Interview

Ex-verslaafde Kenji Gorré wil collega-voetballers helpen met gokverslaving: ‘Het zal je verbazen hoeveel spelers gokken’

Gokken is een groot probleem onder profvoetballers. Er is geld en tijd in overvloed. Bij tegenslag is de weg naar het (online) casino snel gevonden, weet ex-verslaafde Kenji Gorré.

Bart Vlietstra
Kenji Gorré: 'Ik had het niet eens in de gaten. Het was gewoon routine geworden.' Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Kenji Gorré: 'Ik had het niet eens in de gaten. Het was gewoon routine geworden.'Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

‘Veel spelers gokken of hebben gegokt,’ zegt Kenji Gorré, de Nederlandse voetballer van het Portugese Boavista. Hij kan erover meepraten. Hij was (kortstondig) verslaafd aan gokken en probeert nu zelf voetbalprofs te helpen.

Dat is hard nodig, weet ook spelersvakbond VVCS. De vakbond stelde eerder dat er veel meer voorlichting moet worden gegeven aan profvoetballers en jeugdspelers over de gevaren van gokken. In Nederland is de online-gokmarkt sinds 21 oktober geopend voor legale aanbieders, en er wordt veel reclame voor gemaakt door oud-voetballers.

Het AD maakte onlangs bekend dat een aantal voetbalprofs betrokken blijkt bij een illegaal gokbedrijf, het inmiddels opgeheven Edobet, dat door politie en justitie werd gekoppeld aan een vermeende criminele organisatie. Sparta-spelers Tom Beugelsdijk en Aaron Meijers kochten aandelen, Oranje-international Jordy Clasie en oud-topspeler Dirk Kuijt zouden om grote bedragen hebben gespeeld.

Verleiding

De 27-jarige Gorré wil niet reageren op die casus, maar wel vertellen hoe hij zelf een jaar of zes geleden plots viel voor de verleiding van het structureel gokken. ‘Misschien helpt mijn verhaal anderen, en kan ik zo in elk geval een inzicht geven.’

In die periode speelde hij, ondanks al zijn inspanningen, weinig wedstrijden. De buitenspeler zag zijn levensdoel, topvoetballer worden, steeds verder vervagen. ‘Zodra het balletje rolde op de roulettetafel, voelde ik de spanning die ik miste. Ik dacht dat ik alles onder controle had, maar ik was gewoon gokverslaafd, want ik ging iedere dag gedurende een halfjaar naar het casino. Ik had het niet eens in de gaten. Het was gewoon routine geworden. Onder voetballers was het ook vrij normaal.’

De uit Spijkenisse afkomstige, maar in Engeland opgegroeide Gorré werd ‘geboren’ in de voetbalwereld. Zijn vader Dean was prof bij Ajax en Feyenoord. Zijn moeder was ook zeer met de sport begaan. ‘Voetbal was altijd overal. Ik zei tegen mijn vader: wat is leven zonder voetbal? Ik wilde topvoetballer worden, er was voor mij geen andere optie. Als dingen met voetbal niet goed gingen, dan stortte mijn wereld in. Dat nam ik mee naar huis, naar mijn dierbaren.’

Talent van buitencategorie

Van jongs af aan werd hij betiteld als een talent van de buitencategorie. Zijn vader was in diens nadagen prof in Engeland, daarom speelde de 6-jarige Kenji zijn eerste wedstrijdje bij een Engels amateurclubje waar scouts van Engelse topclubs hem opmerkten. Voordat hij het wist, trainde hij bij Manchester City op dinsdag en bij Manchester United op donderdag. ‘Dat is heel normaal. Sommige jonge jongens trainen bij drie grote clubs mee.’

Op zijn achtste moest hij kiezen. Twee van de grootste clubs van Engeland vochten om zijn handtekening. ‘Ze voerden echt de druk op bij mij, bij mijn vader. ‘Hé, je vindt het leuk hier, hè? Teken gewoon bij ons.’’

Het werd Manchester United, hij speelde er twaalf jaar in de jeugd. ‘Mensen vonden het bijzonder dat ik bij zulke grote clubs mocht trainen, en op zeker moment tussen allerlei topspelers rondliep en dagelijks de grote manager Sir Alex Ferguson gedag zei. Voor mij was het normaal, geen big deal. Het hoorde bij me.’

