Een walhalla aan de Maas

Wessem, een Limburgs dorp aan de Maas met 2.500 zielen, heeft een harmonie, een schutterij en niet in de laatste plaats een tafeltennisclub, Westa geheten....

ERGENS IN Noord-Holland heb je een tafeltennisclub die luistert naar de naam van een Chinees gerecht. Tjap Tjoy. Een club met zo'n naam zal dus nooit furore maken.

In Wessem, een tweeënhalfduizend zielen tellend dorp in midden-Limburg, daar waar de Maas kronkelt op zijn mooist, opereerde sinds 1965 een pingpongclub die door meneer pastoor Maasmeppers werd gedoopt. Ook met deze club dreigde het nooit wat te worden.

Totdat een zekere Wido Smeets opstond en zich over de meppers aan de Maas ontfermde.

De geboren midden-Limburger was enkele jaren vreemd gegaan in het hart van Nederland. Speelde tafeltennis op niveau in Utrecht en gaf training in Nieuwegein en Culemborg. In 1986 keerde hij terug in de moederschoot. Ging wonen in Wessem en werken bij de krant in Venlo. Amper twee weken na zijn repatriëring werd Smeets gevraagd of hij zich als trainer over de Maasmeppers wilde ontfermen.

Smeets aarzelde. Want zoveel stelde de Maasmeppers ook weer niet voor. Veel jeugd, meisjes vooral, weinig volwassenen, een redelijke organisatie, maar een laag niveau. Het enige team dat landelijk speelde was een meisjesteam.

En die naam zat hem ook al niet lekker. Uiteindelijk stemde Smeets toe, op voorwaarde dat de clubnaam subiet zou worden geliquideerd. Smeets kreeg zijn zin. Maasmeppers werd Westa. Dat klonk al een stuk volwassener.

Vervolgens schreef Smeets op vier A-viertjes wat zijn bedoelingen met Westa waren. Hij wilde een behoorlijk ledental, gelijkmatig verspreid over beide seksen, een professionele leiding en op de wat langere termijn een fatsoenlijke accommodatie.

Het grootste probleem in den beginne was het gebrek aan volwassen leden, mannen vooral. Als man ging je nu eenmaal niet zo gauw pingpongen daarginds in Limburg, als man in die streek ging je allereerst toeteren bij een van de vele plaatselijke harmonieën.

Veel pingpongclubs in de regio, in Echt, Stevensweert, Thorn en Linne, dreigden dan ook het loodje te leggen. Dat mocht, redeneerde Smeets, Westa niet overkomen. 'Ik wilde als trainer bewijzen dat het in een klein dorp als Wessem mogelijk is op niveau te presteren.'

Hoe in hemelsnaam aan mannelijke leden te komen? De oplossing werd op een zondagmiddag thuis bij de voorzitter 'aan de eiken tafel in de goede kamer' bedacht. 'Laten we eens de spelers van de clubs die zieltogen of al ter ziele zijn gegaan benaderen.' De actie leverde zes spelers van het mannelijk geslacht op. Niet veel maar genoeg om even vooruit te kunnen.

De voormalige patronaatsclub werd langzaam maar zeker een echte club. Steeds meer dorpelingen raakten in de ban van het spel met bat en bal en steeds beter werden de prestaties. Eind jaren tachtig gaf Smeets zelf de aanzet tot een ongekende reeks promoties.

Hij stopte als speler bij Bartok en vond een teamgenoot uit Linne bereid met hem deel uit te maken van Westa 1. Het team werd in twee jaar vier keer kampioen, verliet de regionale competitie en kwam met een plaats in de derde divisie al aardig in de buurt van het walhalla.

Nog was Smeets niet tevreden. Hij wilde meer. Meer prestaties, een trainings- en speelzaal. Om dat mogelijk te maken trad hij toe tot het bestuur en liet zich in 1992 als trainer vervangen door oud-eredivisiespeler Pieke Franssen.

Westa moest het sinds de oprichting doen met een sporthalletje dat slechts twee avonden in de week beschikbaar was. Dat was geen doen. De club had om hogerop te komen beslist een eigen speelzaal nodig. Maar helaas, daar was geen geld voor. Zeven bouwtekeningen werden bij de gemeente ingediend en alle zeven verdwenen in de prullenbak ter secretarie. Te ambitieus, te duur.

Smeets: 'Ten einde raad hebben we de gemeente gesmeekt: geef ons alsjeblieft dan maar de gymzaal boven het zwembad. Dat voorstel viel gelukkig wel in goede aarde.' Westa leende twee ton, verbouwde de boel tot een paleisje en wist zich eind 1995 de trotse bezitter van een accommodatie waar menig topclub jaloers op zou zijn.

Westa was ineens geen dorpsclub meer. De voormalige patronaatsclub ontwikkelde zich langzaam maar heel zeker tot tot een bijzondere club. Bijzonder omdat Westa zo stevig doorgroeide dat het thans mag pronken met 140 leden en 24 teams, waarvan er maar liefst twaalf in de landelijke competitie opereren. En van die twaalf maken er dit weekeinde niet minder dan twee hun opwachting in de eredivisie. Dat zal in de Nederlandse pingponghistorie zelden eerder zijn vertoond.

Uniek is bovendien dat de club - en dat weet Smeets heel zeker - nooit en te nimmer verloren zal gaan. 'Wat goed is komt langzaam, wat snel komt gaat ook weer snel, zeker in de tafeltenniswereld. We hebben er jaren en jaren over gedaan om van niets iets te worden, om hier een tafeltenniscultuur te introduceren. We zijn met dat proces nu zo ver gevorderd dat we niet meer hoeven uit te leggen wie we zijn, wat we doen en waarom we dat doen. De gemeente kent ons, NOCNSF kent ons en er is niemand in Wessem die onze club niet kent.'

Over pingpongcultuur gesproken. Wido Smeets en Pieke Franssen zijn blij en trots dat Westa geworden is tot een instituut, maar ze verhelen niet dat er nog wel wat te wensen overblijft. Franssen: 'We hebben twee Aziaten in ons midden, een Chinese jongen, Liu Qijang, en een Japans meisje, Masako Nagashima. Die twee beleven hun sport heel anders dan Nederlandse spelers. Aan alles is te merken dat tafeltennis hun leven is. Ik kan alleen maar hopen dat mijn Nederlandse pupillen daar wat van oppikken.'

Franssen is geboren en getogen in Limburg, maar zou wat pingpongbeleving betreft door kunnen gaan voor een Chinees. Hij werkt veertig uur in de week als fiscaal jurist en in diezelfde week ook nog eens veertig uur als trainer in Wessem en als jeugdbondscoach. 'Ik heb als trainer van Westa de kans gekregen om mijn ideeën in praktijk te brengen. En die ideeën luiden grofweg dat je door hard werken en veel afzien ver kunt komen.'

Zijn gelijk wordt vooralsnog bewezen door de twee teams die dit seizoen op het hoogste niveau mogen opereren. Ze hebben in een paar jaar aardig leren meppen aan de Maas.

Meer over