analyse

Er is maar één Epke: een turngrootheid, een icoon, een sieraad voor de sport

De Flying Dutchman vloog in Tokio voor de laatste keer door de lucht: Epke Zonderland nam zaterdag na zeventien jaar afscheid van zijn turncarrière. Hij wist zich niet te kwalificeren voor de finale van de Olympische Spelen. Enkele uren later maakte hij bekend dat hij zijn carrière per direct beëindigt.

Epke Zonderland in actie tijdens de kwalificatiewedstrijd op de Olympische Spelen. Beeld ANP
Epke Zonderland in actie tijdens de kwalificatiewedstrijd op de Olympische Spelen.Beeld ANP

Het einde van een schitterende sportcarrière brak in de Japanse zaterdagmorgen aan, toen Epke Zonderland zijn olympische rekoefening had afgewerkt en de score op het elektronische bord van de Ariake Arena had waargenomen: 13,833 punten. Hij had het voor het oplichten van het scorebord al geweten: net niet goed genoeg, hier en daar wat tienden van punten gemist en daarom maandag naar huis. Geen finale voor deze grootheid uit de gymnastiek.

De Fries, 35 jaar oud inmiddels en befaamd om de enige ‘triple’ uit de turngeschiedenis, had vooraf ingeschat dat het feitelijk onmogelijk was zich bij de beste acht te plaatsen. Hij had daar geen moment omheen gedraaid, bij zijn publieke uitingen dit jaar. Hij was al maanden fysiek uit zijn doen.

Zonderland had dit voorjaar alleen het EK in Zwitserland geturnd en dat was een voorbode van de magere jaren die nu echt waren aangebroken. Waar hij, de olympisch kampioen van 2012, normaliter honderd volledige oefeningen draaide in de aanloop naar een groot kampioenschap, kwam hij nu tot een kwart oefening. ‘Met twee elementen stopte ik al in training, om energie te sparen’, aldus de turner.

Wankele fitheid

Het lichaam bedroog hem niet. Het kon niet meer. Hoop op die gewenste enorme opleving was er niet. Valse hoop koestert deze nuchtere noorderling nooit. ‘Ik voelde me vrijdag goed en zaterdag, deze wedstrijddag, nog een stukje beter. Als ik twee weken die lijn had kunnen doorzetten, ja dan’, zo schetste hij zijn huidige turnleven.

De zoveelste uitleg over de wankele fitheid kwam nadat Zonderland in de catacomben echt opvallend veel blijdschap had getoond. Er was vooral opluchting, na zijn best aardig gelukte oefening, met drie vluchtelementen en een vlekkeloze landing. Hij wilde zijn olympische loopbaan, vier Spelen op rij, afsluiten met een keurige oefening, zonder misgreep, zonder onvrijwillige touché met het schuimrubber. Het zo vaak getoonde videobeeld van Rio 2016, een val in de finale na een halve misgreep, moet hem dwars hebben gezeten.

Hij zei zichzelf verbaasd te hebben dat hij de oefening van driekwart minuut eruit had geperst. ‘Waar ik het vandaan haal?’, zo schetste de drievoudig wereldkampioen dat raadsel. Het lichaam gehoorzaamde de geest. Na de drie vluchtelementen wilde het lijf eigenlijk niet meer. ‘Ik moest bij de afsprong, de dubbel-dubbel, de benen krom houden om te sticken. Dan weet je dat zoiets tiendes aftrek kost. Dat gold voor vijf elementen. Dat is dan samen een half punt. Ik turnde hier een moeilijkheid van 6,3 punten. Als ik mijn volledige oefening zou kunnen doen, dan is het 6,8. Dan heb je de marge om wat slordig te turnen. Nu moest ik strak uitturnen om naar de finale te kunnen.’

Hij bleef meer dan een half punt verwijderd van de score van zijn landgenoot Bart Deurloo die met 14,4 wel uitzicht heeft op de finale van dinsdag 3 augustus. Dan is Zonderland al weer een week thuis, bij vrouw en zijn twee zoontjes. Binnen 48 uur het land uit, na gedane zaken, het zijn de strenge regels in Japan.

Epke Somberland

De Epke Zonderland van 2021 heeft intussen de gedaante van de 18-jarige jongen uit 2004 aangenomen, de junior. ‘Ik ben zes kilo afgevallen’, verklaarde hij. Het is zeker drie kilo spier dat weg is. De borstkas, voorheen opgezwollen, is platter geworden. Het is allemaal het resultaat van mindere fitheid; de klachten over de neus- en bijholten bestaan sinds 2015. Jaar na jaar werd de kampioen minder fit. In 2018 werd hij nog wereldkampioen, in 2019 weer Europees kampioen. Het waren pieken van fitheid, waarmee hij op basis van zijn kwaliteit en grote ervaring nog een keer het hoogste podium aankon.

De Flying Dutchman werd het laatste coronajaar een beetje Epke Somberland, zoals een NOS-verslaggever hem typeerde. Hij straalde niet meer. Er zat te veel tegen.

Hij werd zaterdag nog geconfronteerd met de gedachte dat hij mogelijk het WK in Japan van oktober zou kunnen gebruiken voor een eresaluut. Hij zei dat die kans ‘één tot vijf procent’ was, maar er zat geen greintje geloof in de uitgesproken woorden. Want ja, zo grapte hij, afgestudeerde basisarts, ‘dokter Zonderland zegt: pas een beetje op jezelf’.

Hij gaat aftrainen, het lichaam weer wat op orde krijgen en met de kinderen wandelen. Na een internationale loopbaan van zeventien jaar waarin hij liefst viermaal (net zo vaak als Anton Geesink en Ard Schenk) tot de sportman van het jaar werd gekozen mag hij een plekje in de luwte kiezen, kijken of er ooit een opvolger zal komen die net zo goed is. Die kans lijkt op voorhand uiterst klein. Want er is maar één Epke, zal de gymnastiekwereld getuigen. Een icoon, een sieraad voor de sport.

Meer over