Eindelijk tot rust in Italië

Riëtte Fledderus speelt komende week het derde Europees kampioenschap uit haar carrière. De pas 21-jarige Drentse volleybalster is als herboren uit Italië teruggekeerd bij de nationale ploeg....

HAAR EERSTE jaar in Italië had een haast therapeutisch gehalte. Riëtte Fledderus speelde haar wedstrijden voor Volley Latus in Pordenone, 'een uur boven Venetië, een half uur van de bergen'. De retraite onder dolce vita-omstandigheden deed de geplaagde volleybalster meer goed dan ze in haar beste woorden zou kunnen uitdrukken.

'Het was heel lekker dat ik wegging. Dat niemand me zag, dat ik daar in Pordenone heerlijk mijn eigen gang kon gaan. Zonder gezeur van de pers, alleen maar bezig met volleybal. Ik was er alleen, woonde in een huis met een Canadese en een Italiaanse speelster. Ik hoefde met niemand over het verleden te praten. Ze wisten er niet eens van. Dat was een hele opluchting, hoor.'

In Nederland was Riëtte Fledderus twee jaar een opgejaagd prooi. De talentvolle spelverdeelster was schichtig, ontliep de contacten met de buitenwereld. Ze werd beschuldigd van een affaire met bondscoach Bert Goedkoop en er werd geschamperd over haar sterk toegenomen gewicht. Haar verschijning zou - de aangeboren snelle handen ten spijt - topsportonwaardig zijn.

Kirsten Gleis zocht als vertrouwensvrouw de kwestie uit en kwam in haar rapportage niet verder dan dat Fledderus zou zijn voorgetrokken door de bondscoach en dat er was 'doorgeschoten' in de 'psychologische druk'. 'Ach, pff. Dat rapport. O ja.' De Drentse giechelt, van lichte nervositeit. 'Ik wil dat het liefst vergeten.'

Haar gezichtstaat op gekwetst. 'Ja', zegt ze als wordt gevraagd of het pijn heeft gedaan. De donkerste dagen van haar verder redelijk flonkerende loopbaan komen terug op het netvlies. 'Ik heb toen een tijd gedacht niet verder te gaan, op te houden. Ik had geen zin meer in volleybal. Iedereen zat maar over andere dingen te zeuren. Ik werd er helemaal niet goed van.'

Het gekrakeel ligt ver achter haar. Ze zegt zich de dagen niet meer te kunnen herinneren dat ze bijna de handdoek wierp. Ze haalt perioden gauw door elkaar. 'Toen het bij ons thuis oud nieuws was en alles allang besproken was met mijn ouders, toen ging het het in de pers maar door. In mijn eigen dorp, Dwingeloo, had ik geen problemen hoor, het waren meer de kranten. Maar het was wel heel lekker naar Italië te kunnen verdwijnen. Want 1997 en 1998 waren bepaald geen leuke jaren.'

In de anonimiteit kwam Fledderus uit de negatieve spiraal. Ze evalueerde voor zichzelf, probeerde haar eigen handel- en denkwijze te doorgronden. 'Door die donkere jaren heb ik geleerd hoe ik het voor mezelf wil hebben. Nu weet ik dat ik iets alleen doe zolang ik het leuk vind.

'Als ik mezelf goed voel, dan kan ik trainen. Kan ik goed spelen. Maar als ik het niet leuk meer vind, dan stop ik er gewoon mee. Ongeacht hoe oud ik ben. Het kan ook zijn dat ik een paar jaar stop en dan terugkom.'

Ze lijkt er mee aan te geven dat ze eind 1997, na het mislukte EK en met Goedkoop onder vuur, er beter tijdelijk had kunnen uitstappen. Ze bleef, ze kon niet anders. 'Ik lag met mezelf in de knoop. Ik wist niet wat ik moest denken. Ik was toen iets te jong voor zo'n grote beslissing. Toen had ik niet kunnen zeggen dat ik er mee wilde stoppen. Nu kan ik dat wel. Als ik het niet leuk vind.'

H AAR gemengde gevoelens hadden ook uitwerking op het gewicht. Na de Olympische Spelen van 1996 onderging ze een operatie en tijdens de revalidatie nam haar gewicht onrustbarend toe. 'Het was de periode dat ik me helemaal niet lekker voelde. Van het een komt het ander. Je voelt je niet lekker en je gaat eten. Je wordt dikker, je krijgt dat gezeur over je heen, je voelt je nog minder goed en eet nog meer.'

