Een onvoltooide rehabilitatie

Ook na een rugoperatie wenst John van Lottum niet te worden afgeschreven. Zijn lijdensweg leerde hem dat het Nederlandse tennis in krachttraining ver achterloopt....

Door Robèrt Misset

Als een schim van zichzelf schuifelde John van Lottum over straat.

Maar hij bewoog tenminste en dat was al heel wat na een ingrijpende operatie aan zijn rug. 'Voor het eerst mocht ik voorzichtig een blokje rond mijn huis lopen. Normaal gesproken doe je dat in twee minuten, ik deed er een kwartier over. Ik was kapot. Ik had net enkele passen gedaan, toen twee jongens voorbij kwamen. Een van hen herkende me en zei net iets te hard: die gozer tennist nooit meer. Ik heb mijn duim maar omhoog gestoken.'

Dat gevoel had Van Lottum in oktober zelf ook na een ingreep van ruim zeven uur, waarbij zijn onderrug werd verbouwd. 'De onderste twee wervels zijn vastgezet met schroeven en pinnen, op de plek van de tussenwervels zijn botscherven aangebracht. Het duurt zes maanden voor die zijn volgroeid tot een nieuwe wervel. De operatie was zo zwaar dat ik al had besloten te stoppen.

'Dit doe ik nooit meer, waren mijn eerste woorden, toen ik uit de narcose was bijgekomen. Nog half versuft zag ik door mijn oogleden dat het buiten al donker was, terwijl ik 's ochtends om acht uur onder het mes was gegaan. Ze zijn de hele dag met me bezig geweest. Het was ook niet zomaar een hernia-operatie. Mijn botten waren zo hard dat een boortje was blijven zitten.

'Hoewel mijn chirurg deze operatie al ongeveer 800 keer had gedaan, gebeurde dat voor het eerst. Het werd wel even spannend, zei hij. Normaal gesproken heeft hij alleen patiënten van boven de vijftig, geen topsporter die verder gezond is. Ik hoef geen korset meer om, maar het herstel gaat nog maanden duren. Het begint met kleine stapjes. Zo mag ik nu rustig mijn veters strikken.'

Het voelt als een kleine overwinning, nadat Van Lottum de eerste vier weken na zijn operatie noodgedwongen in bed had doorbracht. 'Beetje lezen, tv kijken en me vooral nutteloos voelen.'

Het was ook een vreemde gewaarwording, oud en nieuw vieren in huiselijke kring en niet in Australië, waar zijn collega's zich voorbereiden op de eerste Grand Slam van dit jaar. Nooit heeft Van Lottum zo verlangd naar tennis als nu. 'Ik ga er alles aan doen om nog een keer terug te komen. Ik wil het in elk geval proberen, ik wil mezelf een laatste kans geven. Ik besef dat ik zeker het afgelopen jaar te weinig heb kunnen genieten van mijn sport.'

En als Van Lottum iets heeft geleerd van zijn lijdensweg is het wel dat hij niet blind moet vertrouwen op het oordeel van zogenaamde specialisten. Al maanden sukkelde de grillige baseliner met zijn rug ('zelfs mijn deelname aan het dubbelspel in de Davis Cupwedstrijd tegen Spanje was eigenlijk onverantwoord') tot hij de hulp inriep van Müller-Wohlfahrt, de vermaarde sportarts van voetbalclub Bayern München.

Het werd een fiasco. 'Nadat ik in Monte Carlo opnieuw had moeten opgeven met een rugblessure, ben ik meteen naar München gevlogen.' Hij trof er niet de ingetogen sfeer van een privé-kliniek. 'Dat vond ik achteraf nog het ergste. Nog voor hij zich voorstelde gaf Müller-Wohlfahrt me een high-five en zei: I'm gonna save your career.

'Dan denk je: wauw, die man gaat me echt van de pijn verlossen. Ik had al mijn hoop op hem gevestigd. Ik heb een week in München gezeten, dagelijks kreeg ik ongeveer twintig injecties in mijn rug. Daarna moest ik van Müller-Wohlfahrt weer fanatiek gaan trainen en besloot ik het beste van het beste te nemen.'

Van Lottum meldde zich bij atletiektrainer Henk Kraaijenhof, die hem aan een streng regime onderwierp. 'Ik was waanzinnig fit, maar mijn rug werd niet beter.'

