COLUMNPeter Winnen

Er zijn nieuwe renners opgestaan die durven te sneuvelen en daarom winnen ze

null Beeld

Mathieu van der Poel vindt Milaan-San Remo niet meteen een wedstrijd waarin hij zich eens lekker kan uitleven. ‘Mijn favoriete koers zal het nooit worden’, zei hij na afloop. Vooraf had hij al te hoge verwachtingen getemperd: ‘De eerste 200 kilometer probeer ik niet in slaap te vallen’. Mathieu houdt van wedstrijden die je naar je hand kunt zetten. Zo’n koers is Milaan-San Remo niet. Het zou zaak worden vooral geen domme dingen te doen.

Ikzelf probeerde de eerste 200 kilometer ook niet in slaap te vallen – maak er maar 250 van – en geen domme dingen te doen. Dit lukte het best door de televisie niet in te schakelen, een beetje te schoffelen in de tuin, de weekendkranten te bestuderen, en een uurtje of twee op de racefiets rond te peddelen. Pas daarna zette ik de finale in.

Wat zag ik? Mathieu, makkelijk herkenbaar in zijn nationale kampioensshirt boven een witte broek, leek toch een beetje in slaap te zijn gevallen. Hij koerste niet scherp en plaatste zich ietwat beroerd voor de hindernissen. Een haast ongeïnteresseerde indruk maakte hij. Alsof hij wachtte op een toekomstige Milaan-San Remo met hagel en stormwind waarin alleen een paar dooie vogeltjes overbleven op het end. Duidelijk was dat hij zich totaal niet amuseerde. Amusant.

Er is een generatie wielrenners opgestaan die zich wil amuseren op de fiets. Jonge snaken die overlopen van het talent en liever gisteren dan vandaag de hemel bestormen. Zij durven te sneuvelen en daarom winnen ze. Mooier nog, ze maken de wedstrijden zelfs voor de niet-wielerliefhebber interessant om naar te kijken. Al blijft Milaan-San Remo natuurlijk alleen voor wielernerds te pruimen.

Van der Poel, Evenepoel, Pogacar, Hirschi, Pidcock – ik noem er maar een paar – storen zich aan hiërarchie noch reputatie. Ze hebben geen tijd zich langzaam op te werken, ze zijn brutaal: hier ben ik, of het je bevalt of niet. Ze hebben een grote motor.

Soms lijkt er eentje uit het niets op het hoogste platform te verschijnen, als een Messias, maar zo gaat het niet. Scouts zijn alomtegenwoordig met hun grijpgrage netten. De jonge gasten hebben vaak al een manager die wappert met uitdraaien en grafieken van alle ter zake doende wetenschappelijke parameters. Wat goed is staat op papier; de moeizame scholing in het peloton kan achterwege blijven. Het door de wetenschap aangewezen supertalent wordt door nog meer wetenschap iets bijgeslepen, en voilà, de kampioen is gereed.

De zogeheten filosofie van de marginal gains welke door het voormalige Team Sky geïntroduceerd werd is een must. Hoe zaaddodend de vereiste discipline ook is, wedstrijden winnen maakt gelukkig. Ik lees dat Mathieu van der Poel die niet vies is van een grafiekje of getalletje wel gelukkig wil zijn, maar toch ook geen slaaf van de wetenschap. Dat ouderwetse in de moderne aanpak maakt hem uniek in zijn soort.

Meer over