De tijd van die boulimie-achtige stress heeft ze royaal achter zich gelaten. Ze noemt zich kort en gedrongen, naar haar Italiaanse voorbeeld Manu Benelli. In Pordenone is Fledderus - ondanks de voortreffelijke keuken - zeven kilo afgevallen. Er kan nog meer af, erkent ze. 'Maar ik doe er niet meer zo gestresst over. Als ik me goed voel, dan gaat het vanzelf. Heb ik gemerkt.

'Ik heb geen begeleiding gehad van een diëtist. Als ik wil, kan ik bij de teamarts langs. Als je hulp nodig hebt, moet je maar komen, zeggen ze. Dan leggen ze je uit wat je het beste kunt eten. Maar bij mij was het voedingspatroon niet het probleem. Het was meer dat ik niet goed in mijn vel stak. Daardoor ben ik ik die spiraal beland. Nu gaat het goed. Ik moet er niet te veel over nadenken. En ik ben sterker uit die put gekomen dan ik er in ging.'

Het haar is geverfd, van blond naar een paarsrode variant, als signaal van: hier staat een andere speelster. Riëtte Fledderus erkent dat de gebeurtenissen met haar aan de loop zijn gegaan. 'Misschien is het allemaal iets te snel gegaan.' Ze berust: 'Zulke dingen gebeuren. Twee, drie jaar is het heel goed gegaan. Daarna was er die dip. En nu kom ik weer op het niveau van 1995, '96.'

De omstandigheden dwongen Fledderus tot de route zoals die is gevolgd. 'Met alle respect: maar er waren toen ik aantrad geen andere goede spelverdelers.'

Ze werd half huilend het Nederlands team van Bert Goedkoop binnengesleept. Ze kan het zich nu met een vette lach herinneren. 'We waren in de zomer van 1995 op het WK junioren in Thailand, onder leiding van Toon Gerbrands en Arjen Boonstoppel. We werden vijfde. Iedereen ging naar huis, maar wij moesten nog met zijn viertjes doorvliegen naar Japan.

'Daar was het Nederlands team zich aan het voorbereiden op het Europees kampioenschap in eigen land. Elles Leferink, Ingrid Visser, Jolanda Elshof en ik moesten nog anderhalve week meetrainen. Dat vonden we niet leuk: sterker, we baalden ongelooflijk. We hebben in Thailand enorm zitten huilen. Zo van: we willen niet, we vinden er niks aan met al die oude wijven. Ik was zeventien toen.

'We hebben daar als zombies rondgelopen. Op een gegeven moment zijn we maar op de automatische piloot overgeschakeld. Ik had niet het idee dat ik er echt bij zat. Maar toen werden Elles Leferink en ik in de basis opgesteld en speelden we het EK. Dat ging best goed, maar het echte besef was er nooit. Ik deed maar wat. Tegenwoordig doe ik bewuste keuzes, leid ik het team. Toen zeiden Boersma, Fleurke, Brinkman of De Jong hoe het moest en ik gooide die bal maar op.'

In die bui van pure onbevangenheid werd het Nederlands vrouwenteam Europees kampioen. Een jaar later werd dat team vijfde bij de Olympische Spelen van Atlanta. De oudjes zijn weg, de resultaten zijn minder en alleen de as Fledderus-Leferink staat nog recht overeind. Beiden spelen in Italië.

Leferink staat onder contract bij Matera. Fledderus heeft de overstap naar Napoli gemaakt ('Latus had een A2-licentie opgekocht en ging na een jaar failliet'). De Nederlandse trainer in Napels, ex-bondscoach Gido Vermeulen, laat haar samenspelen met de Kroatische Barbara Jelic.

Het afgelopen seizoen is Fledderus naar eigen zeggen een betere volleybalster geworden. 'Zoals we allemaal vaster zijn geworden. Ik was na dat trainingsjaar met de nationale ploeg weer erg aan spelen toe. Dat is toch het leukste. Ik speel geen volleybal om te trainen. Het is juist andersom: ik train om wedstrijden te spelen. Daarom ook is Italië zo goed bevallen. Ik ben er sterker geworden. Als je alleen maar traint, dan weet je op het laatst niet meer zo goed hoe je wedstrijden moet spelen. Je raakt de instelling kwijt.'

Fledderus lijkt met haar 1.68 haast een anachronisme in het door lange mensen gedomineerde volleybal. 'De Russinnen komen nu met een speelster van 1.97 (Gamova). En China heeft er een van 1.98.' Nederland, met zijn vele lange meiden, lijkt een trendvolger. Fledderus, die altijd door de tegenpartij wordt gezocht in het blok, kan er niet mee zitten. 'Als er een langere komt, dan is het goed hoor. Dan ga ik wel weg.'

Meer over