Een voetballer van risico's

Heimwee en uitzichtloosheid dreven hem terug Nederland. Andy van der Meyde (30) wil zich bij PSV ontrukken aan de vergetelheid....

Door Willem Vissers

Zo hevig was zijn verlangen naar Nederland, dat Andy van der Meyde zelfs geniet van de A2 tussen Eindhoven en Amsterdam. ‘Ik vind alles mooi.’ Zijn lach schatert over de Herdgang, het trainingscomplex van PSV.

Goh, wat heeft hij Nederland gemist tijdens zes seizoenen Internazionale en Everton. Hij merkt dat er veel is veranderd tijdens zijn afwezigheid. De aandacht van de media voor voetbal is geëxplodeerd. ‘Het lijkt hier wel Engeland.’

Nu valt over hem ook wat te melden, nadat hij jarenlang een bijna verdwenen rechtsbuiten is geweest, een speler in ruste als het ware. PSV haalde de transfervrije, werkloze Van der Meyde als opvolger van de vertrokken Lazovic. Weinig flatteuze foto’s verschenen in de kranten; bolle toet, knalgeel trainingsshirt strak om het lijf. Het (tv)-leger aan analisten beledigde hem ronduit. Papzak. ‘Maar dat zeggen ze niet in mijn gezicht.’ In een flard anglicisme: ‘Dat mensen zo disrespectvol zijn. . . Ik ga toch ook niemand belachelijk maken. Als je een goed mens bent, doe je dat niet.’

Trouwens, hij oogt al aardig scherp en afgetraind, na een week van twee sessies per dag en een streng dieet. Sla, rijst, af en toe kip, veel water. Hij moet oppassen voor blessures. ‘Het gaat goed, het vetpercentage schiet omlaag.’

Zijn helblauwe ogen glinsteren, de kale schedel glimt, de baard van een paar dagen staat hem stoer. Hij wilde al mee, zondag naar Ajax, voor het toptreffen met zijn oude club. Op de bank beginnen, zich glimlachend het gejoel laten welgevallen, even invallen misschien. Hij moet geduld betrachten.

Van der Meyde maakte zelf ook geintjes over zijn gewicht, bijvoorbeeld toen een van de ‘jakhalzen’ uit het programma De Wereld Draait Door op bezoek was in Eindhoven. ‘Hij zei dat ik vijftien kilo moest afvallen. Toen antwoordde ik dat ik net een kameel had opgegeten.’

Dat van die kameel was een speelse verwijzing naar het ‘dierenpark’ dat zijn vrouw aanlegde tijdens hun verblijf in Italië. Daarover was veel te doen. Ze had zebra’s, een kameel en tal van andere beesten. En ze bleef achter in Italië, toen hij naar Everton verhuisde. ‘Als iemand het nou leuk vindt om een kameel te houden, voor de kinderen en zo, waarom mag dat dan niet? Is dat verboden? We maken zo’n ophef over kleine dingetjes. Daar word ik een beetje gek van.’

Na jaren van droogte keert de vrolijkheid terug in lijf en leden van de onbekommerde aanvaller, die in een al bijna grijs verleden schitterende acties kon afwisselen met afgrijselijke missers. Hij lacht bij de begroeting, na de training. ‘Mag ik eerst even douchen, of moet je alweer weg?’

Op een gegeven moment haalde hij in Nederland alleen nog de publiciteit als er iets raars was gebeurd. Een ziekenhuisopname, nadat iemand in een nachtclub iets in zijn drankje had gestopt. Een inbraak, thuis in Liverpool. ‘Maar ik kan er toch niets aan doen dat ze bij me inbreken! Ik vraag toch niet: wil je mijn rolexen weghalen en mijn auto’s stelen? Maar dan maakten ze míj belachelijk. Zo van: hij heeft acht rolexen. Nou, wat dan nog? Ach, wat maakt het mij ook uit.’

