Een vreemdeling die de Noord-Franse hel trotseert

In West-Europa heeft lang het geloof bestaan dat toekomstige wielerkampioenen de passie voor de sport met de paplepel ingegoten dienen te krijgen....

Samen met de Ronde van Vlaanderen wordt het verleden in Parijs-Roubaix graag geromantiseerd. Maar de drie renners op het podium van zondag hadden het meeste van horen zeggen. De Australische winnaar, Stuart O’Grady, en de Duitse nummer drie, Steffen Wesemann, groeiden op in een land zonder wegcultuur; Juan Antonio Flecha werd in Spanje groot met de successen van ronderenners als Delgado en Indurain.

O’Grady haalde zondag wel herinneringen op aan de zege van Hennie Kuiper in 1983. Hij kreeg er pas drie jaar na dato een video van in handen. Het was de eerste keer dat hij de beelden van kasseien en met modder besmeurde renners zag. O’Grady was toen al 13.

Bijna een kwart eeuw later stond hij zelf op het hoogste podium met een kei te zwaaien. Volgens zijn ploegleider een topmoment in de Australische wielergeschiedenis. De 33-jarige renner zelf zei daar op weg naar Roubaix niet bij stil te hebben gestaan. ‘Misschien dat er een paar foto’s in de krant komen’, zei hij ironisch.

O’Grady poogde de waarde van zijn zege te vergelijken met het olympisch goud dat hij veroverde in Athene. Dat zou een West-Europeaan nooit hebben gedaan. Daar heeft olympisch succes (nog) geen grote betekenis, zeker niet als de titel is behaald op de baan en samen met een ploegmaat (Brown).

Het maakte van de winnaar zondag een vreemdeling in de Hel. O’Grady werd op de kasseien niet tot de favorieten gerekend. Nooit bereikte hij met de besten het Velodrome, terwijl zijn ploegmaat Fabian Cancellara bij de start in Compiège nog doceerde dat je Parijs-Roubaix eerst moet verliezen om er te kunnen winnen.

O’Grady groeide op in Australië en had zondag lak aan die filosofieën. Hij profiteerde van de warmte en van het tactische meesterwerk dat zijn ploeg had bedacht. De puzzel viel voor CSC precies in elkaar. ‘Het was gewoon ‘one of those days’, zei de Australiër.

Maar zo vreemd was de overmacht van de ploeg van Riis nu ook weer niet. In oktober van 2006 reed een belangrijk deel van de ploeg al over de kasseien om het nieuwe materiaal te testen, in januari van dit jaar ging ze terug. En vorige week was iedereen erbij voor de laatste verkenning.

CSC had op elk moment van de dag de koers in handen. Het stuurde drie renners mee in de eerste belangrijke ontsnapping van de dag. Na 31 kilometer vonden 34 renners elkaar. O’Grady was een van hen, maar hoefde door het werk van zijn ploegmaats Breschel en Roberts de handen niet uit de mouwen te steken.

Hij had echter de pech dat hij door een lekke band in Arenberg terugwaaide in het peloton waar de favorieten Boonen, Cancellara en Hoste elkaar gezelschap hielden en geen trap te veel wilden doen. Toen hij eens goed om zich heen keek, vond hij nieuwe moed. ‘Ik voelde me niet zo slecht als de anderen eruit zagen.’

Met Cancellara, de winnaar van 2006, waagde hij een nieuwe aanval op het moment dat Flecha, een van de outsiders, de sprong naar de kopgroep maakte. Maar het plan was nog niet bedacht of O’Grady ging onderuit. Het oponthoud was kort.

Een nieuw onderhoud met Cancellara leerde dat die niet de benen had voor een nieuwe zegetocht. Nog voordat de Zwitser het verhaal over zijn lijdensweg beëindigde, was O’Grady al vertrokken. Met Wesemann reed hij naar de kopgroep, een inspanning waarvoor Boonen en Hoste later de kracht misten.

Nauwelijks voorin postgevat, besloot O’Grady tot een nieuw avontuur. Die manoeuvre keek hij af van Cancellara, met wie hij afgelopen week keer op keer de dvd van Parijs-Roubaix 2006 had afgespeeld. Als vandaag dan toch zijn dag was, dan wilde de Australiër net als de Zwitser liefst alleen aankomen in het Velodrome.

Het was zijn eerste overwinning sinds 2004, het jaar waarin O’Grady olympisch kampioen werd, een etappe in de Tour en de HEW Cyclassics won. Toen hij in 2006 de overstap naar CSC maakte, overtuigde Sunderland zijn landgenoot ervan zijn ambities voor de groene trui en de massasprints te laten varen en zich op de klassiekers te richten.

Zo vreemd was die gedachtegang niet. O’Grady stond in 2003 op het podium van de Ronde van Vlaanderen, naast Peter van Petegem en Frank Vandenbroucke. ‘Ballerini, Museeuw, Van Petegem, Tsjmil, dat waren mijn helden: ik heb me altijd afgevraagd hoe ze al die grote wedstrijden wonnen, het zag er zo zwaar uit.’

De Australiër heeft het antwoord gevonden. Flecha, die in het Velodrome nauwelijks nog op zijn benen kon staan, zoekt verder. ‘Als je in het Velodrome aankomt, kun je nooit ontevreden zijn’, zei de kopman van Rabobank trots over zijn tweede plaats. Zijn West-Europese collega’s zouden daar waarschijnlijk anders over hebben gedacht.

Meer over