Kenji Gorré in actie tijdens Boavista-Belenenses  in maart van dit jaar.  Beeld Getty Images
Kenji Gorré in actie tijdens Boavista-Belenenses in maart van dit jaar.Beeld Getty Images

Geen contract bij United

Bij United bleven ze Gorré ophemelen totdat Ferguson hem vertelde dat hij hem geen contract zou aanbieden. Gorré barstte op de terugweg in zijn auto in tranen uit. ‘Ik dacht: wat ga ik mijn ouders vertellen die in Engeland bleven voor mij en me overal naartoe brachten? Mijn broer die zijn eigen jeugd opgaf omdat alles om mij draaide? Wie ben ik nu? Ik was altijd Kenji Gorré, de speler van Manchester United. Nu was ik Kenji Gorré, de clubloze, de loser. Ik viel voor mijn gevoel van de top van de wereld af en sleurde iedereen met me mee.’

Met hulp van zijn vader raapte hij zichzelf op en koos met zorg zijn nieuwe club uit. Dat werd Swansea City uit Wales waar hij al snel een fraai langdurig contract kreeg aangeboden. ‘Ik deed het goed in de hoogste jeugdteams. Maar er kwam steeds een nieuwe manager, die mij dan weer niet kende en zijn eigen spelers binnenbracht.’

Hij werd uitgeleend, onder meer aan ADO Den Haag, in de buurt van veel familie. Maar kansen om te spelen waren ook daar spaarzaam. Gorré, die vaak naar het Engels schakelt: ‘I was hungry to play, I was starving.

In Den Haag bezocht hij voor het eerst een casino. ‘Ik ging ook veel uit, in Amsterdam, dronk alcohol. Ik rende weg voor mijn gevoelens. Waar kan ik me wel geliefd en gewaardeerd voelen?’

Gokcultuur

Hij keerde terug in Groot-Brittannië waar de gokcultuur diep in de maatschappij verankerd zit, zeker ook in de sport. Grote gokkantoren maken overal reclame, sommige clubs worden letterlijk door gokaanbieders op de been gehouden. Gorré kwam maar niet verder met zijn voetbalcarrière en bezocht steeds vaker het casino. ‘Ik kwam om twee uur thuis van de training en dacht: wat ga ik nu doen? Trainen is leuk, maar geeft vooral voldoening als het ergens toe leidt. Oké, dan doe je een dutje, speelt wat Fifa en dan? Je zoekt naar adrenaline. Mijn relatie ging niet goed, mijn voetbal niet. Alles zat op slot, ik kon niet thuis zijn. In het casino aan de roulettetafel kreeg ik wel mijn rush. Voordat ik het wist, ging ik iedere dag. In eerste instantie met een vriend, daarna alleen. Ik bleef er uren. Andere spelers gingen ook. Het zal je verbazen hoeveel spelers gokken.’

Genoeg spelers zijn bankroet gegaan door hun gokverslaving. Gorré kan dat goed begrijpen. ‘Ik had al jong een goed contract. Ik hechtte niet veel waarde aan geld, dacht: geld komt en gaat. Hoeveel ik heb verloren, weet ik niet precies. Maar het was niet zo dat ik me in de schulden stak, dat zeker niet. Goddank.’

De relatie met zijn huidige vrouw ging uit. Achteraf was het zijn redding. ‘Alles draaide om mij, ik bepaalde alles. Ik zocht plekken op waar ik niet zou moeten zijn om toch een kick te krijgen. Nachtclubs, casino’s, feestjes, alcohol.’

Voetballers kunnen niet meer zo makkelijk naar dat soort plekken, mobieltjes met camera’s zijn overal. Maar de telefoon biedt tegelijkertijd ook een uitkomst. Je kunt er makkelijk anoniem online mee gokken. ‘Het gebeurt veel. Ik heb er zelf totaal geen behoefte meer aan.’

Portugal

De overstap naar Portugal, eerst naar CD Nacional, een club op Madeira, daarna naar Boavista, de tweede club van Porto, veranderde alles. ‘Alles klopte, de omgeving, de clubs, de mensen. Toen ben ik enorm in mezelf gaan investeren. Ik heb echt overal een coach voor: mijn lijf, mijn spiritualiteit, mijn mindset, mijn financiën, ik ben zelf veel gaan lezen.’

Hij was altijd een luisterend oor voor jonge spelers en begon ze ook professioneel te coachen via zijn bedrijfje On the ball. ‘Ik voer persoonlijke gesprekken met jonge spelers en maak podcasts. Dat liep direct verbazingwekkend goed.’

Jonge gokverslaafde voetballers stelt hij vaak dezelfde vraag: waarom doe je dat? Is dit het leven dat je wilt leven? Wat wil jij nou écht in het leven? ‘Ik kwam erachter: ik ben hier voor een reden, niet alleen om profvoetballer te zijn, maar vooral om anderen te helpen.’ Als hij nu reserve is, blijft hij positief. ‘Ik weet nu hoe ik met zo’n tegenslag moet omgaan. Voetbal is een deel van me, maar niet alles. Ik ben ook een echtgenoot, een broer, een zoon, een vriend en, hopelijk, een helpende hand.’