Wat hem wél pijn deed, was de verterende heimwee in het buitenland, die alleen maar groeide omdat het met voetbal niet wilde vlotten. ‘Toen ik net had getekend bij Inter, wilde ik alweer terug. Voor mij was dat geld niet belangrijk. Ik wilde toen weer naar Ajax. Ik miste Nederland. Ik miste mijn familie, mijn moeder. Alles. Het eten, de taal.’ Hij kijkt naar buiten, naar de wuivende bomen op de Herdgang. ‘Ik geniet er zo van dat ik terug ben. Lekker weer ook. Ik voel me helemaal top.’

Eens werd hij door Ajax voor een jaar verhuurd aan FC Twente. Schitterende tijd. Pril geluk. Hij verdiende weinig en kreeg een huisje van Twente. ‘Ik wilde daar blijven. Het leven was goed en het was gezellig. Als ik me ergens thuis voel, komt het goed.’ In Milaan en in Liverpool werd hij soms gek. Hij liet zijn moeder overkomen naar Everton. ‘Nu kan ik weer elke dag in Amsterdam bij haar op visite.’

Misschien is hij te vroeg vertrokken bij Ajax, in 2003, na een schitterend seizoen. Ajax wilde het geld, een miljoen of acht. Zo gaan die dingen. ‘Voetballers vertrekken soms te jong naar een vreemd land. Weg van hun familie, weg van alles. De concentratie gaat omlaag. Ik denk dat het beter is op je 24ste of 25ste weg te gaan.’

Ach, misschien moet hij niet voor anderen praten. ‘Ik ben anders dan anderen. Anderen vinden het misschien niks hier, maar ik houd van Holland.’

Inter versleet drie trainers in zes maanden en telde 40 contractspelers. Dan is het moeilijk. Trainingen duurden lang en waren tactisch van aard. De voorbereiding op het seizoen was zwaar. Lopen, lopen. Zeventien dagen in trainingskamp in Oostenrijk, in de bergen. ’s Ochtends om zeven uur lopen, ontbijten, daarna een beetje met de bal trainen, ’s avond weer lopen. ‘Ik kan de hele dag rennen, maar ik moet de bal zien. Als je mij zomaar in een bos zet om te lopen, vind ik dat moeilijk.’

Later in het seizoen zei de trainer na een half uur weleens: doe wat je wilt. De een ging het krachthonk in, de ander deed wat met een bal. Hij dus ook. Partijen, afwerken op doel. Dát is trainen. Hij is een groepsmens. Gooi een bal in het midden en hij is gelukkig. ‘Dat is toch voetbal.’

En dát wil hij opnieuw. Zie hem genieten bij PSV, het regime ondergaan dat hem moet terugbrengen naar de top. Hij probeert stoïcijns te zijn. ‘Ik heb geen tijd voor mensen die maar wat roepen. Ik kan ze alleen de mond snoeren door goed te voetballen voor PSV. De rest interesseert me niet zoveel. Ik wil belangrijk zijn voor het team, voor de trainer en voor mezelf.’ De nederlaag tegen NAC van afgelopen zaterdag heeft PSV wakkergeschud. De ploeg oogt getergd.

Van der Meyde brengt ook wat ontspanning in de groep, met zijn lach en onbevangenheid. De jakhals van De Wereld Draait Door vroeg naar zijn Ajax-tatoeage, die overigens allang is weggewerkt. Hij trok zijn broekspijp omhoog. Daar verscheen een PSV-sticker. ‘Maar hij liet niet zien dat ik de bal op de lat legde. Hij zei dat ik dan 100 euro kreeg, voor drie pogingen. De eerste keer legde ik de bal meteen op de lat. Natuurlijk. Ik heb dat geld lekker gepakt. Kon ik weer tanken.’

Dat vindt hij mooi: een beetje dollen, lachen. ‘Dat miste ik zo, bij Everton en Inter. Elkaar een beetje gek maken. Ook daarom ben ik blij dat ik weer in Nederland zit. Mijn thuisgevoel is terug. Lekker Nederlands praten, geintjes maken. Ik vind dat dialect hier ook lachen. En PSV is een topclub.’

