Een oprechte liefhebber van simpele voetbalzaken

Voetbaltrainer Bert Jacobs is zondagmorgen op 58-jarige leeftijd overleden. Hij was 35 jaar actief als oefenmeester. Enkele clubs die hij coachte waren RKC, Roda JC, Vitesse en het Spaanse Gijon....

MET het verscheiden van Bert Jacobs is een oprecht voetbaldier dood gegaan. Een man met een verfrissende, originele kijk op het spel en de spelers. En die durfde hij uit te spreken.

Alle verafgoding van Ajax, de gewaande suprematie van het Nederlands elftal en de overwaardering van de eredivisie werden door Jacobs cynisch becommentarieerd. Om de Nederlanders die altijd alles beter wisten, moest hij altijd lachen. 'Wij zijn maar een heel klein onderdeeltje van een grote voetbalwereld. Dan moet je niet zo hoog van de toren blazen.'

Jacobs die de halve eredivisie trainde maar vooral naam maakte bij FC Utrecht, Roda JC en Vitesse, streefde simpele dingen na in het voetbal: van een dubbeltjesploeg een kwartje maken, de gezelligheid met de jongens, en de collega's, het clubcabaret, de lach en de trouw aan zichzelf.

PSV en Feyenoord wilden hem ooit hebben, maar de trainer die eens de brandspuit zette op de kandidaat-manager bij Utrecht, kon de diplomatie en wellevendheid niet opbrengen om met succes te solliciteren. 'Ik zou wel eens landskampioen willen worden. Het is me nooit gelukt maar ik ben er natuurlijk wel vreselijk toe in staat. PSV en Ajax zou ik gemakkelijk aankunnen. Maar ik blijf natuurlijk in staat voortijdig mijn eigen glazen in te gooien door met een bepaalde cynische humor over een zekere voorzitter te praten. Ik zal mijn mening, mijn gedrag nooit wijzigen.'

Slecht voetbal noemde Jacobs hots-knots-begonia voetbal. Grote woorden tegen scheidsrechters trok hij nooit in. Bij kerels onder mekaar moest dat kunnen. 'Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is.'

De Zandvoorter ademde voetbal. Hij kon niet zonder. Vijfendertig jaar liefst was hij trainer. Zijn eigen loopbaan werd op jonge leeftijd door een kapotte knie geruïneerd. Toen hij in 1993 na het ontslag bij het Spaanse Gijon een half jaar zonder werk was, werd hij 'gek'. 'Ik ben in die tijd meer naar de dokter geweest dan ooit. Terwijl ik niets mankeerde. Er was maar één oplossing: terug naar het veld.'

Hij begon in 1962 als assistent van Happel bij ADO. Via DWS, Volewijckers (zijn eerste baan als hoofdtrainer) en Velox belandde hij als 29-jarige bij het juist gefuseerde FC Utrecht. Vijf seizoenen bij Roda JC werden gevolgd door minder succesvolle perioden bij Willem II, Seiko Hongkong en Sparta. Met Fortuna en Vitesse speelde hij Europees voetbal. Bij Gijon en Volendam waren slechte resultaten reden voor ontslag.

Het kon hem niet deren. Na een kaakoperatie in 1987 was hij veel zaken gaan relativeren. Hij had net als Happel tot zijn 65ste willen volhouden. 'Maar of ik dat haal, ik weet het niet', sprak hij in 1990.

Meer over