Spelen was uitgesloten, tot Van Lottum ontdekte dat hij zijn pensioen bij de Association Tennis Professionals (ATP) dreigde te verspelen. Om voor een uitkering in aanmerking te komen, moet een tennisprof vijf jaar op rij naast de Grand Slams tenminste tien ATP-toernooien hebben gespeeld. Van Lottum stond in 2004 op negen en kwam er dus één tekort.

'Ik besefte dat ik niks had om op terug te vallen als het met mijn rug niet goed kwam. Ik moest dus per se nog ergens spelen en tot mijn geluk kreeg ik een wildcard voor het toernooi in Sjanghai. Enkele dagen voor mijn vertrek sloeg ik een paar ballen. Al bij de eerste bal schoot de pijn er weer in. Normaal gesproken ga je niet tien uur in een vliegtuig zitten om je weg te laten slaan, nu moest ik wel om mijn pensioen veilig te stellen.

'Meteen na mijn terugkeer uit Shanghai heb ik een mri-scan laten maken en de uitkomst vergeleken met de scan van vorig jaar. Een neuroloog bevestigde mijn gevoel dat de rugblessure twee keer zo erg was geworden.'

Van Lottum realiseerde zich dat Müller-Wohlfahrt hem gebakken lucht had verkocht. 'Het was een enorme klap. Ik was woedend op die man, daarna kon ik slechts janken van verdriet. Een neuroloog in Amsterdam hield me voor dat alleen een operatie nog enig perspectief bood. Het was opereren of nooit meer tennissen.'

Ruim een maand na de ingreep wandelde Van Lottum langs het Amsterdamse Hilton-hotel. 'Wie loop ik tegen het lijf? Müller-Wohlfahrt en zijn assistent, want Bayern München speelde die dag in de Champions League tegen Ajax. Hij begroette me joviaal en vroeg zich af waarom ik niet bij hem terug was gekomen. Omdat mijn rug door jouw behandelingen alleen maar slechter is geworden, antwoordde ik en ik liet hem mijn korset zien. Toen schrok hij en jammerde nog wat over pech. Ik heb me ingehouden en het erbij gelaten.'

Nu resteert het zeurende ongenoegen. 'Ik ben niet langer de tennisser, maar de rugpatiënt John van Lottum.'

De chronische rugproblemen én zijn samenwerking met Kraaijenhof leerden hem dat specifieke krachttraining onontbeerlijk is gedie worden in het huidige tennis. 'Ik heb mijn lichaam vroeger verwaarloosd, ik was fysiek niet sterk genoeg. Maar op het gebied van krachttraining loopt het Nederlandse tennis flink achter.

'Ik ben Henk van Hulst eeuwig dankbaar, hij heeft me tennistechnisch veel geleerd. Voor het verbeteren van je voetenwerk is er geen betere trainer dan Van Hulst. Maar de omslag naar het moderne tennis heeft hij niet gemaakt. In de ontwikkeling van fysieke trainingsleer is ook Van Hulst stil blijven staan.'

Van Lottum steunt Davis Cupcaptain Tjerk Bogtstra dan ook in zijn kritiek op de KNLTB. 'Het zijn de feiten. In het Nederlandse tennis wordt op een ouderwetse manier getraind. Iedereen weet dat de huidige bondstrainers ongeschikt zijn om toptalenten te begeleiden. Maar die mensen hebben langjarige contracten, daar komt de bond niet meer vanaf.'

In Van Lottum schuilt een coach, weet hij. Van zijn vrouw Denise kreeg hij al een symbolisch kerstcadeau, een boek, waarin zijn carrière is vastgelegd. 'Je zou het als een afscheidgeschenk kunnen zien, maar zo had ze het niet bedoeld. Denk maar eens na over wat je het liefste wilt, zei Denise. Ze wilde me stimuleren ook eens aan de mooie dingen in mijn loopbaan te denken. Nu besef ik dat ik nog niet klaar ben, op deze manier mag het niet eindigen.'

Een derde ronde bij zijn debuut op Wimbledon, zijn onverwachte en glorieuze come-back in juli 2002 bij de Dutch Open: het zijn momenten om te koesteren. 'Toen heb ik echt kunnen genieten van het tennis. Hoe verder je komt in het leven, hoe duidelijker het verleden wordt.'

