik dat jaar ook had’, zegt Tammer meteen. Hij heeft het programma Wyscout geopend, waarmee hij beelden en statistieken kan zien van profvoetballers. De doelpunten van Dallinga brengen hem terug naar de tijd dat hij 23 was. ‘Alles zat mee, veel mooie doelpunten ook. Die maakte ik later ook nog wel, maar niet zoveel meer als toen.’

De statistieken van Dallinga ondersteunen het. Scouts kijken onder meer naar te verwachten doelpunten (de zogeheten expected goals), een maatstaf op basis van historische data voor de kwaliteit van kansen. Van Dallinga zou je dan 23,5 goals mogen verwachten. Met 31 zit hij daar flink boven.

Tammer vindt hem ‘zeker een slimme spits’, die uitstekend positie kiest en de ballen goed aanneemt. ‘Hij weet wanneer hij waar moet zijn, dat moet je niet onderschatten. Qua type doet hij me een beetje denken aan Luis Suarez.’

Dallinga, die net als de Uruguayaan bij Groningen speelde, deelt in ieder geval zijn scherpte voor de goal: uit maar liefst 26,5 procent van zijn pogingen volgt een doelpunt, het hoogste percentage van de eerste divisie. Al ziet de Ajax-scout wel dat het na de winterstop minder makkelijk gaat. Voor de winterstop lagen er al 22 in, voor de laatste negen doelpunten had hij 15 wedstrijden nodig.

‘Logisch, want iedereen gaat op je letten’, legt Tammer uit. ‘Bij mij was dat nog erger, want we stonden 15de en de tegenstanders keken vooral naar mij. Op een gegeven moment had ik minstens twee man op me.’

Verbeterpunten

Als Tammer in Wyscout het vakje buitenspelgevallen aanvinkt, valt hem iets anders op. ‘Ik heb het idee dat hij niet supersnel is’, zegt hij. ‘Hij staat heel scherp, daar profiteert hij soms van, maar dat voorsprongetje heeft hij ook wel nodig.’

Het vermoeden wordt bevestigd door andere beelden. In zij-aan-zijsprints komt Dallinga geregeld niet voorbij zijn tegenstander. En een dribbelaar is Dallinga ook niet. Hij probeert het slechts 1 à 2 keer in de wedstrijd en slaagt dan net vaker dan 40 procent. Met 1,80 is hij niet heel lang, maar wel een prima kopper.

Erik Tammer maakte in het seizoen 1991/1992 33 doelpunten voor Excelsior. Nu is hij werkzaam als scout bij Ajax. Hij analyseert de mogelijkheden van Thijs Dallinga. Beeld ANP /  Novum RegioFoto
Erik Tammer maakte in het seizoen 1991/1992 33 doelpunten voor Excelsior. Nu is hij werkzaam als scout bij Ajax. Hij analyseert de mogelijkheden van Thijs Dallinga.Beeld ANP / Novum RegioFoto

‘Hij is niet iemand die veel kansen voor zichzelf creëert’, zegt Tammer. ‘En geen spits voor een counterploeg, die het moet hebben van één kans in een wedstrijd.’ Hij raadt hem aan te werken aan zijn explosiviteit en waarschuwt alvast dat de verdedigers op een hoger niveau het hem moeilijker zullen maken.

‘Kijk nou’, zegt hij hoofdschuddend bij een paar van Dallinga’s doelpunten, ‘ze geven hem wel de ruimte hoor. In de eredivisie hadden ze al lang zijn shirt beet gehad.’

Zelf weet de oud-jeugdspeler van Ajax nog goed wanneer hij zijn plafond ontdekte. In de bekerfinale van 1993 speelde hij met Heerenveen tegen generatiegenoten als Edwin van der Sar, Frank en Ronald de Boer en Dennis Bergkamp, het werd 6-2 voor Ajax.

‘Tot die tijd had ik nog de hoop dat ik ooit weer aan zou kunnen haken’, zegt hij. ‘Maar in die wedstrijd viel het kwartje, we werden helemaal weggetikt.’ Met Heerenveen, Go Ahead, Sparta, Cambuur en ADO Den Haag pendelde hij op en neer tussen ere- en eerste divisie.

Toekomst

Tammer belandde na zijn droomseizoen eerst nog wel in Portugal, waar hij een voor die tijd lucratief contract tekende bij Belenenses. ‘Ik kreeg een mooi huis met zwembad’, lacht hij. ‘Een nieuwe auto en een club op het hoogste niveau in Portugal. Het zag er allemaal prachtig uit.’

Tot hij voor de eerste keer op het veld stond en de trainer naar hem wees en vroeg: ‘Wie is dat?’ De clubleiding had hem verzekerd dat de coach hem wilde, maar dat bleek tegen te vallen. Gelukkig kon hij nog snel weg: de Hagenees werd na twee Portugese maanden opgepikt door Heerenveen. ‘Ik moest 75 procent van mijn salaris inleveren, maar ik wilde gewoon lekker voetballen.’

Tammer gunt Dallinga, die een doorlopend contract heeft, wel een kans bij een ‘mooie subtopper’. De spits komt van Groningen, waar hij mede door blessures niet wist door te breken. Dallinga zal niet de eerste goalgetter uit de eerste divisie zijn die het op een hoger niveau niet redt.

‘Daarom moet hij in ieder geval gaan praten met de trainer’, adviseert hij. ‘Wat is het plan? Past de manier van spelen bij hem? En krijgt hij de tijd om zich aan te passen? En blijven is ook een optie, zeker als Excelsior promoveert. Daar kennen ze hem.’

Een onzeker, exotisch avontuur zou hij niet aanraden. En niet eens omdat het hem zelf slecht is bevallen. ‘Er zullen vast aanbiedingen komen, uit de zandbak ofzo’, zegt hij. ‘Misschien komen ze nooit meer voorbij, maar als ik hem was, zou ik toch willen weten waar mijn top ligt.’

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel werd Dallinga een Drent genoemd, hij heeft wel gespeeld bij FC Emmen, maar is geboren in Groningen.