Schaatsen

EK afstanden is tussendoortje voor schaatsers met olympische ambities

Het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) zit er net op, maar vanaf vrijdag is Thialf alweer drie dagen het decor voor de EK afstanden. Vijf vragen over dit pre-olympische kampioenschap.

Erik van Lakerveld
Patrick Roest rijdt vrijdag de ploegenachtervolging hoewel hij het nummer liever had overgeslagen uit protest tegen de manier waarop de schaatsbond de olympische startbewijzen heeft verdeeld.  Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Patrick Roest rijdt vrijdag de ploegenachtervolging hoewel hij het nummer liever had overgeslagen uit protest tegen de manier waarop de schaatsbond de olympische startbewijzen heeft verdeeld.Beeld Pro Shots / Erik Pasman

De EK afstanden, wat is dat voor wedstrijd?

Dit is pas de derde editie van de Europese afstandskampioenschappen. Het toernooi wordt sinds 2018 verreden, uitsluitend in de even jaren. In de oneven jaren staat het veel oudere EK allround op het programma, tegenwoordig gecombineerd met een sprintvierkamp.

De afstandskampioenschappen van dit weekend kunnen functioneren als een generale repetitie voor de Spelen, was de gedachte van de ISU. Meer dan een allroundtoernooi in ieder geval, waar in het verleden weinig specialisten warm voor liepen. En waar sprinters sowieso niets te zoeken hadden.

Het programma in Heerenveen verschilt van dat in Beijing. Natuurlijk in lengte: drie dagen tegenover twee weken straks. Maar ook niet alle onderdelen komen overeen. Zo starten de EK vrijdagavond met de niet-olympische teamsprint voor vrouwen, een ploegrace over drie ronden. De langste afstanden ontbreken: geen 5 kilometer voor vrouwen en geen 10 kilometer voor mannen.

Zitten de schaatsers er minder dan 30 dagen voor de Spelen wel op te wachten?

Nagenoeg alle Nederlandse olympiagangers wel. De enigen die ontbreken zijn Hein Otterspeer en Sanne in ‘t Hof. Otterspeer, die de 1.000 meter had mogen rijden, neemt rust. Hij kampte ondanks zijn succesvolle OKT met een blessure. In ‘t Hof kwalificeerde zich voor de ontbrekende 5 kilometer.

En dan zijn er nog wat kleine wijzigingen van schaatsers die niet te veel willen doen, zo vlak voor Beijing. Jutta Leerdam laat de 500 meter schieten, maar zal wel proberen haar 1.000-metertitel van twee jaar geleden te verdedigen. Dione Voskamp, niet-olympiër, mag haar plek op de 500 meter innemen.

Omdat het maximale aantal deelnemers per land net wat ruimer is dan op de Spelen mogen ook Dai Dai N’tab en Tijmen Snel aantreden in Thialf. Zij moesten in de olympische equipe plaatsmaken voor Sven Kramer en Marcel Bosker, die door de KNSB onmisbaar worden geacht voor de ploegenachtervolging.

Patrick Roest rijdt ondanks eerdere dreigementen toch de ploegenachtervolging in Thialf. Is hij niet meer boos op de KNSB?

De woede is nog niet echt gezakt bij Roest, die deze week bijval kreeg van onder anderen Thomas Krol en oud-schaatser Mark Tuitert. Hij voelt zich gepasseerd door de beslissing van de KNSB om Bosker aan te wijzen voor de 1.500 meter en Kramer voor de massastart. Daardoor heeft hij straks niet de mogelijkheid om zijn tweede plek op de Spelen van 2018 op de 1.500 meter te evenaren of overtreffen.

Pikant detail is dat dit weekend niet Kramer, die zijn rug wil sparen, maar Bosker de massastart rijdt. Was dat de verdeling geweest voor de Spelen, dan had Roest wel zijn 1.500-plek kunnen krijgen. Om zijn maatjes op de ploegenachtervolging niet met zijn sores op te zadelen, besloot Roest zich toch bij het team te voegen.

Het olympisch achtervolgingstrio, met de twee aanwijsschaatsers, zal met argusogen bekeken worden. Zeker tegenover de geslachtofferde N’tab en Snel, die respectievelijk op de 500 en 1.500 meter zullen trachten te bewijzen dat hun thuisblijven straks een groot gemis zal zijn.

Wie moeten de Nederlanders weerstand bieden?

Dat is de grote vraag. Een aantal buitenlandse toppers ontbreekt in Thialf, zoals Nils van der Poel. De Zweedse stayer vindt één 5 kilometer in Heerenveen niet passen in zijn olympische voorbereiding. Martina Sablikova heeft, vanwege een dijbeenblessure, afgezegd.

Deels uit vrije wil en deels door covidpech zijn veel Russen absent. De belangrijkste mannelijke sprinters, Pavel Koelizjnikov, Roeslan Moerasjov en Artjom Arefjev, zouden sowieso niet naar Nederland komen. De afvaardiging die wel in het vliegtuig stapte, met onder anderen Olga Fatkoelina en Angelina Golikova, moest na een drietal positieve coronatests in afzondering.

De races van vrijdag komen nog te vroeg in hun quarantainetijd. Als de covidtests het toelaten zijn zij er zaterdag en zondag wel bij.

De tegenstand op de korte nummers zal komen van de Polen, die met Andzelika Wojcik, Kaja Ziomek en Marek Kania goed presteerden in de wereldbekers. Op de langere afstanden en massastart moeten de Italianen in staat zijn tegenwicht te bieden. Irene Schouten zal moeten letten op Francesca Lollobrigida, die met de wereldbekerzege op de 3 kilometer in Calgary bewees meer te zijn dan massastartspecialist.

Zullen de EK iets zeggen over de komende Spelen?

Waarschijnlijk niet. Voor degenen die er goed rijden zullen de EK ongetwijfeld als een moraalbooster voelen, maar de concurrentie is te mager om er conclusies aan te verbinden.

Wie het niet opneemt tegen de Japanners, Chinezen, Canadezen en Amerikanen heeft zichzelf niet werkelijk kunnen testen. Zoveel is na vorig jaar wel duidelijk. In de Heerenveense coronabubbel domineerden de Nederlanders toen bij afwezigheid van velen van hen. Deze winter bleek die overmacht grotendeels verdampt.

Terugkijken naar vier jaar geleden biedt weinig houvast. Toen sloegen veel Nederlandse en buitenlandse toppers de eerste EK afstanden in Kolomna over. De enige winnaar van een Europese titel die later ook in Pyeonchang zegevierde, was Esmee Visser. Voordat ze olympisch kampioen op de 5 kilometer werd, reed ze naar de Europese titel op de 3 kilometer. Voor de Spelen van Beijing plaatste zij zich niet.

Meer over