Engeland laat zien dat het interlandvoetbal een andere logica heeft

null Beeld

Nog geen maand geleden leek het EK dan eindelijk het toernooi waarop Engeland zou schitteren. Een eerste eindzege sinds het WK van 1966 was zelfs niet ondenkbaar. Voordat Karim Benzema zich na een zesjarige absentie weer aansloot bij de getalenteerde selectie van de Fransen, was Engeland zelfs een tijdje topfavoriet bij de bookmakers voor de eindzege.

Want sinds het WK 2018, waar de Engelsen dankzij een solide defensie en wonderbaarlijke efficiëntie uit ‘dode’ spelmomenten – negen van de twaalf WK-doelpunten vielen uit hoekschoppen, vrije trappen of strafschoppen – de halve finale bereikten, heeft bondscoach Gareth Southgate alleen maar meer talent tot zijn beschikking gekregen.

De Super League is weliswaar tijdelijk afgewend, de huidige machtsverhouding in het topvoetbal is niet veel anders. We leven in het voetbaltijdperk van de almachtige Premier League. Dat de Champions League dit seizoen voor de tweede keer in drie jaar tijd een geheel Engelse finale kende, is geen toeval. De Premier League regeert op elk mogelijk vlak. De Engelse topclubs hebben niet alleen het meeste geld, maar hebben sinds kort ook nog eens een geweldige toevoer van homegrown talenten.

En zo kreeg de kern van het al degelijke WK-team van drie jaar geleden, bestaande uit verdedigers John Stones en Harry Maguire en aanvallers Harre Kane en Raheem Sterling, plots gezelschap van het ene na het andere nieuwe wonderkind van het Engelse voetbal.

Een viertal jonge spelmakers diende zich aan. De allrounder Mason Mount (22, Chelsea) als de tactisch intelligente optie. Linkspoot Phil Foden (21, Manchester City) als het explosieve dribbelwonder. De even onberekenbare als geniale Jack Grealish (25, Aston Villa) als wildcard. En de technisch fijnbesnaarde tienerreus Jude Bellingham (17, Borussia Dortmund) als gezicht van een nóg jongere generatie Engelse topspelers.

Ook op de flanken werd Southgate overspoeld met mooie keuzes. Sterling en Marcus Rashford had hij al tot zijn beschikking, de afgelopen tijd kwamen daar ook nog eens Bukayo Saka (19) – het zeldzame lichtpuntje bij Arsenal – en Jadon Sancho (21) – al drie seizoenen de beste buitenspeler in de Bundesliga – als luxe opties op de vleugel bij.

Engeland, dat doorgaans niet al te veel aanleiding nodig heeft om zich als bakermat van het topvoetbal te presenteren, wist het nu zeker: de optelsom ‘solide WK-ploeg’ plus ‘gouden generatie nieuw talent’ kon maar één uitkomst hebben – it's coming home.

Maar de argumenten voor het Engelse optimisme leunden op een doodzonde bij het interlandvoetbal: logica.

Interlandvoetbal is namelijk niet logisch. Zelden geweest ook. Frankrijk won in 2018 qua scoreverloop een van de eenzijdigste WK-finales (4-2) in de recente geschiedenis. Terwijl deze simpele overwinning totaal niet logisch tot stand kwam: verliezend finalist Kroatië had ruim anderhalf keer zo vaak de bal dan de Fransen (61 om 39 procent balbezit) en kwam tot bijna een dubbel zo groot totaal aan doelpogingen (15 om 8).

Twee jaar eerder won Portugal welgeteld één van zijn zeven EK-wedstrijden binnen de reguliere speeltijd, op een toernooi waar het zich doodleuk tot eindwinnaar kroonde.

Vooraf en op papier was dit Engeland een logische topfavoriet. Drie wedstrijden later heeft de ploeg van Southgate weliswaar zeven punten gepakt, maar lijkt er achter het steriele spel van de Engelsen geen toekomstig kampioen schuil te gaan.

Kijken als een kenner

Waar moet je dit EK op letten? In Kijken als een kenner maakt voetbaljournalist Sam Planting van elke kijker een expert. Ontdek de elf spelers die de tactiek van hun land bepalen – en hoe het moderne voetbal wordt gespeeld.