Een ontluisterde kampioen

pau Het zijn vragen die Lance Armstrong omgeven. Alleen maar vragen. Antwoorden geeft hij nog maar mondjesmaat en alleen op vragen die hem aanstaan....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Bedoelde hij dat nou echt zo? Armstrong bereikte in Pau na twee beklimmingen van de eerste categorie, de Peyresourde en de Aspin, en twee van de buitencategorie, de Tourmalet en de Aubisque, uitgeput de finish. Uitgeput? Twee weken geleden was hij nog een van de outsiders voor de eindzege.

Nu deed hij of hij een gewone sterveling was, niet beter dan medevluchters Cunego, Horner, Moreau, Plaza, Casar, Fédrigo, Barredo of Van de Walle, geen mannen met wie Armstrong doorgaans op avontuur zou gaan in een zware Pyreneeënrit.

Maar de hiërarchie ligt overhoop. Waarom zouden we hem laten winnen, vroeg Van de Walle. Heeft hij nog niet genoeg gewonnen?

Zelfs een chique sprint met zijn medevluchters zat er niet meer in. Te weinig geoefend, gaf het nummer 25 van het algemeen klassement, toe. Armstrong speelde gangmaker voor etappewinnaar Fédrigo. Het was de zesde etappezege voor de Fransen. Armstrong juichte het toe, vooral omdat hij onderweg zo had genoten van de Franse aanmoedigingen. Ja, hoor eens, als je daar onderweg allemaal nog tijd voor hebt.

Armstrong wil zich als een goed verliezer presenteren. Hoe zou hij vinden dat hem dat afgaat? Wat verstaat hij daar eigenlijk onder?

Vorig jaar won hij in de Tour ook niet, maar maakte hij tenminste nog deel uit van de winnende ploeg en stond hij op het podium, als derde. Het was een triomfantelijke rentree geweest van Lance Armstrong III. Als zijn oude lijf iets meer tijd kreeg, zou hij in 2010 kunnen wedijveren met Alberto Contador.

Maar in 2010 was hij tot nu toe anoniem. Zelfs aan een mooie machtsoverdracht kwam hij in de Tour niet toe. De jeugd reed van Armstrong weg, zonder hem een blik waardig te gunnen. Op de kasseien nadat hij een lekke band had gekregen, in de Alpen nadat hij was gevallen op weg naar Morzine, en alle dagen van de week.

Er werd gespeculeerd dat Armstrong de Tour misschien niet meer kon winnen, maar dat hij hem wel iemand anders kon doen verliezen. De Amerikaan zou de ideale bondgenoot zijn. Maar Armstrong was een soldaat zonder geweer, kansloos in zijn strijd, kansloos in zijn missie.

Hij liet zich gewoon wegrijden door de concurrentie. Het interesseerde hem niet. Hij leek afgeleid en gedroeg zich als een geslagen hond. Eenmaal gelost tijdens de Port de Pailhères zondag, had hij zijn handen op het stuur gelegd en om zich heen gekeken. Vervolgens zei hij dat hij bij zijn afscheid geen cadeautjes wilde.

Was dat de waardige verliezer die hij wilde zijn? Waar was de renner die voor de Tour verkondigde dat ze bij RadioShack met Leipheimer en Klöden misschien wel de teamkaart zouden spelen? En dat hij zich voor de verandering dan eens in een dienstbare rol zou schikken. Maar kon hij Leipheimer geen handje toesteken bij diens poging het podium te halen?

Nee, vond Armstrong, geen interesse. Zijn ploeg wankelde als nooit tevoren, daar kon zelfs de etappezege van Sergio Paulinho niets aan afdoen. Zeven jaar bleef Armstrong tussen 2001 en 2008 overeind. En als hij te maken kreeg met pech, was dat nooit ernstig genoeg om hem onoverkomelijk tijdverlies te bezorgen. Hoe zou het voelen als je dan bij elk akkefietje betrokken bent dat plaatsvindt?

Hoe zou hij zich voelen als hij zijn ploegleider Johan Bruyneel hoort snoeven dat RadioShack eerste staat in het ploegenklassement. Het ploegenklassement, dat is zo’n beetje het minste interessante lijstje van de hele Tour, tenzij je voor een Spaanse ploeg rijdt. De organisatie telt per ploeg de tijd van de beste drie renners op en plakt er vervolgens een geldprijs op. Hoe meer klassementen, des te meer mensen worden gehuldigd.

Maar het ploegenklassement? Het zou Lance Armstrong II, het tijdperk waarin hij zeven Tourzeges boekte, een zorg zijn geweest. Zijn ploegmaats mochten laatste, voorlaatste, een-na-voorlaatste en zo verder staan, als hij dat gele ding maar om zijn schouders had.

Voorgangers als Anquetil, Merckx, Hinault of Indurain reden net als Armstrong ‘een Tour te veel’. Maar hun triomfen verbleekten nooit. Wat zou de wetenschap dat hem na zondag een nieuwe krachttoer wacht met Armstrong hebben gedaan in de Tour? Dat niet Alberto Contador of Andy Schleck zijn echte tegenstanders blijken te zijn, maar Jeff Novitzky, de man die de dopingpraktijken in zijn ploegen aan de kaak stelt.

Dat antwoord volgt, maar niet uit de mond van Armstrong. Het is te hopen dat hij in dat gevecht wel over zijn topvorm beschikt, want het is een krachttoer die meer schade kan aanrichten dan ‘een Tour te veel’.

Meer over