Interview

Evert ten Napel wil zo geruisloos mogelijk met pensioen, maar ontkomt niet aan een eerbetoon

Na 45 jaar, talloze voetbalklassiekers en een generatie aan kinderen die opgroeide met zijn stemgeluid in de Fifa-games, stopt de iconische sportverslaggever Evert ten Napel ermee. En dat wil de wereld weten. Zelf snapt hij maar weinig van al die aandacht: ‘Ik ben ook maar iemand die niets kan, behalve een beetje door een wedstrijd heen praten.’

Evert ten Napel in Ermelo.  Beeld Pro Shots / Pim Ras
Evert ten Napel in Ermelo.Beeld Pro Shots / Pim Ras

Eigenlijk wilde Evert ten Napel deze week geen enkel interview geven, maar ja, als je één verzoek per ongeluk honoreert, kun je niet ‘nee’ zeggen tegen de rest.

Dus staat zijn telefoon deze week roodgloeiend, ter gelegenheid van zijn allerlaatste wedstrijd als sportcommentator. Zaterdag neemt het stemgeluid achter uitspraken als ‘Het Volksparkstadion is van Oranje’ (EK 1988), ‘Vier keer is dan maar scheepsrecht’ (WK 1998) en ‘C’est passé voor de Fransen’ (EK 2008) afscheid op tv. Ten Napel (77) becommentarieert op ESPN de strijd om de Johan Cruijff Schaal, tussen Ajax en PSV. Maar al die aandacht voor zijn afscheid? ‘Ik vind het zwaar overdreven.’

Normaal vinden mensen het leuk om terug te blikken op hun carrière.

‘Maar ik zit zo niet in elkaar. Ik word een beetje nerveus ervan. Is er niets belangrijkers in de wereld? Je hebt de Olympische Spelen, het coronavirus, een olietanker die gekaapt wordt in de Perzische Golf. Eén jaar geleden is Beiroet ontploft. Dan denk ik: ik ben ook maar iemand die niets kan, behalve een beetje door een wedstrijd heen praten.

‘Mijn vrouw wordt boos als ik dat zeg, overigens. Maar het is voor mij een manier om het te relativeren.’

Maakt relativeren uw afscheid makkelijker?

‘Ik probeer zaterdag vooral als een normale werkdag te zien. Geen rare dingen roepen, want daar zit de kijker helemaal niet op te wachten.

‘Mijn leven verandert niet zo veel door dit afscheid. Vanaf zondag ga ik de dingen doen die ik nu al doe: fietsen, in de tuin werken, oppassen op de kleinkinderen. Ik kan voetbal ook bij de amateurclub om de hoek kijken. Daarvoor hoef je niet naar het stadion.

‘Ook het werk zelf ga ik niet missen. Ik wil niet de plaats van andere mensen innemen. Normaal gesproken deed ik al geen wedstrijden als PSV - Ajax meer. Dus misschien is er nu een collega die denkt: wat doet die oude lul op mijn plek?’

Bij oudere generaties bent u bekend door uw commentaar op eindtoernooien en in belangrijke wedstrijden, voor jongere mensen vooral doordat u jarenlang de game Fifa heeft ingesproken. Kijkt u daar met een bepaalde trots naar, dat u voor zo veel verschillende leeftijdsgroepen een kenmerkende stem bent?

‘Niet per se met trots of dankbaarheid, eerder met genoegen. Vooral het inspreken van Fifa was elk jaar een feest om te doen, met Youri Mulder. Dat was een pittig klusje, hoor. Dan gingen we elk jaar een tijd in een hok zitten, om vier uur per dag zinnen, woorden, namen uit te spreken. Een ware aanslag op je stem was dat.

‘Maar dan kwam je vaak wel kinderen tegen die zeiden: ‘kijk, dat is de man van Fifa’. Of moeders die tegen mij klagen: ‘Ja, ik hoor u heel de dag’ of ‘mijn zoon luistert meer naar u dan naar mij’. Nou, zei ik dan terug, ‘dan deugt er iets niet, als dat het geval is’ Altijd wel met een glimlach.’

Welk advies zou u jonge aspirant-voetbalcommentatoren willen meegeven?

‘Geen enkel. Iedereen moet doen zoals hij denkt dat het moet, want ik deed ook maar wat. Bij mij vertelde ook niemand wat ik beter moest doen, ze lieten mij gewoon mijn gang gaan. Zo denk ik ook.’

‘Weet je, je moet de waarde van een commentator niet overschatten. Normaal gesproken weet de helft van de kijkers niet wie het stemgeluid bij een wedstrijd is. Zij willen gewoon een goede pot voetbal zien.’

Toch moet u zelf ook doorhebben dat u een factor van betekenis bent geweest in de sportjournalistiek, zeker na deze week.

‘Kennelijk is een voetbalcommentator die na 45 jaar afscheid neemt spraakmakend. Ik had dat zelf nooit zo door. Maar als ongeveer elk medium je belt, denk je: nou, misschien ben ik dan toch wel belangrijk geweest.’

Meer over