achtergrond

Epke Zonderland stopt ermee. ‘Hij hoort thuis in het rijtje Cruijff, Geesink, Schenk en Van den Hoogenband’

Epke Zonderland beëindigde zaterdag een turnloopbaan die internationaal als imposant te boek staat en voor Nederlandse begrippen zelfs uniek is.

Epke Zonderland concentreert zich op zijn oefening met zijn T-shirt om zijn handen gewikkeld om de handen warm te houden. Ondertussen staat Bart Deurloo op zijn handen bij wijze van warming-up. Hij plaatste zich wel voor de rekstokfinale. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Epke Zonderland concentreert zich op zijn oefening met zijn T-shirt om zijn handen gewikkeld om de handen warm te houden. Ondertussen staat Bart Deurloo op zijn handen bij wijze van warming-up. Hij plaatste zich wel voor de rekstokfinale.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Toen de veelbelovende Epke Jan Zonderland in 2008 in Peking aan de rekstok ging hangen, was hem verteld dat hij de eerste in tachtig jaar was die Nederland weer als olympisch turner ging vertegenwoordigen. Na de Spelen van Amsterdam (1928), waar in de buitenlucht werd geturnd, was dat niet meer gebeurd.

Vier jaar later werd de student geneeskunde, 26 jaar oud, in Londen de sensationele olympisch kampioen aan de rekstok, ook wel ‘hoog rek’ genoemd. Zaterdag in Tokio was zijn vierde olympische optreden. Hij eindigde als 23ste, met drie vluchtelementen, twee aan elkaar verknoopt, zijn handelsmerk.

De klassering en de volbrachte oefening, gelukkig zonder val zoals vijf jaar geleden in Rio de Janeiro, werden genoteerd als een meevaller. Dat was begrijpelijk vanuit het perspectief van de moeizame aanloop die de 35-jarige Fries beleefde.

Opspelende ontstekingen aan de bijholten, hoofdpijn, maagproblemen, lusteloosheid, coronabeperkingen, afgelaste reizen, verhinderde trainingskampen, halve oefeningen. Het kwam allemaal voorbij in de laatste twee jaar van zijn loopbaan. Het ging verder dan de gebruikelijke ‘pijntjes’ waarvan turners met hun training van twintig tot dertig uur per week reppen.

Velen zouden hun coach of bond gemeld hebben af te zien van de trip naar Tokio. Zonderland niet. Het is zijn opvoeding en zijn karakter. De vorming in het gymnastiekgezin van Huite en Sophie te Lemmer was er van niet opgeven, stoer doch zacht.

Junior, in zijn jeugdjaren bij moeilijke kunstjes vaak naar voren geduwd door oudere broers Johan en Herre, zette zoals altijd door. Hij wenste niet door de achterdeur, maar door de voordeur weg te gaan. Dat was Zonderland ten voeten uit. Uitdagingen ging hij nooit uit de weg, zonder parmantig te zijn. Hij deed, waar een ander beweerde.

De trouwe coach, Daniël Knibbeler, prees zijn pupil zaterdag in de catacomben van de Ariake Arena omstandig. Met het mondkapje op vertelde hij van deze icoon der gewoonheid. Volgens de trainer, aan de hand van Zonderland ook groot geworden, stond zijn gymnast van 1.73 meter, voor alle clichés van de sportman: sportief, buitengewoon getalenteerd, strijdlustig, beschaafd, harde werker, wars van het voetstuk, keuzes makend, offers brengend en vooral heel gewoon.

Kortom: een sieraad voor de sport.

Hij wenste Epke in de rij grootheden van de Nederlandse sport onder te brengen. Het rijtje Cruijff, Geesink, Schenk en Van den Hoogenband. Zonderland werd liefst vier keer sportman van het jaar in Nederland, net zoveel als judoka Geesink en schaatser Schenk. Zijn populariteit onder medesporters was onbegrensd. Zij stemden massaal op hem bij dergelijke verkiezingen. Arjen Robben en Sven Kramer wezen naar hem bij de verkiezing van 2013. Hij moest het worden. Hij was de wereldkampioen van dat jaar.