Het brengt hem bij de oorsprong van de eeuwige worsteling met zichzelf. Te vaak veranderde het zachtmoedige zondagskind van het Nederlandse tennis in een ongeleid projectiel. Niet zijn soms geniale slagen, maar de talrijke ontsporingen op de tennisbaan kleuren het beeld van een enfant terrible, dat zijn talenten verkwanselde.

De ironie wilde dat Denise haar latere echtgenoot leerde kennen op wellicht het donkerste moment in zijn loopbaan, in mei 1999. Tijdens een tumultueuze partij tegen de Italiaan Sanguinetti op Roland Garros liet Van Lottum zijn invalide vader Chris van het park verwijderen. Verbijsterd zei de Nederlandse toeschouwer tegen haar ouders dat 'die Van Lottum wel een enorme eikel moest zijn'.

Jaren later kwamen ze elkaar weer tegen in New York. 'Toen ontdekte ze een andere John van Lottum. Denise zei dat ze me sinds die beruchte partij in Parijs een stempel had opgedrukt, zoals zoveel mensen. Mijn gedrag was toen ook bij de wilde beesten af, terecht ben ik afgerekend op mijn ontsporingen. Maar dat imago werd ook tegen me gebruikt als ik me wél wist te beheersen.'

Hij heeft zijn vrouw uitgelegd waarom de confrontatie met zijn vader hem destijds tot razernij bracht. 'Natuurlijk had ik anders moeten reageren, niet voor de televisie zo mijn emoties tonen. Ik blijf volhouden dat ik toen gelijk had, maar ik had die situatie anders moeten oplossen.'

De op Madagascar geboren Van Lottum is niet alleen een kind uit een verscheurd gezin, als zoon van een Franse moeder en een Nederlandse vader leefde hij ook tussen twee culturen. Na de scheiding van hun ouders koos zus Noëlle de Franse nationaliteit. John keerde terug naar Nederland, alleen, zoals hij dat al jaren gewend was.

'Al op mijn twaalfde woonde ik op mezelf in Parijs. Maar ik voelde me doodongelukkig in het tennisinternaat. Mensen van 25 worden zenuwachtig als ze alleen naar de grote stad gaan, laat staan een kind. Ik moest er altijd zelf uit komen, ik heb nooit enige ondersteuning gehad. Ik was ook te eigenwijs om hulp te aanvaarden. Daardoor heb ik soms verkeerde keuzes gemaakt, die me veel geld hebben gekost.'

Van Lottum heeft het conflict met zijn vader een plek kunnen geven. Drie jaar geleden verklaarde hij 'niet langer een bloedband te voelen met mijn vader'. De tijd heeft hem milder gemaakt. 'Het komt nooit meer helemaal goed. Heel lang heb ik gedacht dat ik hem nooit meer wilde zien. Nu ik ouder word, kan ik er meer afstand van nemen.

'Ik heb mijn vader dan ook uitgenodigd voor mijn huwelijk, maar in mijn jeugd is onze band onherstelbaar beschadigd. Het blijft moeilijk te accepteren dat hij me in Frankrijk aan mijn lot heeft overgelaten en dat hij zijn handen niet kon thuishouden. Daar heeft hij nu spijt van, maar het leverde enorme fricties op in de familie.'

Van Lottum wil zich er niet langer achter verschuilen. Maar de sporen van het verleden kunnen nooit meer worden uitgewist. 'Verliezen mocht niet, dan durfde ik bijna niet naar huis. Ik ging me misdragen op de baan als ik punten verloor. Bij Noëlle uitte die druk zich in faalangst. Mijn zusje had zeker de toptwintig kunnen halen. Maar zodra het spannend werd, vloeiden alle krachten uit haar lichaam.

'Ik sloeg extreem door naar de andere kant, had schijt aan de wereld en gaf partijen weg. Ik bepaalde zelf wel of ik mocht verliezen. Daar heb ik jaren mee geworsteld, die beelden van vroeger kwamen vaak terug. De gevechten met mezelf hebben nodeloos veel energie gekost. Maar ik was al veranderd tot die rugblessure alles verpestte. Daarom ben ik ook gebrand op een comeback om zo mijn rehabilitatie te kunnen voltooien.'

Meer over