Hij speelde maandag een half uur mee tegen Jong Sparta. De critici vonden hem aardig presteren. Er gebeurde iets op het veld. ‘Ik moest effe over dat dode punt heen, want het is altijd moeilijk om in te vallen. Maar na twee, drie minuten voelde ik mijn kracht terugkomen. Toen kon ik gewoon lekker voetballen. Dat was zo fijn, na die lange tijd. Ik was gewoon blij en voldaan dat ik weer met een team voetbalde. Proberen je acties te maken. Voorzetjes geven. Belangrijk zijn, goaltjes meepikken.’

Hij denkt dat hij nog jaren meekan en prijst trainer Rutten, die vaker gevallen spelers opraapt. ‘Hij kan goed omgaan met mensen. Dan doe je graag iets terug.’ Rutten komt uit Wijchen, hij uit Arnhem. Ze kenden elkaar al van Twente. ‘Het was net alsof we elkaar nooit uit het oog waren verloren.’

Rutten wil hem vertrouwen geven, het vertrouwen dat hij nodig heeft om zijn acties te maken. Passeren op intuïtie, ballen scherp voorzetten. Hij is een voetballer van risico’s. ‘Daarom kan het soms verkeerd gaan. Ik heb het lef om te durven. Ja, ik kan ook op safe spelen. Bal aannemen, terug naar achteren spelen, af en toe een voorzetje geven en nooit een man opzoeken.’ Maar dan is hij geen Andy van der Meyde. ‘Het is niet zo dat ik denk: ik ga nu dit of dat doen. Het komt aanwaaien. Mijn stijl van voetballen komt voort uit gevoel. Dat verandert niet.’

Bij Everton was dat vertrouwen verdwenen. ‘Soms speelde ik goed, en dan zat ik een week later weer op de tribune. Dan hoeft het voor mij niet meer.’ Hij stond geregeld op het punt zijn contract in te leveren. ‘Dat geld is mooi, maar als je alle plezier kwijt bent. . .’

De situatie was soms vernederend. ‘Het eerste en tweede elftal van Everton trainden gelijktijdig. Dan ging ik in het midden het veld op en hoorde ik waar ik heen moest. Soms moest ik dan met vijf jongetjes van 15, 16 jaar trainen. Dan denk je niet aan geld hoor. En er werd nooit iets uitgelegd. Het was altijd een verrassing voor me. Ik denk dat je met de trainers in Nederland meer kunt praten. Moyes is een goede trainer hoor, maar we konden het gewoon niet goed met elkaar vinden.’

Nadat hij zes duels op rij goed had gespeeld, scheurde bij hem een bovenbeenspier. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Na zijn herstel zat hij op de bank, of op de tribune. ‘Als ik op de bank zat, wist ik eigenlijk al dat ik niet ging spelen. Alleen als het écht moest. Je zit bij Everton tussen de supporters als reserve. Dan riep wel eens iemand naar Moyes: hé, Van der Meyde moet erin. Dan zat ik een beetje te lachen.’

Tot het eind van het seizoen kan hij zich waarmaken bij PSV. Lukt dat, dan ligt er een contract klaar. Valt hij tegen, dan zoekt hij een andere club in Nederland. Na Everton trainde hij een tijdje mee met Blackburn en, onlangs nog, bij Jong Ajax. Hij bood aan de rest van het seizoen voor niks te spelen bij Vitesse. ‘Ik kon niets eisen, want ik had maanden niets gedaan.’ Vitesse stuurde een berichtje per sms. ‘We zien ervan af.’

PSV is een cadeautje. ‘Ik ben nu speler van PSV en geef alles voor PSV.’ Of hij nog naar het buitenland wil? ‘Pfff, nee. Alsjeblieft zeg.’

Dan vraagt hij of hij naar huis mag. Over de A2, naar Amsterdam.

Meer over