Columnpaul onkenhout

Er is een last van hem afgevallen, Frank de Boer vindt het eindelijk leuk om bondscoach te zijn

null Beeld

Er heeft weer eens een bondscoach een gouden pik. Het is Frank de Boer. Niet veel mensen hadden dat voorzien. Ik begon met de mogelijkheid rekening te houden na de soepele wijze waarop Oranje door de groep heen rolde en in een podcast van het Algemeen Dagblad werd het deze week bevestigd.

Frank de Boer heeft een gouden pik, Oranje-watcher Sjoerd Mossou zei het gewoon en later twitterde hij er ook over. Het gevoel is algemeen. De stemming is omgeslagen.

De Boer is geen onhandige kluns meer en het Nederlands elftal heeft tegen alle verwachtingen een riant zicht op de halve finale van het EK. De route ligt open, ook dankzij een portie geluk want in het deel van het speelschema van Oranje zitten de zwakste broeders.

Louis van Gaal was de laatste bondscoach met een gouden pik. Arjen Robben suggereerde het tijdens het WK in 2014 na een wedstrijd tegen Chili in Sao Paulo. Twee invallers scoorden, Leroy Fer en Memphis Depay, en Oranje won met 2-0.

Daarna vroeg Jack van Gelder aan Van Gaal of het klopte van die gouden pik. Mannen onder elkaar, dan krijg je dat. Van Gaal zei dat hij het niet wist. ‘Truus heeft dat nog nooit gezegd’.

Het baarde opzien. De Duitse krant Bild kwam op de proppen met ‘Van Gaal hat einen goldenen Pimmel’. Zelfs NRC Handelsblad dook op de kwestie. Er werd een taalhistoricus geraadpleegd, Ewoud Sanders. Die onthulde dat het begrip ‘gouden pik’ al wordt genoemd in Turks Fruit van Jan Wolkers (1969) - interessant, maar in de roman ging het om een man die als minnaar excelleerde.

In het voetbal is de definitie anders. Mannen met een gouden pik hebben geluk, maar er is meer. Ze dwingen het geluk af, zoals Van Gaal destijds in Brazilië. Hij was niet de eerste. Over Dick Advocaat werd het in de jaren negentig al geschreven. Marco van Basten en Ronald Koeman (bij PSV) hadden er volgens de media ook een.

De afgelopen jaren had De Boer geen gouden pik, integendeel. Bij Internazionale, Crystal Palace en Atlanta United werd hij weggestuurd. Niet veel mensen namen hem nog serieus. José Mourinho noemde hem de slechtste trainer in de geschiedenis van de Premier League.

Daarna werd De Boer aangesteld als bondscoach, wat aanvankelijk ook geen succes was. Algemene indruk: onhandige man, geen enkel vertrouwen wekkend, star ook. Ik deed er aan mee, ik ga dat niet ontkennen.

Maar kijk hem nu eens. De Boer oogt minder gespannen, vrolijker ook. Er is een last van hem afgevallen, hij vindt het eindelijk leuk om bondscoach te zijn. De trainer-De Boer begint te lijken op de voetballer-De Boer, er kan weer gelachen worden.

De NOS toonde hem donderdagmiddag op het trainingsveld in Zeist in volle glorie, lachend. Het was bijna een schaterlach. De verslaggever ter plekke, Tom Egbers, concludeerde dat de bondscoach last had van een goed humeur. Zo vatte de NOS het later online ook samen, dat Tom Egbers had gezegd dat de bondscoach last had van een goed humeur.

Niet iedereen zal de grap hebben begrepen of de naam Henk J. Pal nog iets zeggen. Henk J. Pal was een typetje dat in de jaren tachtig meespeelde in tv-series van Wim T. Schippers met Sjef van Oekel, De lachende scheerkwast en Op zoek naar Yolanda onder meer. ‘Godverdomme, wat heb ik last van een goed humeur’, zei hij vaak, keihard lachend.

Enfin, Egbers bedacht net op tijd dat een uitspraak op tv over een bondscoach die last heeft van een goed humeur enige toelichting behoefde. Dat is uitstekend, zei hij. Een goedgehumeurde bondscoach, dat is zeker uitstekend.

Meer over