'Er is spanning, maar die neemt langzaam af'

De doelman van Ajax die jarenlang geen doelman was, althans niet in het openbaar, nam deze zomer dankbaar de erfenis van Van der Sar in ontvangst - om vervolgens te concluderen dat de nalatenschap hem meer uit balans bracht dan hij had vermoed....

'De mensen dachten aan Van der Sar, maar ze zagen mij staan. Dat spookte door mijn hoofd.'

Fred Grim verdedigt vanavond, al aanmerkelijk zekerder van zijn zaak, het doel van Ajax in het duel met Feyenoord. Hij bracht vijf jaar door in de schaduw van Van der Sar.

Vier duels slechts speelde Grim in die periode. Met een voor spelers van Ajax ongewone mate van zelfkritiek geeft hij toe dat de overgang naar het licht hem zwaar viel.

'Toen bekend werd dat Edwin zou vertrekken, kreeg ik van Wouters te horen dat ik hem zou opvolgen. Ik stond er nauwelijks bij stil. Pas later, dit seizoen, drong de betekenis pas echt goed tot me door.

'Ik legde veel te veel druk op mezelf. Ik moet het laten zien, dacht ik, het moet, het moet. Ik dacht te veel na bij wat ik deed. Ik moest er mee leren omgaan dat ik daar nu stond, en hij niet meer.'

Grim (34) trok snel zijn conclusies. 'Ik voel me nu veel prettiger. Er is nog spanning, maar die neemt langzaam af. Ik voel me vrijer en ik ben gewend. Ik zet mezelf niet meer zo onder druk.'

Maar toch, 'het kan allemaal nog veel beter.' Hij wijst terloops op de verzachtende omstandigheden. 'Als keeper ben je niet meer dan een schakel. Als het elftal niet functioneert, doet de keeper dat ook niet. En Ajax functioneert nog niet zoals het moet.

'We moeten allemaal nog aan elkaar wennen. Een elftal opbouwen, dat is niet zo makkelijk. Dat kost tijd en heel veel gesprekken en heel veel trainingen.'

Zijn rol als bewaker van de harmonie binnen de selectie heeft hij afgezwakt. 'Ik heb jarenlang geprobeerd een bindmiddel te zijn, een locomotief die de anderen meetrekt. Ik let op anderen, dat zit in me. Maar ik moet nu meer met mezelf bezig zijn.'

Grim heeft Ajax in snel tempo zien veranderen en de opkomst gadegeslagen van vorstelijk gehonoreerde jongeren die hun talent onvoldoende uitbuiten. 'Ik heb ook de vruchten geplukt van de veranderingen. De salarissen zijn enorm gestegen. Maar ik heb de andere tijd natuurlijk óók meegemaakt.

'Daardoor realiseer ik me hoe goed we het hebben. Heel veel jonge spelers realiseren zich dat niet. Ik neem het ze niet kwalijk, de knop kan niet meer worden omgedraaid.

'Maar ik probeer ze er wel op te wijzen, zonder narrig te worden. Dat het niet zo vanzelfsprekend is dat alles maar voor ze klaar staat en alles is geregeld; dat je respect en waardering moet hebben voor de mensen die ervoor zorgen dat je het zo goed hebt.

'En dat je daar iets terug voor moet doen. Ik eis niks van ze, maar ik hoop dat ze daar eens over nadenken. Daar wil ik een rol in spelen.'

Vijftien jaar (en speler van de Amsterdamse amateurclub JOS) was Grim toen de toenmalige hoofdtrainer De Mos hem verzocht naar Ajax te komen. 'Nee zeg, dat was geen droom die uitkwam. Daar ben ik veel te nuchter voor.'

Zes jaar later vertrok hij naar Cambuur waar hij zeven seizoenen het doel verdedigde. De terugkeer naar Amsterdam leverde hem boeiende jaren op, met Van Gaal en Olsen als trainers, en financieel gewin.

'Maar geld is altijd een bijkomstigheid geweest. En ik wist toch vantevoren niet dat Ajax in de Europa Cup zo goed zou presteren? In het voetbal is niets vanzelfsprekend.

'Vorig jaar heb ik overwogen Ajax te verlaten. Clubs, goeie Nederlandse clubs, toonden interesse, maar Ajax deed me al in november een aanbieding. De andere clubs wilden wachten tot mei, juni. Ik had wel kunnen wachten, maar wat nou als ik mijn been had gebroken? Ik was al 32.

'Ajax deed me een mooie aanbieding. En bovendien word ik na mijn carrière opgenomen in de technische staf. Het paste allemaal mooi in elkaar. Ajax is een mooie club om straks aan de slag te gaan. En toen ging Edwin plotseling weg. Ik had er geen rekening mee gehouden.'

Grim is de enige speler van de huidige selectie die nog kan verhalen over de succesjaren 'waarin winnen iets vanzelfsprekends was.' Later pas kwam het besef hoe uniek het tijdvak-Van Gaal was.

'We wonnen onze wedstrijden bijna achteloos, maar we stonden er niet bij stil. Tijd om te genieten heb je niet in het voetbal. Het gaat door en door, totdat het is afgelopen.'

Meer over