NieuwsFerrari

Een trage auto en zweem van vals spel: Ferrari is even allesbehalve de Italiaanse trots

Botsende teamgenoten, een hardnekkige beschuldiging van valsspelerij en een rode auto die niet vooruit te branden is. Na twee races is het Formule 1-seizoen voor Ferrari al een ramp. De gouden tijden met recordkampioen Michael Schumacher voelen verder weg dan ooit. Hoe komt de Italiaanse trots er weer bovenop?

Sebastian Vettel en Charles Leclerc bij de pitstop tijdens de GP in Oostenrijk. Beeld BSR Agency

De afgelopen dagen buitelden voormalig Ferrari-rijders over elkaar heen om de problemen bij hun oud-werkgever te duiden. Volgens Jean Alesi (79 races voor Ferrari) wordt de ellende veroorzaakt door een auto die door ontwerpfouten ‘verkeerd is geboren’ in de fabriek in Maranello. Eddie Irvine (65 races) denkt dat het team zichzelf een zwaar jaar heeft bezorgd door viervoudig wereldkampioen Vettel voor de seizoenstart al mede te delen dat hij kan vertrekken. Daardoor is de teamdynamiek verpest.

Volgens Gerhard Berger (96 races) zitten de problemen dieper, in de teamstructuur. Teambaas Mattia Binotto heeft volgens hem te veel verantwoordelijkheden en kan wel wat sterke persoonlijkheden naast zich gebruiken.

Een snelle oplossing voor de problemen lijkt in elk geval uitgesloten, met zondag alweer de volgende race in Hongarije op het programma. Daarnaast wordt het team ook nog eens achtervolgd door een zweem van vals spel. De Ferrari-motor oogt de eerste races van het jaar de zwakste van het veld, terwijl het team vorig seizoen nog de krachtigste motor had.

In de winter troffen de Italianen een geheime schikking met racefederatie FIA over de motor van vorig jaar. Tot ergernis van concurrenten als Mercedes en Red Bull, die openheid eisten. Zij vermoeden bewust geknoei met de krachtbron, wat volgens hen wordt bewezen door de terugval dit seizoen.

De problemen zitten ook in de rode bolide zelf. Sebastian Vettel noemde die na de seizoensopening twee weken geleden zelfs onbestuurbaar. Zijn teamgenoot Charles Leclerc redde toen de eer met een gelukkige tweede plaats. Maar afgelopen weekeinde, in een race zonder hectiek, bleken de Ferrari’s hoogstens middenmoters. Binnen een ronde was de race voorbij, nadat Leclerc met een overenthousiaste actie zowel zichzelf als Vettel uitschakelde.

Kees van de Grint stond na die race op het punt iets te doen waar hij nooit eerder over had gepeinsd: een bericht sturen naar een van zijn voormalig Ferrari-collega’s. ‘Want als dat zelfs al misgaat’, verzucht Van de Grint, die als bandenexpert van zevenvoudig wereldkampioen Michael Schumacher begin deze eeuw de zeges aaneen reeg bij Ferrari. Hij verstuurde het bericht uiteindelijk niet. ‘Want ik wil niet zo iemand zijn die zich er van een afstandje mee bemoeit.’ 

Florissant staat het er alleen niet voor bij Ferrari, erkent hij. Van de Grint: ‘Ik had het geluk dat alles op rolletjes liep toen ik er werkte. Dat kwam doordat er een heel duidelijk leiding was. We waren één team, iedereen had respect voor elkaar én er werd geleverd.’

Die geoliede machine is de renstal al een tijdje niet meer, zegt Van de Grint. Na het pensioen van Schumacher in 2006, dat ook het vertrek van teammanager Jean Todt en technische baas Ross Brawn inleidde, ontstond er volgens hem ‘een stammenstrijd’ binnen de renstal. ‘Dan krijg je de situatie dat als er iets misgaat er weer een ander peloton opstaat en zegt: dit was onder mij nooit gebeurd’, legt hij uit.

In 2007 greep voor het laatst een Ferrari-coureur de wereldtitel en Binotto werd vorig jaar alweer de vierde teambaas sinds het vertrek van Todt. Binotto benadrukt vooral tijd nodig te hebben om weer een winnend team te vormen. Tijd is er alleen niet bij het populairste én rijkste Formule 1-team; Ferrari werkt dit jaar naar verluidt met een budget van 400 miljoen euro.

In september rijdt het team ook nog eens de duizendste Formule 1-race. De klasse zag door de coronapandemie kans het jubileum te laten plaatsvinden op het Mugello, het Ferrari-circuit op anderhalf uur rijden van Maranello. Alles minder dan de zege zal op het eigen feest voelen als een afgang. Zelfs in het huidige rampseizoen. Voor een Italiaan is het nou eenmaal ondenkbaar dat Ferrari niet meedoet om de prijzen, zegt Van de Grint.

De roem van het team is zowel de kracht als een molensteen, zegt hij. Zelfs in zijn jaren was er de permanente druk van de fans - de tifosi - en kritische Italiaanse pers. ‘Als Ferrari verliest, is dat een schande voor de natie’, zegt Van de Grint. ‘In mijn eerste seizoen in 2001 werden we eens tweede in Canada. Ik vond het geweldig, maar het was toen echt crisis. Ik wist niet wat ik meemaakte.’

Formule 1-analisten refereren geregeld aan het feit dat Ferrari in de gloriedagen werd geleid door niet-Italianen. Toen werd de renstal volgens hen minder geregeerd door emotie, sentiment en Italiaans temperament. Of daar een kern van waarheid in zit? Volgens Van de Grint draait het voornamelijk om de juiste mix van mensen. ‘Todt was in mijn tijd het politieke dier. Brawn was de strateeg en Schumacher was de echte baas. Als hij iets wilde, gebeurde het ook.’

Hij benadrukt daarbij dat Ferrari wel vaker magere jaren heeft gekend; in de complete jaren 80 en 90 werd bijvoorbeeld geen enkele coureurstitel veroverd. ‘En die hire and fire-cultuur was er ook altijd wel’, zegt Van de Grint. ‘Van Todt wilden ze in eerste instantie ook snel af, omdat hij niet direct won. De enige remedie bij Ferrari is winnen. Dat zie ik dit jaar niet zo snel gebeuren. Maar soms heb je een beetje geluk nodig.’

Meer over