Veel van de bewondering had te maken met het meesterschap in het voor Nederland tamelijk onbekende mannenturnen. Vrouwen deden door de jaren wel mee, zelfs vanaf 2000 in de wereldtop. Maar jongens die de gang langs zes toestellen beheersten, waren er nauwelijks.

Zonderland kreeg het talent mee van zijn voorouders. Het mooiste verhaal over de genetische aanleg voor turnen gaat over opa Zonderland. Die was zo acrobatisch dat hij op zijn handen over de nokvorsten van de boerderij kon lopen. De man was liever circusacrobaat dan veehouder geworden. Maar naar voorkeuren werd vroeger niet gevraagd.

Epke ziet zojuist wat zijn score is en realiseert zich dat deze score niet genoeg is voor een finaleplaats.  Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Epke ziet zojuist wat zijn score is en realiseert zich dat deze score niet genoeg is voor een finaleplaats.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De turner Zonderland dook in 2005, bij de WK in Melbourne, voor het eerst op als kansrijk voor hoge internationale uitslagen. Door een lastige schouderblessure, die nauwelijks te behandelen was, ging hij zich mettertijd toeleggen op de rekstok en de brug gelijke liggers. Het bezorgde hem wereldfaam.

In 2012 werd hij de jongen die het hele land op de schouders wilde nemen toen hij in Londen drie vluchtelementen op rij boven de rekstok aan de wereld toonde: zijn triple. Het waren, naar de namen van de eerste bedenkers, de Cassina, de Kovacs en de Kolman. Het tv-commentaar van Hans van Zetten, op slag een bekende Nederlander, deed de rest: ‘En hij staat, hij staat.’ Dat zinnetje kwam, toen Zonderland landde na zijn afsprong, dubbele salto met dubbele schroef. Sticken heet dat in turnen. Precies en juist uitvoeren is hitten, zo vertelde de apetrots trainer Knibbeler zaterdag nog eens. Dat deed Zonderland.

De olympische wedstrijd in Londen beschouwde Knibbeler als de allerbeste uit de loopbaan van Zonderland. De wereldtitels van 2013, 2014 en 2018 stonden een trede lager. Het olympisch goud kwam tot stand via de triple en de topscore van 16,533 punten, maar er was meer. Wat Zonderland zaterdag benoemde als ‘de weg er naar toe’ die soms mooier is dan de prestatie zelf en de stap naar de hoogste podiumtrede.

Knibbeler: ‘Epke had zich in Londen geplaatst voor de finale en er zaten negen dagen tussen die wedstrijd en de finale. In de trainingshal heeft hij toen het goud al gewonnen. Hij was zo superscherp, zo goed. Alle concurrenten zagen hem en wisten het. Geen kans. Ook zij turnden de finale allemaal beter dan ze ooit hadden gedaan, maar Epke was de man.’

Zonderland was een harde werker. Hij hield van trainen. Maar eerlijk is eerlijk, legde Knibbeler uit, winnen maakte ook het verschil. Hij noemde het roi: return of investment. De tijd die zijn turner investeerde betaalde zich uit. Zo kwam hij over alle tegenslagen heen. De carrière van Zonderland was geen foutloos concours.

Tokio kwam een jaar te laat. Zonderland was zijn laatste piekvorm, van februari 2020, kwijtgeraakt. Hij bleef zaterdag meer dan een half punt verwijderd van de score van zijn landgenoot Bart Deurloo die met 14,4 punten de finale van volgende week dinsdag haalde.

Dan is Zonderland alweer een week thuis, bij vrouw en zijn twee zoontjes. Binnen 48 uur het land uit, na gedane zaken, het zijn de strenge regels in Japan. De Epke Zonderland van 2021 heeft intussen de gedaante van de 18-jarige jongen uit 2004 aangenomen, de junior.

‘Ik ben zes kilo afgevallen’, verklaarde hij. Er is zeker drie kilo spier verdwenen. De borstkas, voorheen opgezwollen, is platter geworden. De schouders zijn minder breed. Epke ziet er weer gewoon uit.

Meer over